H4.4 Migratie naar Nederland

H4.4 Migratie naar Nederland

Les 4

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijleerWOStudiejaar 4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

H4.4 Migratie naar Nederland

Les 4

Voorwaarden aantekeningen

= meeschrijven / meetypen




= Laptop dicht




=Zie ik je wat anders doen op de laptop

laptop weg in de tas




=Geen eten en drinken in de klas




= vragen / opmerking steek je vinger op

Lesprogramma Migratie naar Nederland

  1. Welkom en introductie

  2. quiz 4.1, 4.2, 4.3

  3. Leerdoelen 4.4

  4. Uitleg hoofdstuk 4.4

  5. Keuzeopdracht

  6. Lubach

  7. Afsluiting + Quiz

Wat is een voorbeeld van diversiteit?

A

Geografische ligging

B

Taalvariaties

C

Culturele verschillen

D

Wettelijke regels

Wat zijn normen?

A

Wettelijke verplichtingen

B

Persoonlijke voorkeuren en smaken

C

Regels voor gedrag in de samenleving

D

Culturele tradities

Wat is de betekenis van internalisatie?

A

Afstand nemen van externe invloeden

B

Versterking van sociale controle

C

integratie van waarden en normen

D

meer persoonlijke verantwoordelijkheden hebben

Wat onderscheidt etnisch profileren van legitieme opsporing?

A

Het wordt uitsluitend door overheidsinstanties uitgevoerd.

B

Het is gebaseerd op subjectieve vermoedens.

C

Het richt zich alleen op migranten.

D

Het wordt alleen in criminaliteitsgebieden toegepast.

Leerdoelen

Leerdoel 11: Ik kan uitleggen wat migratie is.

Leerdoel 12: Ik kan migratiemotieven benoemen en herkennen in voorbeelden.

Leerdoel 13: Ik kan uitleggen welk type migratiebeleid Nederland aanhoudt en wat dit betekent voor de belangrijkste groepen migranten in Nederland op dit moment.


Wat is migratie?

  • Migreren = verhuizen naar een ander land

  • motieven: economisch, politiek, sociaal

  • Pushfactoren: armoede, oorlog, vervolging

  • Pullfactoren: economische kansen, vrijheid

Belangrijke migrantengroepen (na 1945)

  1. Migranten door onafhankelijkheid

    • 1949: Indonesië en Molukkers

    • 1975: Suriname

  2. Gastarbeiders

    • 1960: Italië, Spanje, Griekenland (keerden terug)

    • Later: Marokko, Turkije (bleven, familie overgevlogen)

Hedendaagse migratie

  • Restrictief toelatingsbeleid: Nederland strenge voorwaarden stelt aan wie hier mag blijven

  • Vluchtelingen: als zij vluchten vanwege

    • hun geloof,

    • politieke overtuigingen,

    • seksuele geaardheid

    • oorlogsgeweld

  • Illegale vluchtelingen: mensen die zonder wettig toestemming in een land wonen en verblijven

Volgmigratie

Gezinshereniging: mensen hun gezinsleden laten overkomen

Gezinsvorming: trouwen met iemand uit het buitenland en een gezin sticht


Migratie binnen de EU

Schengen (1985) & Maastricht (1992)

= vrij verkeer

Arbeidsmigranten:

  • Polen, Bulgarije, Roemenië

  • Zwaar werk en bouwsector

Kennismigranten:

  • VS, Japan, China, India

  • Specialistische kennis, multinationals

Wat voor soort migranten zijn er?

Kies een opdracht ( 10 minuten)

Nieuwsonderzoek (twee/drietallen)

Lees de nieuwsberichten en markeer de begrippen uit dit hoofdstuk

Gemiddeld of moeilijk


Mindmap (twee/drietallen)

met de begrippen van H4.4 en H4.5 (uitdaging: +4.6)


Werkboek (individueel)

opdr. 9, 11 en 12.


Stellingen (tweetalen)

bespreek 15 stellingen over migranten


Klaar? Kies een andere opdracht

Waarom migreren mensen?

A

Om meer belastingen te betalen

B

Om dichter bij familie te blijven

C

Zoeken naar betere levensomstandigheden

D

Omdat ze hun land haten

Wat is een voorbeeld van een pushfactor?

A

vervolging

B

armoede

C

oorlog

D

economische kansen

Wat betekent de term ‘asielzoeker’?

A

Iemand die vanwege economische redenen naar een ander land migreert

B

Iemand die al erkend is als vluchteling

C

Iemand die zijn land verlaat vanwege oorlog of vervolging en asiel aanvraagt

D

Iemand die illegaal een grens oversteekt

Wie is geen asielzoeker?

A

Iemand die al erkend is als vluchteling

B

Iemand die zijn land verlaat vanwege oorlog of vervolging en asiel aanvraagt

C

Iemand die illegaal een grens oversteekt

D

Iemand die vanwege economische redenen naar een ander land migreert

Waar moet je je aanmelden als asielzoeker?

A

Bij een vluchtelingenorganisatie

B

Bij de IND

C

Bij de politie

D

Bij de gemeente

Wat is een veelvoorkomende reden voor illegale migratie?

A

Economische kansen zoeken

B

Vriendschap met locals maken

C

Verhuizen naar een ander continent

D

Luxe levensstijl kiezen