duurzaamheid

1 / 80
next
Slide 1: Slide
Management en organisatieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 80 slides, with interactive quizzes, text slides and 8 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Duurzaamheid

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

              Startopdracht 
Duurzaamheid betekent dat we zo leven dat de aarde ook in de toekomst leefbaar blijft.

Schrijf in 5-6 zinnen:
• Wat betekent duurzaamheid voor jou?
• Noem één voorbeeld van iets dat niet duurzaam is.
• Noem één voorbeeld van iets dat wel duurzaam is.
• Wat zou jij zelf kunnen doen om duurzamer te leven?

Tijd: 5-7 minuten
Doel: Bewustwording van duurzaam denken en handelen in het dagelijks leven.

timer
3:00

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  •  Je kunt uitleggen waarom de omgeving waarin je leeft voor jou belangrijk is. 
  •  Je kunt uitleggen hoe organismen invloed hebben op de leefomgeving.
  • Je kunt uitleggen wat ecologie is en wat ecologen doen.

Slide 6 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Duurzaamheid
Duurzaamheid

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Hoe zorg je voor een duurzame leefomgeving?

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

1

Slide 9 - Video

This item has no instructions

01:39
Duurzaamheid
De toekomst
Duurzaamheid is zodanig gebruikmaken van de aarde en haar hulpbronnen dat toekomstige generaties er ook nog van kunnen profiteren ! 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Duurzaam
Niet 
Duurzaam

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

Hoe zorg je voor een duurzame leefomgeving?

Je telefoon opladen, een lekker koud drankje uit de koelkast of een werkende wifi router.  Wat is volgens jou dé energiebron van de toekomst? 
Hoe kom jij over 10 jaar aan je stroom voor jouw apparaten? 
Duurzaamheid & Wereldburgerschap
Duurzaamheid & Wereldburgerschap
zonne-energie
windkracht
waterkracht
biomassa
aardwarmte
fossiele brandstoffen
kernenergie

Slide 13 - Poll

This item has no instructions

Leefomgeving

Slide 14 - Slide

De buurt waarin je woont, de bedrijven en wegen, de parken en weilanden, de vogels en regenwormen, ze maken deel uit van je leefomgeving. Je leefomgeving noem je ook wel je milieu of het ecosysteem waarin je leeft. 

Voorbeelden van leefomgeving.
Milieu
  • Het milieu (leefomgeving) bepaald de leefomgeving van een organismen 
  • Ecologie = relaties tussen organismen en hun milieu 
  • Biotische factor = levend invloed op de leefomgeving 
  • Abiotische factor = levenloze invloed op de leefomgeving
  • Abiotische EN biotische factoren hebben invloed op de leefomgeving van een organisme. 

Slide 15 - Slide

De niet-levende natuur is onder andere de lucht die je inademt, en de temperatuur.  De levende natuur noem je biotisch en de niet-levende natuur noem je abiotisch. Al deze biotische en abiotische omgevingsfactoren hebben invloed op jou en op het ecosysteem waarin je leeft.
1 organisme
Individu

Slide 16 - Slide

Aanvullende uitleg over afbeelding van dia 'Milieu'.

Niveaus ecologie (definitie bepalen) 
  • Individu
  • Populatie
  • Leefgemeenschap
  • Ecosysteem

Zelfde organisme
Zelfde leefgebied
Kunnen voortplanten
Kunnen elkaar beïnvloeden.
Populatie

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Leefgemeenschap
alle populaties in een gebied samen

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Ecosysteem
Leefgemeenschap en abiotische factoren

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Veranderingen in ecosysteem
Blijvende en niet-blijvende veranderingen

Slide 20 - Slide

Organismen kunnen hun leefomgeving zodanig beïnvloeden dat het hele ecosysteem verandert.
Invloed van mensen op leefomgeving
  • Afgelopen 100 jaar vooral negatief
  • Milieuvervuiling =

(milieuverontreiniging) is de aantasting van het milieu door de mens, zoals de vervuiling van de lucht (luchtvervuiling), water (watervervuiling) en grond (grondvervuiling of bodemvervuiling). Milieuvervuiling zorgt voor beschadiging van de natuur en voor aantasting van het leefgebied van dieren.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Milieu problemen
Uitputting
Door stoffen uit het milieu te halen

Vervuiling
Door stoffen aan het milieu toe te voegen

Slide 22 - Slide

Grofweg te verdelen in twee soorten: uitputting en vervuiling.

Slide 23 - Video

Voorbeeld van een milieu probleem, sluit aan bij vorige dia.
Ecologie
  • Het onderzoeken van de relatie tussen dieren en hun milieu: Ecologie

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Ecologie
Niveaus van ecologie

  • Individu: één organisme
  • Populatie: groep individuen van zelfde soort die zich onderling voortplanten
  • Levensgemeenschap: populaties van verschillende soorten die in een bepaald gebied samenleven
  • Ecosysteem: bepaald gebied waarin biotische en abiotische factoren een eenheid vormen

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Video

Beroepsvoorbeeld ecoloog in dienst van Rijkswaterstaat.
           Leerdoelen
  • Je kunt  de ecologische voetafdruk van Nederland vergelijken met die van andere landen.
  • Je kunt uitleggen wat duurzaamheid is.
  •  Je kunt  aangeven wat duurzame oplossingen voor milieuproblemen in Nederland kunnen zijn.

Slide 27 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   

Slide 28 - Video

Inleidende video
Duurzaamheid
Gebruik van grondstoffen op zo’n manier dat de invloed van de activiteiten van de mens geen blijvende schade aanricht aan het milieu, zodat ook toekomstige generaties het milieu en dezelfde bron naar behoefte kunnen blijven gebruiken.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions

Wat doe jij om duurzamer te leven?

Slide 31 - Mind map

This item has no instructions

Ecologische voetafdruk 

Iedereen heeft een stukje van de aarde nodig om te leven.



Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Vraag 1 - Test ecologische voetafdruk voor klas 4
Onthoud het aantal punten bij jouw keuze. Tel bij iedere vraag weer de punten op die bij jouw keuze horen.  

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Vraag 2 - Test ecologische voetafdruk voor klas 4
Vergeet deze punten niet bij de punten van vraag 1 op te tellen. Misschien heb je nu al 20 punten? Of misschien wel minder dan 5?  

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Slide 35 - Video

This item has no instructions

Noem een oorzaak en een gevolg van klimaatverandering

Slide 36 - Open question

This item has no instructions

Vervuiling
Aantasting
Uitputting

Slide 37 - Drag question

This item has no instructions

               Abiotisch
                Biotisch

Slide 38 - Drag question

This item has no instructions

Op welke 6 manier gebruikt de mens het milieu?

Slide 39 - Open question

This item has no instructions

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Duurzaamheid
- Niet meer stoffen uit het milieu halen dan het milieu kan aanvullen

   - Niet meer stoffen toevoegen aan het milieu dan het milieu kan verwerken

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Ecologische voetafdruk
Land- en wateroppervlak wat nodig is voor jouw consumptie en afval
pp 1,7 ha 
 Nederlander 6,3 ha
1 ha = 100x100 m  is 2 voetbalvelden


Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Ecologische voetafdruk
Land- en wateroppervlak wat nodig is voor jouw consumptie en afval
pp 1,7 ha 
 Nederlander 6,3 ha
1 ha = 100x100 m  is 2 voetbalvelden


Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Duurzame energie
Windenergie

Zonne-energie

Bodemwarmte

Biobrandstoffen (biomassa)

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Biobrandstoffen
Biomassa
Energierijke stoffen uit organisch materiaal

Wel CO2 uitstoot
Veel land
Kunstmest en water

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Duurzame grondstoffen
Hergebruik
Voorwerp opnieuw gebruiken

Recycling
Als grondstoffen gebruikt voor nieuwe producten

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Minder consumeren

• Een apparaat laten repareren 
• Tweedehands kleding kopen.
• Spullen langer gebruiken 

Slide 48 - Slide

This item has no instructions

Duurzame landbouw
Stadslandbouw

Verticale landbouw

Biologische landbouw

Slide 49 - Slide

This item has no instructions

Slide 50 - Video

This item has no instructions

Wat is de ecologische voetafdruk van Nederland?
A
Gemiddeld, niets bijzonders
B
Hoger dan gemiddeld in Europa
C
Te verwaarlozen
D
Lager dan de wereldgemiddelde voetafdruk

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Wat is duurzaamheid?
A
Duurzaamheid is een keurmerk.
B
Duurzaamheid zegt iets over de kosten van een product.
C
Duurzaamheid zegt iets over de levensduur of het productieproces van een product.
D
Duurzaamheid zegt iets over hoe lang je een product kunt gebruiken.

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions

Wat bevordert biodiversiteit in steden?
A
Stadsparken
B
Monocultuur tuinieren
C
Harde bestrating
D
Groene daken

Slide 53 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een duurzame energiebron in Nederland?
A
Steenkool
B
Aardgas
C
Windenergie
D
Zonne-energie

Slide 54 - Quiz

This item has no instructions


Ecologie & duurzaamheid

  • Organismen en omgeving 
  • Voedselrelaties / kringlopen
  • Samenleven
  • Natuurbeheer
  • Mens en milieu
  • Duurzaamheid
  • Energiestromen ecosysteem
  • Voedselproductie

Slide 55 - Slide

This item has no instructions

Producent
Consument
Reducent

Slide 56 - Drag question

This item has no instructions

Maak de voedselketen!

Slide 57 - Drag question

This item has no instructions

Consumenten (gebruikers)
Afvaleters
Reducenten
(afbrekers)
Mineralen
Producenten
(makers)

Slide 58 - Drag question

This item has no instructions

Kies de juiste pijlen om een voedselweb te maken

Slide 59 - Drag question

This item has no instructions

Vervuiling
Aantasting
Uitputting

Slide 60 - Drag question

This item has no instructions

Ecologische voetafdruk
= de hoeveelheid land- en wateroppervlak dat jij gebruikt voor voedsel, energie, grondstoffen en afval.  
Uitgedrukt in hectare (ha) = 
100 x 100m. (2 voetbalvelden)

Voor iedereen op aarde is 1,7 ha beschikbaar. Gebruik = 2,6 ha ----->
Nederlander gebruikt --> 6,3 ha

Gevolg?
De aarde raakt uitgeput, want we gebruiken meer dan dat er is. 

Slide 61 - Slide

This item has no instructions

Oplossingen
  • Duurzame energie
  • Duurzame grondstoffen
  • Duurzame landbouw
  • Minder vervuiling
  • Minder broeikasgassen

Slide 62 - Slide

This item has no instructions

Duurzame energie
Energie die geen milieuvervuiling veroorzaakt en die niet opraakt.
  • Windenergie
  • Zonne-energie
  • Bodemwarmte
  • Biobrandstoffen (biomassa = energierijke stoffen in organisch materiaal zoals hout, gft-afval ect.)

Nadelen biomassa --> landbouwgrond nodig voor teelt, hiervoor is ook (kunst)mest en veel water nodig. 

Slide 63 - Slide

This item has no instructions

Duurzame grondstoffen
Hergebruik --> Voorwerp opnieuw gebruiken (flessen, kleding, ect.)

Recycling --> afvalproducten worden als grondstoffen gebruikt voor nieuwe producten (papier, glas, ect.)

Slide 64 - Slide

This item has no instructions

Minder consumeren
  • Een apparaat laten repareren 
  • Tweedehands kleding kopen
  • Minder kleding/spullen kopen
  • Spullen langer gebruiken 

Slide 65 - Slide

This item has no instructions

Duurzame landbouw
  • Stadslandbouw (op daken en in gebouwen, minder transport nodig)
  • Verticale landbouw (minder grond nodig, opbrengst vergroot door licht --> meer fotosynthese)
  • Biologische landbouw (weinig mest, geen monocultuur/ pesticiden ect.)

Slide 66 - Slide

This item has no instructions

Precisielandbouw
  • Gebruik van speciale meetapparatuur.
  • Per deel van de akker wordt bekeken wat de behoefte is aan b.v water, voeding en bestrijdingsmiddelen. 
  • Onnodig veel gebruik van bestrijdingsmiddel wordt voorkomen.

Slide 67 - Slide

This item has no instructions

Kringlooplandbouw
Zo min mogelijk belasting voor natuur en milieu. 

Biomassa gebruikt in een kringloop.

Minder tot geen kunstmest nodig.

Slide 68 - Slide

This item has no instructions

Natuurlijke bestrijding
Hierbij worden plagen biologisch bestreden door gebruik te maken van natuurlijke vijanden
Bv. sluipwespen doden de larven van de witte vlieg. 

Er wordt ook gebruik gemaakt van geuren of geluiden om dieren te lokken. Bv. mierenlokdoosjes. 
Voordelen;
1 = geen ophoping van gif in de voedselketen 
2 = ziekteverwekkers worden niet resistent.

Slide 69 - Slide

This item has no instructions

Verticale landbouw
Gewassen worden verbouwt in grote gebouwen (in verschillende lagen). 

Planten krijgen precies voldoende licht, water en voeding. 

Weinig transport.
Om ziekte en plagen te voorkomen wordt de ruimte goed afgesloten van de buitenlucht --> geen bestrijdingsmiddelen nodig. 

Slide 70 - Slide

This item has no instructions

Belangrijk
  • Minder vervuiling
  • Minder broeikasgassen
Duurzame keuzes maken

Slide 71 - Slide

This item has no instructions

Zelf duurzame keuzes maken
  • Afval in de prullenbak;
  • Afval scheiden;
  • Verwarming lager;
  • Zo min mogelijk plastic gebruiken;
  • Korter douchen;
  • Minder nieuwe kleding kopen en kleding langer dragen;
  • Met het OV i.p.v. auto/vliegtuig
  • Met de fiets

Slide 72 - Slide

This item has no instructions

Wat is de ecologische voetafdruk van Nederland?
A
Gemiddeld, niets bijzonders
B
Hoger dan gemiddeld in Europa
C
Te verwaarlozen
D
Lager dan de wereldgemiddelde voetafdruk

Slide 73 - Quiz

This item has no instructions

Wat is duurzaamheid?
A
Duurzaamheid is een keurmerk.
B
Duurzaamheid zegt iets over de kosten van een product.
C
Duurzaamheid zegt iets over de levensduur of het productieproces van een product.
D
Duurzaamheid zegt iets over hoe lang je een product kunt gebruiken.

Slide 74 - Quiz

This item has no instructions

Wat bevordert biodiversiteit in steden?
A
Stadsparken
B
Monocultuur tuinieren
C
Harde bestrating
D
Dakpannen

Slide 75 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een duurzame energiebron in Nederland?
A
Steenkool
B
Aardgas
C
Aardolie
D
Windenergie

Slide 76 - Quiz

This item has no instructions

Slide 77 - Video

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les
  • ecologische voetafdruk
  • duurzaamheid
  • duurzame ontwikkeling 
  • duurzame energie 
  • hergebruik
  • biomassa
  • recycling
  • stadslandbouw
  • verticale landbouw
  • precisielandbouw
  • kringlooplandbouw

Slide 78 - Slide

This item has no instructions

           Begrippen
           uit deze les
  • biologische landbouw

Slide 79 - Slide

This item has no instructions

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 80 - Slide

This item has no instructions