H.3 Werkbespreking

Werkbespreking voeren

1 / 36
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBeroepsoriëntatiePraktijkonderwijsLeerjaar 3,4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Werkbespreking voeren

Open met herkenbare situaties: op stage, op het werk en in de klas. Maak duidelijk dat een werkbespreking een kort gesprek is om samen verder te kunnen.

Dit ga je leren

Ik kan in eenvoudige woorden een werkbespreking voeren, een vraag stellen of beantwoorden, en kort vertellen wat goed gaat, wat niet duidelijk is en wat nodig is op stage, op het werk of in de klas.

This item has no instructions

Welke woorden passen bij een werkbespreking?

Gebruik de woorden uit de cloud als start: bijvoorbeeld hulp, taak, afspraak, uitleg, werk, luisteren. Vraag kort door: wanneer heb je zo'n gesprek en met wie?

Wat is een werkbespreking?

  • Een werkbespreking is een kort gesprek over werk of taken

  • Je praat over hoe het gaat

  • Je zegt wat goed lukt

  • Je zegt wat lastig is

  • Je maakt samen duidelijke afspraken

Houd het begrip eenvoudig. Vermijd lange definities: het gaat om een praktisch gesprek om werk goed te doen.

Waarom voer je dit gesprek?

  • Om werk goed af te spreken

  • Om hulp te vragen

  • Om problemen op tijd te melden

  • Om samen veilig te werken

Benadruk dat een werkbespreking niet alleen is voor problemen. Ook voortgang, afspraken en samenwerken horen erbij.

Wanneer heb je een werkbespreking?

  • Aan het begin van een taak

  • Tijdens het werk

  • Als iets niet duidelijk is

  • Als er een probleem is

  • Aan het einde om terug te kijken

Laat zien dat dit soort gesprekken op meerdere momenten kan plaatsvinden, niet alleen in een officieel overleg.

Met wie voer je dit gesprek?

  • Met een stagebegeleider

  • Met een collega of leidinggevende

  • Met een docent of onderwijsassistent

  • Soms met een klasgenoot

Koppel steeds aan de leefwereld van de leerling: stage, werkplek en klas.

Wanneer heb je een werkbespreking?

A

Alleen aan het einde

B

Op verschillende momenten

C

Alleen bij ruzie

D

Alleen in de klas

De slides noemen: aan het begin, tijdens het werk, als iets niet duidelijk is, bij een probleem en aan het einde.

Vul de goede woorden in

Een werkbespreking is een kort gesprek over werk of taken. Je hebt zo'n gesprek aan het begin van een taak, tijdens het werk of als iets niet duidelijk is. Je voert dit gesprek bijvoorbeeld met een begeleider of docent.

gesprek
begin
begeleider
probleem
einde
klasgenoot
afspraak

Controleert kernwoorden uit de eerste uitleg: wat het is, wanneer het gebeurt en met wie.

Onderwerp: voortgang van taken

  • Wat heb je al gedaan?

  • Wat moet nog gebeuren?

  • Lukt het op tijd?

  • Heb je genoeg spullen of uitleg?

Leg het woord 'voortgang' eenvoudig uit: hoe ver je bent met je werk.

Onderwerp: afspraken

  • Wie doet wat?

  • Wanneer moet het klaar zijn?

  • Wat spreek je samen af?

  • Herhaal de afspraak kort

Benadruk het belang van concrete afspraken. Laat leerlingen horen dat korte herhaling helpt: 'Dus ik maak dit vandaag af.'

Onderwerp: samenwerken

  • Werk je prettig samen?

  • Heb je hulp van iemand nodig?

  • Is de taakverdeling duidelijk?

  • Luister ook naar de ander

Maak duidelijk dat samenwerken niet alleen praten is, maar ook goed luisteren en reageren.

Onderwerp: veiligheid en problemen

  • Meld onveilige situaties meteen

  • Zeg het als iets kapot is

  • Vertel het als werk niet lukt

  • Wacht niet te lang met melden

Noem eenvoudige voorbeelden: gladde vloer, kapot materiaal, onduidelijke opdracht. Houd de focus op melden en hulp vragen.

Wat doe je bij een onveilige situatie?

A

Nog even wachten

B

Meteen melden

C

Zelf verstoppen

D

Niets zeggen

Sluit aan bij de slide over veiligheid en problemen melden.

Waarover praat je in een werkbespreking het vaakst?

1

Voortgang

2

Afspraken

3

Samenwerken

4

Veiligheid

This item has no instructions

Vul de goede woorden in

In een werkbespreking praat je over de voortgang van taken. Je maakt duidelijke afspraken en je vraagt om hulp als iets niet lukt. Bij een onveilige situatie moet je het meteen melden.

voortgang
afspraken
hulp
melden
uitleg
beginnen
samenwerken
wachten

De lege woorden zijn sleutelwoorden uit deze subtopic: voortgang, afspraken, hulp en melden.

Eenvoudige zinnen om iets uit te leggen

  • Ik ben bezig met ...

  • Dit gaat goed.

  • Dit lukt nog niet.

  • Ik heb dit al gedaan.

  • Ik heb nog hulp nodig.

Laat leerlingen horen dat korte zinnen goed zijn. Het hoeft niet moeilijk of lang te zijn.

Eenvoudige zinnen om iets te vragen

  • Kunt u dit uitleggen?

  • Waar moet ik beginnen?

  • Mag ik om hulp vragen?

  • Is dit goed zo?

Wijs op beleefde vormen zoals 'kunt u' en 'mag ik'. Dat past bij stage, werk en school.

Eenvoudige zinnen om te reageren

  • Ja, dat begrijp ik.

  • Nee, dat begrijp ik nog niet.

  • Goed, dat ga ik doen.

  • Dank u wel voor de uitleg.

Benadruk dat reageren laat zien dat je luistert. Ook een korte reactie is al goed.

Een afspraak bevestigen

  • Dus ik maak dit vandaag af.

  • Ik vraag hulp als het niet lukt.

  • Ik begin straks met deze taak.

  • We spreken af dat ik het meld.

Leg uit dat herhalen van een afspraak misverstanden voorkomt.

Zeggen dat je iets niet begrijpt

  • Ik begrijp het niet helemaal.

  • Kunt u het nog een keer zeggen?

  • Kunt u het voordoen?

  • Wat bedoelt u precies?

Normaliseer dat niet begrijpen gewoon gezegd mag worden. Dat is juist handig en veilig.

Welke zin is een beleefde vraag?

A

Dit gaat goed

B

Kunt u dit uitleggen?

C

Ik ga nu weg

D

Dat begrijp ik

Toetst het verschil tussen uitleggen, vragen en reageren.

Vul de goede woorden in

Als je iets niet begrijpt, kun je zeggen: begrijp het niet helemaal. Daarna kun je vragen: Kunt u het nog een keer zeggen? Als je een afspraak hoort, kun je die kort bevestigen.

begrijp
zeggen
bevestigen
maken
luisteren
melden
werken

Let op de betekenis van de woorden in de zin: begrijpen, zeggen, bevestigen.

Wat kun je zeggen als je iets niet begrijpt?

Bespreek voorbeelden als: uitleg vragen, zeggen wat niet lukt, vragen om hulp, afspraak herhalen. Goed als het antwoord kort en in eenvoudige woorden is.

Goed luisteren in het gesprek

  • Kijk naar de spreker

  • Laat de ander uitpraten

  • Luister naar de afspraak

  • Vraag na als iets niet duidelijk is

Koppel luisteren aan veiligheid en goed samenwerken. Goed luisteren is ook onderdeel van spreken.

Netjes reageren

  • Reageer rustig

  • Gebruik nette woorden

  • Blijf bij het onderwerp

  • Zeg eerlijk wat wel en niet lukt

Eventueel kort benoemen dat boos of te stil reageren het gesprek moeilijker maakt.

Het gesprek netjes afsluiten

  • Bedank voor het gesprek

  • Herhaal kort de afspraak

  • Zeg wat je nu gaat doen

  • Neem netjes afscheid

Een eenvoudige afsluiting kan zijn: 'Dank u wel. Ik ga nu beginnen en ik meld het als het niet lukt.'

Voorbeeld uit stage

  • Je werkt in een magazijn

  • Je weet niet waar de spullen staan

  • Je vraagt uitleg aan je begeleider

  • Samen maak je een duidelijke afspraak

Werk het voorbeeld mondeling uit met eenvoudige zinnen die al eerder op de slides stonden.

Voorbeeld uit werk

  • Je helpt in een winkel

  • Het werk gaat goed, maar het is druk

  • Je zegt dat je hulp nodig hebt

  • Je spreekt af wie welke taak doet

Benadruk dat de leerling niet alles alleen hoeft te doen. Hulp vragen is professioneel gedrag.

Voorbeeld uit de klas

  • Je werkt aan een opdracht

  • Een deel is niet duidelijk

  • Je zegt wat al goed gaat

  • Je vraagt wat je nu moet doen

Laat zien dat dezelfde taal op school bruikbaar is: uitleg vragen, voortgang vertellen, afspraak maken.

Wat hoort bij netjes afsluiten?

A

Weglopen zonder iets

B

De ander onderbreken

C

Kort de afspraak herhalen

D

Boos reageren

Netjes afsluiten = bedanken, afspraak herhalen, zeggen wat je nu gaat doen, afscheid nemen.

Vul de goede woorden in

In een gesprek moet je goed luisteren en rustig reageren. Aan het einde kun je de afspraak kort herhalen en netjes afsluiten.

luisteren
reageren
herhalen
afsluiten
wachten
roepen
vergeten
twijfelen

Koppelt luisterhouding, reactie en afsluiting aan de voorbeelden uit stage, werk en klas.

Wat wil jij onthouden van deze les?

Bespreek of leerlingen een voorbeeld noemen uit stage, werk of klas. Goede elementen: wat gaat goed, wat is niet duidelijk, hulp vragen, afspraak maken.

Wat vond jij nog moeilijk?

Laat leerlingen kort zeggen wat moeilijk was, bijvoorbeeld vragen stellen, netjes reageren of een afspraak herhalen.

Handige woorden

werkbespreking - kort gesprek over werk of taken

taak - werk dat je moet doen

voortgang - hoe ver je bent met je werk

afspraak - wat je samen afspreekt

samenwerking - samen werken met anderen

veiligheid - letten op veilig werken

hulp - steun die je van iemand krijgt

This item has no instructions

Handige woorden

probleem - iets dat niet goed gaat

uitleg - woorden of voorbeeld om iets duidelijk te maken

bevestigen - zeggen dat een afspraak klopt

reageren - antwoord geven op wat iemand zegt

afsluiten - een gesprek netjes beëindigen

begeleider - persoon die je helpt bij stage of werk

This item has no instructions