Periodo 3 (semana 1)

Semana 1:
Dia 1: onregelmatige werkwoorden in het Spaans 
1 / 41
next
Slide 1: Slide
SpaansMBOStudiejaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Semana 1:
Dia 1: onregelmatige werkwoorden in het Spaans 

Slide 1 - Slide

¿Cómo fueron tus vacaciones?

Slide 2 - Slide

Los objetivos/leerdoelen:
Aan het einde van de les kunt je:

• De onregelmatige werkwoorden in het Spaans leren.
• Zinnen maken met PODER (mogelijkheid/toestemming) en QUERER;
• de werkwoorden correct vervoegen;
• Het verschil toepassen tussen QUERER en GUSTAR;
• Regelmatige werkwoorden zoals pagar en beber correct invullen.


Slide 3 - Slide

Voorkennis activeren:
timer
5:00

Slide 4 - Slide

Reservar
(yo)
A
reservo
B
reserva
C
reservamos
D
reservar

Slide 5 - Quiz

Abrir
(él ,ella, usted)
A
abro
B
abres
C
abrimos
D
abre

Slide 6 - Quiz

Vender
(nosotros)
A
vendo
B
venden
C
vendemos
D
vende

Slide 7 - Quiz

Trabajar
(ellos/ellas/ustedes)
A
trabaja
B
trabajan
C
trabajo
D
trabajamos

Slide 8 - Quiz

Wanneer gebruiken we “tener que + infinitief”?
A
Om een handeling in het verleden uit te drukken
B
Om een wens uit te drukken
C
Om een verplichting of noodzaak uit te drukken
D
Om een mogelijkheid uit te drukken

Slide 9 - Quiz

LA REGLA (verbos regulares en presente)
In het Spaans zijn er 3 soorten werkwoorden:

  • werkwoorden op -AR
  • werkwoorden op -ER
  • werkwoorden op -IR


Slide 10 - Slide

Onregelmatige werkwoorden

Slide 11 - Slide

Sommige veranderen ALLEEN bij “yo”
Voorbeeld: hacer
  • yo hago
  • tú haces
  • él hace
  • nosotros hacemos

👉 Alleen “yo” is anders.
De andere vormen volgen de normale regel.

Slide 12 - Slide

Anderen veranderen bij meerdere personen (klinkerverandering)
Voorbeeld: poder

Hier verandert de klinker (oue).

Het verandert bij bijna alle personen.
Maar bij “nosotros” en “vosotros” verandert het meestal niet.

  • yo puedo ❗
  • tú puedes ❗
  • él puede ❗
  • nosotros podemos
  • vosotros podéis
  • ellos pueden ❗


Slide 13 - Slide

Klinkerveranderingen bij onregelmatige werkwoorden (tegenwoordige tijd)

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Anderen veranderen volledig
Voorbeeld: ser
  • soy
  • eres
  • es
  • somos

Slide 16 - Slide

Activiteit:
  • Vorm tweetallen.
  • Maak minimaal 3 vragen met onregelmatige werkwoorden.
  • Stel de vragen aan je partner.
  • Geef antwoord op de vragen van je partner.
  • Wissel daarna van partner en herhaal de activiteit.
timer
10:00

Slide 17 - Slide

Vragen met onregelmatige werkwoorden:

Usando ser

¿Quién es tu mejor amigo?
¿Cómo eres tú?
¿Quién es tu profesor favorito?
¿De dónde eres?






Usando hacer:

¿Qué haces después de la escuela?
¿Qué haces los fines de semana?
Qué haces cuando estás aburrido?

Slide 18 - Slide

PODER: wordt gebruikt om aan te geven of je de mogelijkheid of de capaciteit hebt om iets wel of niet te (gaan/mogen) doen.
 

1- Mogelijkheid en 2- toesteming.


1- ¿Pueden viajar a España hoy? No, hoy no podemos viajar a España, porque no tenemos dinero.

2- ¿Puedo usar tu móvil? Sí, por supuesto puedes usar mi móvil.

Slide 19 - Slide

Ejercicio 1. ¡A practicar! ¿Son verbos bota o sombrero? ¿O son los dos? ¿Por qué? 
Het verschil
👢 BOTA
Heeft een klinkerwisseling
✔ Verandering in tú / él / ellos
✔ nosotros en vosotros blijven meestal hetzelfde
 Voorbeelden:

e → ie

o → ue

e → i

u → ue(jugar)

🎩 SOMBRERO

✔ Alleen yo is onregelmatig
✔ Geen klinkerwisseling

Vaak:

-go (salgo, pongo, hago)

-oy (soy, estoy, voy)
timer
5:00

Slide 20 - Slide

🎩 SOMBRERO
Alleen YO is onregelmatig
✔ Geen klinkerwisseling
Vaak:
YO = (salgo, pongo, hago)
YO= (soy, estoy, voy)
Wat is een diptongo?

Een diptongo = twee klinkers die samen in één lettergreep worden uitgesproken:

-Puedo:

Slide 21 - Slide

1. salir → 🎩 SOMBRERO
  • Presente:
  • yo salgo
  • tú sales
  • él sale
  • nosotros salimos
  • ellos salen
 Alleen in ''yo'' is het onregelmatig: salgo (-go).

2. hacer → 🎩 SOMBRERO
  • yo hago
  • tú haces
  • él hace
  • nosotros hacemos
  • ellos hacen
Alleen ''yo'' is anders: hago.

Slide 22 - Slide

3. tener → BOTA/SOMBRERO

  • yo tengo
  • tú tienes
  • él tiene
  • nosotros tenemos
  • ellos tienen 
Hier zie je e → ie 

4. querer → 👢 BOTA

  • yo quiero
  • tú quieres
  • él quiere
  • nosotros queremos
  • ellos quieren
 e → ie

Slide 23 - Slide

5. poder → 👢 BOTA

  • yo puedo
  • tú puedes
  • él puede
  • nosotros podemos 
  • ellos pueden 
6. jugar → 👢 BOTA

  • yo juego
  • tú juegas
  • él juega
  • nosotros jugamos
  • ellos juegan 
 u → ue

Slide 24 - Slide

Ejercicio 2. Maak 2 zinnen met PODER en 2 zinnen met QUERER.

QUERER (e → ie)
Persoon Vorm
yo: quiero
tú: quieres
él / ella / usted: quiere
nosotros: queremos
vosotros: queréis
ellos / ustedes: quieren
timer
5:00

Slide 25 - Slide

Ejercicio 3. Vervoeg de werkwoorden QUERER en PODER in de laars (bota). 

Slide 26 - Slide

✅ QUERER (e → ie)
Persoon Vorm
  • yo: quiero
  • tú: quieres
  • él / ella / usted: quiere
  • nosotros: queremos  
  • vosotros: queréis 
  • ellos / ustedes: quieren
✅ PODER (o → ue)
Persoon Vorm
  • yo: puedo
  • tú: puedes
  • él / ella / usted: puede
  • nosotros: podemos 
  • vosotros: podéis 
  • ellos / ustedes: pueden

Slide 27 - Slide

Ejercicio 4. 


Vraag je met QUERER of GUSTAR? Vul de vragen aan met één van deze twee vervoegde werkwoorden

Slide 28 - Slide

1. quieres
2. te gusta
3. quieres
4. te gusta
5. te gustan
6. les gusta
7. quieres
8. quieres
9. te gusta
10. quieres
11. les gustan
12. quieres
13. les gusta
14. te gusta
15. quieres
16. quieres
17. le gusta
18. quieres

Slide 29 - Slide

19. quieres
20. quieres
21. te gusta

Slide 30 - Slide

Ejercicio 5. Vul de zinnen aan met de juiste vervoeging. Zie onderaan.

Slide 31 - Slide

1. paga
2. pagan
3. pagamos
4. pagas
5. paga
6. pagan
7. pagan
8. pago
1. beben
2. bebe
3. bebemos
4. bebes
5. bebe
6. beben
7. bebéis, bebo

Slide 32 - Slide

Vervoeg het onregelmatige werkwoord:
PODER (yo)
A
puedo
B
puedes
C
puede
D
podemos

Slide 33 - Quiz

Vervoeg het onregelmatige werkwoord:
PEDIR (tú)
A
pedimos
B
pide
C
pido
D
pides

Slide 34 - Quiz

Vervoeg het onregelmatige werkwoord:
SER (nosotros)
A
es
B
soy
C
somos
D
son

Slide 35 - Quiz

Vervoeg het werkwoord:
QUERER (nosotros)

Slide 36 - Open question

Vervoeg het werkwoord:
PODER (tú)

Slide 37 - Open question

Maak een zin met het werkwoord:
(QUERER)

Slide 38 - Open question

Yo (bebo)
Tú ...............

Slide 39 - Open question

Yo pago
Ellas.......

Slide 40 - Open question

Slide 41 - Slide