Ecosystemen en voedselrelaties (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

ECOLOGIE · ECOSYSTEMEN

Quiz

Terugblik: Ecosystemen en voedselrelaties

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met twaalf vragen over ecosysteem en habitat, factoren, populatiedynamiek, tolerantie, concurrentie, exoten en natuurbeheer, voedselketen en voedselweb en symbiose.

Items in this lesson

ECOLOGIE · ECOSYSTEMEN

Quiz

Terugblik: Ecosystemen en voedselrelaties

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Klankbeeld / Wikimedia Commons, CC0

Wat is het verschil tussen een levensgemeenschap en een ecosysteem?

A

Een ecosysteem bevat ook de abiotische omgeving

B

Een ecosysteem bestaat uit één populatie

C

Een levensgemeenschap bevat ook de bodem en het water

D

Een levensgemeenschap is groter dan een ecosysteem

Ecosysteem is levensgemeenschap plus abiotische omgeving. Verwachte fout: denken dat de levensgemeenschap ook de bodem en het water bevat.

Vul in

De levensgemeenschap en de abiotische omgeving vormen samen een ecosysteem waarin elke soort een eigen habitat heeft.

levensgemeenschap
ecosysteem
habitat
populatie
migratie

Levensgemeenschap, ecosysteem en habitat.

Welke factor is een biotische factor voor een konijn?

A

De temperatuur in de winter

B

De zuurgraad van de bodem

C

De hoeveelheid regen

D

De aanwezigheid van vossen

Vossen zijn levende organismen, dus een biotische factor. De andere drie zijn abiotisch. Verwachte fout: regen kiezen omdat het het weer is.

Start: 40 reeën; 12 geboren, 8 gestorven, 5 weg, 3 erbij. Aantal aan het eind?

A

44

B

42

C

39

D

47

40 + 12 geboorte - 8 sterfte - 5 emigratie + 3 immigratie = 42. Verwachte fout: migratie vergeten (44) of alleen een deel ervan meetellen (39 of 47).

Een soort heeft een brede tolerantie voor temperatuur. Wat betekent dat?

A

Hij kan leven bij een groot bereik aan temperaturen

B

Hij groeit alleen bij een hoge temperatuur

C

Hij heeft een heel laag optimum

D

Hij is altijd de beperkende factor

Een brede tolerantie is een groot gebied tussen minimum en maximum. Verwachte fout: tolerantie verwarren met het optimum.

Twee soorten gebruiken dezelfde schaarse voedselbron. Wat is het gevolg?

A

Beide soorten nemen altijd evenveel toe

B

Beide soorten gaan een symbiose aan

C

De ene soort neemt toe, de andere neemt af

D

Beide soorten blijven altijd even talrijk

Concurrentie tussen populaties kan de soortensamenstelling veranderen. Verwachte fout: denken dat beide soorten altijd naast elkaar blijven bestaan.

Waarom kan een exoot zich vaak snel uitbreiden?

A

Hij heeft nooit voedsel nodig

B

Er zijn weinig natuurlijke vijanden in het gebied

C

Hij kan alleen in warm water leven

D

Hij produceert nooit nakomelingen

In het nieuwe gebied ontbreken meestal predatoren en ziekten uit het oorspronkelijke gebied. Verwachte fout: denken dat exoten sterker zijn dan inheemse soorten.

Noem een natuurbeheermaatregel voor heide.

Bijvoorbeeld grazen door schapen, plaggen, maaien of bomen verwijderen. Verwachte fout: alleen noemen dat de heide beschermd moet worden.

Zet op volgorde: producent eerst

1

Ringslang

2

Sprinkhaan

3

Kikker

4

Gras

Gras is producent, de sprinkhaan eet gras, de kikker eet sprinkhanen, de ringslang eet kikkers. Verwachte fout: kikker en sprinkhaan omdraaien.

Een ree knabbelt aan jonge boompjes. Welke voedselrelatie is dit?

A

Predatie

B

Parasitisme

C

Mutualisme

D

Vraat

Het eten van planten door een dier heet vraat; predatie is het eten van dieren. Verwachte fout: predatie kiezen.

Een varen groeit op een boomtak voor licht, de boom merkt niets. Welke relatie?

A

Mutualisme

B

Parasitisme

C

Predatie

D

Commensalisme

Alleen de varen heeft voordeel; de boom heeft geen last of baat. Verwachte fout: parasitisme kiezen omdat de varen op de boom zit.

Waarin verschilt een voedselweb van een voedselketen?

A

Een voedselweb bevat alleen planteneters

B

Een voedselweb bestaat uit meerdere voedselketens

C

Een voedselketen heeft meer trofische niveaus

D

Een voedselweb bevat geen producenten

Een voedselweb is het geheel van alle voedselketens in een ecosysteem. Verwachte fout: denken dat een voedselweb één lange keten is.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ECOLOGIE · ECOSYSTEMEN

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu een ecosysteem beschrijven, uitleggen hoe omgevingsfactoren en concurrentie de aantallen bepalen en voedselrelaties en symbiose herkennen.

This item has no instructions