ECOLOGIE · ECOSYSTEMEN
Quiz
Terugblik: Ecosystemen en voedselrelaties
ECOLOGIE · ECOSYSTEMEN
Quiz
Terugblik: Ecosystemen en voedselrelaties
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Klankbeeld / Wikimedia Commons, CC0
Wat is het verschil tussen een levensgemeenschap en een ecosysteem?
Een ecosysteem bevat ook de abiotische omgeving
Een ecosysteem bestaat uit één populatie
Een levensgemeenschap bevat ook de bodem en het water
Een levensgemeenschap is groter dan een ecosysteem
Ecosysteem is levensgemeenschap plus abiotische omgeving. Verwachte fout: denken dat de levensgemeenschap ook de bodem en het water bevat.
Vul in
De levensgemeenschap en de abiotische omgeving vormen samen een ecosysteem waarin elke soort een eigen habitat heeft.
Levensgemeenschap, ecosysteem en habitat.
Welke factor is een biotische factor voor een konijn?
De temperatuur in de winter
De zuurgraad van de bodem
De hoeveelheid regen
De aanwezigheid van vossen
Vossen zijn levende organismen, dus een biotische factor. De andere drie zijn abiotisch. Verwachte fout: regen kiezen omdat het het weer is.
Start: 40 reeën; 12 geboren, 8 gestorven, 5 weg, 3 erbij. Aantal aan het eind?
44
42
39
47
40 + 12 geboorte - 8 sterfte - 5 emigratie + 3 immigratie = 42. Verwachte fout: migratie vergeten (44) of alleen een deel ervan meetellen (39 of 47).
Een soort heeft een brede tolerantie voor temperatuur. Wat betekent dat?
Hij kan leven bij een groot bereik aan temperaturen
Hij groeit alleen bij een hoge temperatuur
Hij heeft een heel laag optimum
Hij is altijd de beperkende factor
Een brede tolerantie is een groot gebied tussen minimum en maximum. Verwachte fout: tolerantie verwarren met het optimum.
Twee soorten gebruiken dezelfde schaarse voedselbron. Wat is het gevolg?
Beide soorten nemen altijd evenveel toe
Beide soorten gaan een symbiose aan
De ene soort neemt toe, de andere neemt af
Beide soorten blijven altijd even talrijk
Concurrentie tussen populaties kan de soortensamenstelling veranderen. Verwachte fout: denken dat beide soorten altijd naast elkaar blijven bestaan.
Waarom kan een exoot zich vaak snel uitbreiden?
Hij heeft nooit voedsel nodig
Er zijn weinig natuurlijke vijanden in het gebied
Hij kan alleen in warm water leven
Hij produceert nooit nakomelingen
In het nieuwe gebied ontbreken meestal predatoren en ziekten uit het oorspronkelijke gebied. Verwachte fout: denken dat exoten sterker zijn dan inheemse soorten.
Noem een natuurbeheermaatregel voor heide.
Bijvoorbeeld grazen door schapen, plaggen, maaien of bomen verwijderen. Verwachte fout: alleen noemen dat de heide beschermd moet worden.
Zet op volgorde: producent eerst
Gras is producent, de sprinkhaan eet gras, de kikker eet sprinkhanen, de ringslang eet kikkers. Verwachte fout: kikker en sprinkhaan omdraaien.
Een ree knabbelt aan jonge boompjes. Welke voedselrelatie is dit?
Predatie
Parasitisme
Mutualisme
Vraat
Het eten van planten door een dier heet vraat; predatie is het eten van dieren. Verwachte fout: predatie kiezen.
Een varen groeit op een boomtak voor licht, de boom merkt niets. Welke relatie?
Mutualisme
Parasitisme
Predatie
Commensalisme
Alleen de varen heeft voordeel; de boom heeft geen last of baat. Verwachte fout: parasitisme kiezen omdat de varen op de boom zit.
Waarin verschilt een voedselweb van een voedselketen?
Een voedselweb bevat alleen planteneters
Een voedselweb bestaat uit meerdere voedselketens
Een voedselketen heeft meer trofische niveaus
Een voedselweb bevat geen producenten
Een voedselweb is het geheel van alle voedselketens in een ecosysteem. Verwachte fout: denken dat een voedselweb één lange keten is.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
ECOLOGIE · ECOSYSTEMEN
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu een ecosysteem beschrijven, uitleggen hoe omgevingsfactoren en concurrentie de aantallen bepalen en voedselrelaties en symbiose herkennen.
This item has no instructions