Les 3 Verbale en non-verbale communicatie

1 / 35
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Communiceren


Verbale en non-verbale communicatie

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.

Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:

informatie
doen
Voorkennis activeren
#EBE7F7
#9C89D7
Theorie/Instructie
#F8DACF 
#FE8F6B
Verwerking
#C4E5C9
#38A84A
Afsluiting
#EBE7F7
#9C89D7

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
  • Kauwgom uit
  • Haren vast / hoofddoek naar binnen
  • Sieraden af
timer
2:00

Slide 6 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Terugblikken vorige les
  • Voorkennis activeren (denken duo delen)
  • Leerdoelen van de les 
  • Denken Duo Delen
  • Filmpje bekijken aan de hand van kijkvragen
  • Filmpje nabespreken
  • Theorie non-verbale communicatie
  • 3 Opdrachten non-verbale communicatie
  • Nabespreken opdrachten
  • Terugblikken lesdoelen en les
  • Afsluiting les

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Terugblik-opdracht
Noem 3 dingen die je onthouden hebt van de vorige les.

Slide 8 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Denken Duo Delen
Wat weet je over verbale en non-verbale communicatie?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Na de les kan ik uitleggen wat non-verbale communicatie is. (R)
  2. Na de les kan ik voorbeelden geven van non-verbale communicatie. (R) 
  3. Na de les kan ik non-verbale communicatie toepassen in de juiste situatie. (T1)
  4. Na de les kan ik non-vebale communicatie herkennen en deze benoemen. (T2)

Slide 10 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Kijkvragen:
  • Wat gebeurd er in het filmpje?
  • Wat voor soort communicatie wordt er gebruikt in het filmpje?
  • Hoe kun je zien dat deze vorm van communicatie wordt gebruikt?
  • Welke signalen of emoties zag je in het filmpje?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Kijkvragen:
  • Wat gebeurd er in het filmpje?
  • Wat voor soort communicatie wordt er gebruikt in het filmpje?
  • Hoe kun je zien dat deze vorm van communicatie wordt gebruikt?
  • Welke signalen of emoties zag je in het filmpje?

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Verbale en non-verbale communicatie.
Verbale communicatie is het communiceren met woorden. Dit kan door te praten of te schrijven. Bijvoorbeeld, als je tegen iemand zegt "Hoe gaat het?" of als je een brief schrijft, gebruik je verbale communicatie.

Non-verbale communicatie is communiceren zonder woorden. Dit kan door lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen, gebaren, oogcontact of zelfs de toon van je stem. Bijvoorbeeld, als je glimlacht naar iemand of je armen over elkaar slaat, communiceer je iets zonder woorden te gebruiken.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie.
Non-verbale communicatie is communicatie zonder woorden, waarbij lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen en andere signalen een belangrijke rol spelen. Hier zijn verschillende vormen van non-verbale communicatie:
1. Lichaamstaal:
Houding: De manier waarop iemand staat of zit, kan veel zeggen over de gemoedstoestand. Bijvoorbeeld, een open houding kan vertrouwen of interesse uitstralen, terwijl een gesloten houding (armen over elkaar) afstand of ongemak kan betekenen.
Bewegingen: Handgebaren, hoofdbewegingen of lichaamsschudden kunnen boodschappen overbrengen. Het opsteek van een hand kan bijvoorbeeld een teken zijn van verlangen om iets te zeggen.

2. Gezichtsuitdrukkingen:
Emoties zoals geluk, verdriet, boosheid of verbazing worden vaak gecommuniceerd via gezichtsuitdrukkingen. Bijvoorbeeld, een glimlach wijst op vriendelijkheid of tevredenheid, terwijl een frons kan wijzen op verwarring of irritatie.
 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie.
2. Gezichtsuitdrukkingen:
Emoties zoals geluk, verdriet, boosheid of verbazing worden vaak gecommuniceerd via gezichtsuitdrukkingen. Bijvoorbeeld, een glimlach wijst op vriendelijkheid of tevredenheid, terwijl een frons kan wijzen op verwarring of irritatie.

 3. Oogcontact:
Oogcontact kan veel betekenis hebben. Lang oogcontact kan interesse of affectie tonen, terwijl het vermijden van oogcontact vaak wordt geassocieerd met ongemak of onzekerheid. De frequentie en duur van oogcontact kunnen ook culturele verschillen vertonen.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie.
4. Gebaren:
Gebaren met de handen, zoals het geven van een duim omhoog of het wijzen, zijn veel voorkomende manieren om iets te communiceren zonder woorden. In sommige gevallen kunnen gebaren specifieke culturele betekenissen hebben, zoals het "vrede-teken" met twee vingers.
5. Ruimtegebruik (Proxemics):
De afstand die je bewaart tussen jezelf en anderen kan ook een boodschap overbrengen. Te dichtbij staan kan als opdringerig worden ervaren, terwijl te ver weg staan als afstandelijk kan worden geïnterpreteerd.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie.
6. Lichaamsbewegingen (Kinetics)
Deze omvatten bewegingen van het lichaam, zoals het schudden van het hoofd (bijvoorbeeld "nee"), het knikken (bijvoorbeeld "ja"), of zelfs een draaiing van het lichaam die kan aangeven hoe geïnteresseerd of betrokken iemand is.

7. Stilte:
Niet spreken is ook een vorm van non-verbale communicatie. Stilte kan ongemak, bedachtzaamheid of zelfs samenzweerderigheid uitdrukken. Het kan ook als een krachtig middel worden gebruikt om iets te benadrukken of een reactie af te wachten.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie.
8. Stemming door kleding en uiterlijk:
De manier waarop iemand zich kleedt en verzorgt kan non-verbaal communiceren hoe ze zich voelen of hoe ze zichzelf willen presenteren. Formele kleding kan bijvoorbeeld autoriteit uitstralen, terwijl casual kleding kan aangeven dat iemand zich comfortabel voelt of informeel is.

9. Stemgebruik (Paralinguïstiek):
Dit omvat de toon, het volume en de snelheid van iemands stem. De manier waarop iemand iets zegt (bijvoorbeeld met een zachte of harde stem, langzaam of snel) kan emoties of de ernst van de boodschap overbrengen.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Non-verbale communicatie.
10. Huidcontact:
Fysieke aanraking, zoals een handdruk, knuffel of schouderklopje, kan empathie, steun, of zelfs dominantie communiceren, afhankelijk van de situatie en de relatie tussen de mensen.

Non-verbale communicatie is vaak krachtiger dan verbale communicatie, omdat het gevoelens en boodschappen vaak directer en visueler overbrengt. Het speelt een grote rol in het begrijpen van anderen, zelfs zonder woorden.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Opdracht: Observeren van non-verbale communicatie
Tijd: 20 minuten.

Wie:  Viertallen.

Hoe: Elkaar observeren aan de hand van een observatielijst.
 
Hulp: Je krijgt van de docent een observatielijst.

Klaar: Laat aan de docent weten dat je klaar bent en zij verteld wat je verder kan doen. 

Wat: 2 leerlingen gaan met elkaar een gesprekje voeren. De andere twee leerlingen observeren beide leerlingen aan de hand van een observatielijst op hun non-verbale communicatie. 
timer
20:00

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Opdracht: Non-verbale communicatie uitbeelden
Tijd: 20 minuten
Wie: Viertallen
Hoe: Je gaat verschillende non-verbale communicatie uitbeelden zonder te praten.
Hulp: Je krijgt van de docent kaartjes met verschillende non-verbale communicatie erop.
Klaar: Laat aan de docent weten dat je klaar bent en zij verteld wat je verder kan doen. 
Wat: Maak twee teams. De docent geeft elk team kaartjes met verschillende non-verbale communicatie (zoals houding, gebaren, gezichtsuitdrukkingen, enz.). Eén speler van het team kiest een kaartje en moet de non-verbale communicatie uitbeelden zonder te praten. Het andere team raadt wat de speler aan het uitbeelden is.Als het team het goed raadt, krijgt het team een punt.
timer
20:00

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Opdracht: Koppelen van non-verbale communicatie
Tijd: 15 minuten
Wie: In tweetallen

Hoe: Je gaat plaatjes van non-verbale communicatie koppelen aan de juiste uitdrukking/ emotie/ communicatie

Hulp: Je krijgt van de docent plaatjes en kaartjes met daarop verschillende non-verbale communicatie.
Klaar: Laat aan de docent weten dat je klaar bent en zij verteld wat je verder kan doen.

Wat: Je gaat in tweetallen alle plaatjes bekijken en deze koppelen aan het kaartje met daarop de naam van de non-verbale communicatie.Bespreek/ discussiër met elkaar waarom jij denkt dat het bij elkaar past. 
timer
15:00

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Terugblikken op de les en leerdoelen:

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Vandaag heb ik geleerd:

Slide 25 - Mind map

This item has no instructions

Dit is belangrijk in het dagelijks leven omdat:

Slide 26 - Mind map

This item has no instructions

Denken Duo Delen
Wat weet je nu over verbale en non-verbale communicatie?
  • Denken: Denk eerst zelf goed na. Dit doe je in stilte!

  • Duo: Bespreek heel zacht met je buurman/vrouw je antwoord.
  • Delen: Vertel aan de klas wat jullie besproken hebben.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  1. Na de les kan ik uitleggen wat non-verbale communicatie is. (R)
  2. Na de les kan ik voorbeelden geven van non-verbale communicatie. (R)
  3. Na de les kan ik non-verbale communicatie toepassen in de juiste situatie. (T1)
  4. Na de les kan ik non-vebale communicatie herkennen en deze benoemen. (T2)

Slide 28 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Kennispiramide:
  1. Pak je map erbij en ga naar je kennispiramide.
  2. Wat heb je vandaag geleerd?
  3. Kleur dit in op je kennispiramide.
  4. Doe de kennispiramide in je JDW map en zorg dat je deze elke les bij je hebt!

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Deze les geleerd

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Vooruitblik volgende les

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Wat vond je van de afgelopen les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll

This item has no instructions

Welk cijfer zou je jezelf geven voor aandacht tijdens deze les?
010

Slide 34 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Slide 35 - Slide

This item has no instructions