This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Les van 14 april
Wat gaan we doen?
- bespreken leesopdracht;
- bespreken luisteropdracht;
- mondeling oefenen;
- aandacht voor bepaalde foutjes.
Slide 1 - Slide
Leesopdracht
Zie tekst via andere scherm
Slide 2 - Slide
Luisteropdracht
Lees de e-mail van uw chef hieronder.
- Lees de advertentie van Beter Team Bedrijfstrainingen (BTB).
- Luister naar de informatielijn van BTB.
- Schrijf een e-mail terug aan uw chef met daarin een vergelijkend overzicht in
trefwoorden van de informatie over de twee mogelijke trainingen bij BTB
Slide 3 - Slide
Luisteropdracht
Wil jij de informatielijn eens bellen? Ik wil graag weten op welke principes hun aanpak is
gebaseerd.
Wil je voor mij ook een overzichtje maken van de twee trainingen? Graag per training:
waar het precies is,
op welke dagen/tijden
wat gaan we doen? (3 belangrijkste activiteiten kort samengevat)
max. aantal deelnemers
prijs per persoon en wat je daarvoor krijg
Slide 4 - Slide
Luisteropdracht
Deel scherm m.b.t. beoordelingsmodel
Slide 5 - Slide
Mondeling
(Neem het mondeling van "De politie" af)
Slide 6 - Slide
Bespreking foutjes
- werkwoord spelling
- wat andere oefeningen
Slide 7 - Slide
Bezittelijk voornaamwoord
Ga naar slide 8 van deze les (deel scherm) https://www.lessonup.com/app/search/teach/d6tSTsNnzbkD2EjHC/TD6wd5QJZi2uGCoEa/#TD6wd5QJZi2uGCoEa-idx=0&TD6wd5QJZi2uGCoEa-total=0
Slide 8 - Slide
Werkwoord vervoeging
Pak je vervoegingsschema erbij!
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Werkwoord vervoeging
Bekijk de volgende filmpjes en maak aantekeningen!
Slide 11 - Slide
Werkwoord vervoeging
Bekijk de volgende filmpjes en maak aantekeningen!
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Video
Slide 14 - Video
Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord
Slide 15 - Slide
Even oefenen
Slide 16 - Slide
Hij (pakken) iets uit de kast.
Slide 17 - Open question
Jij (rijden) veel te hard.
Slide 18 - Open question
Ik (geven) jou een cadeautje
Slide 19 - Open question
Zij (vragen) de weg aan een voorbijganger
Slide 20 - Open question
Zij (worden) morgen opgehaald van het vliegveld.
Slide 21 - Open question
Jij (kleden) je altijd zo kleurrijk.
Slide 22 - Open question
Tegenwoordige tijd
UITZONDERING:
Als er 'je' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen