Ontdek de wereld van dieren
Ontdek de wereld van dieren
Wat weet jij al over dieren?
Leerdoel
Aan het eind van de les kun je uitleggen wat dieren zijn, weet je welke verschillende soorten dieren er bestaan en kun je voorbeelden geven.
Wat zijn dieren?
Dieren zijn levende wezens die kunnen bewegen, ademhalen en zich voortplanten. Ze bestaan in veel soorten en maten.
Verschillende dieren
Er zijn miljoenen diersoorten. Bijvoorbeeld zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en insecten.
Zoogdieren en vogels
Zoogdieren
Vogels
Hebben veren, leggen eieren en kunnen meestal vliegen.
Hebben haren, geven hun jongen melk en zijn warmbloedig.
Bijzonder zoogdier: de dolfijn
Dolfijnen zijn zoogdieren die in het water leven en heel slim zijn.
Reptielen en amfibieën
Reptielen hebben schubben en leggen eieren. Amfibieën kunnen zowel in water als op het land leven.
Vissen en insecten
Vissen
Hebben zes poten, vaak vleugels en een hard schild.
Insecten
Leven in het water, ademen door kieuwen en hebben vinnen.
Wat eten dieren?
Sommige dieren eten alleen planten (herbivoren), anderen vlees (carnivoren) of allebei (alleseters).
De voedselketen
Dieren zijn onderdeel van de voedselketen: ze eten en worden gegeten.
Leefgebieden van dieren
Dieren leven overal: in het bos, de zee, de woestijn en zelfs in de stad.
Dieren in de stad
Veel dieren, zoals vogels en vossen, passen zich aan aan het leven bij mensen.
Bijzonder leefgebied: de pool
Sommige dieren, zoals de ijsbeer, leven op de koude Noordpool.
Bescherming van dieren
Veel dieren zijn bedreigd en hebben onze hulp nodig om te overleven.
Hoe kun jij helpen?
Help dieren door afval op te ruimen, natuur te beschermen en zuinig te zijn met water en energie.
Dieren in verhalen
Sprookjes
In sprookjes zijn dieren vaak helden of slechteriken.
Fabels
Fabels gebruiken dieren om mensen iets te leren.
Dieren als hoofdrolspelers
Dieren in het dagelijks leven
Veel mensen hebben huisdieren of werken met dieren zoals honden en paarden.
Opdracht: dieren herkennen
Kijk goed
Schrijf op
Noem drie dieren die je vandaag hebt gezien of kent.
Schrijf op wat voor soort dier het is (zoogdier, vogel, enz.).
Wat weet jij nu over dieren?
Vertel wat je hebt geleerd of stel een vraag over dieren.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.