Blok 8 les 1 Denken en leren

Blok 8 PDO
1 / 26
next
Slide 1: Slide
PDOMBOStudiejaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Blok 8 PDO

Slide 1 - Slide

Toetsstof:
Boeken: 
Basis- en werkboek 'Opvoeding en ontwikkeling'
Hoofdstuk 3 'Denken en leren'

Basis- en werkboek 'Didactiek, communicatie en organisatie'
Hoofdstuk 7 'Communicatie en reflectie'

Inleveren: 
Werkboek 'Opvoeding en ontwikkeling' ho. 3 op 28 mei 2021
Werkboek 'Didactiek, communicatie en organisatie' ho. 7 op 11 juni 2021

Toetsvorm: digitaal en multiple choice 
    
Belangrijke informatie voor dit blok

Slide 2 - Slide

Nodig bij de komende 3 lessen:

* Leer- en werkboek: Basisboek Opvoeding en Ontwikkeling

* Telefoon om deel te nemen aan de quizvragen tijdens de les

* Eventueel pen en papier voor aantekeningen

Slide 3 - Slide

Wat wordt er in dit hoofdstuk behandeld?
3.1 Hersenen zijn regelkamers                  (les 1)
3.2 Kijken naar hoe kinderen leren          (les 1)

3.3 Kleine kinderen leren zo                       (les 2)
3.4 Oudere kinderen leren anders            (les 2)

Slide 4 - Slide

Wat gaan we vandaag behandelen?
- Doelen van deze les
- 3.1 + 3.2
- Huiswerk

Slide 5 - Slide

                      Doelen van deze les:
-je hebt kennis opgedaan hoe hersenen werken (3.1).
-je weet dat de twee hersenhelften elke een andere taak hebben (3.1).

-je kunt verschillende leertheorieën opnoemen en hebt kennis opgedaan van de inhoud (3.2).

Slide 6 - Slide

Activeren van voorkennis:

Noem twee dingen die je weet over het onderwerp 'Hersenen'

Slide 7 - Open question

3.1 Hersenen zijn regelkamers

Slide 8 - Slide

De titel van deze paragraaf zegt alles:
                 ~Hersenen zijn regelkamers~

d.w.z. dat elk deel van de hersenen een eigen taak heeft. Alle stukjes zijn nodig om je brein goed te laten functioneren.
3.1 Hersenen zijn regelkamers

Slide 9 - Slide

Leuke test. Tip: ook leuk om in midden- en bovenbouw groepen af te nemen .   





Opdracht: kijk naar de afbeelding en benoem de kleuren die je ziet. Niet de woorden zelf. Lukt jou dat? Vrijwilligers?





3.1 Hersenen zijn regelkamers
Verklaring waarom het zo moeilijk is:  je rechter hersenhelft is gefocust op de kleur, terwijl je linkerhelft focust op de woorden.  Je brein heeft nu meer tijd nodig. 

Slide 10 - Slide

Hersenfeitjes:​​

-hersenen blijven zich vanaf geboorte ontwikkelen, eerst zintuigen, dan taal en motoriek​

​-verbindingen maken (associaties) bijv. ezelsbruggetje en herhalen (patroonherkenning)​

​-afwijken van de ‘vaste paden‘ stimuleert creativiteit en nieuwe verbindingen​

​-een gebied ontwikkelt zich pas als het eraan toe is​

​-brein bij jonge kinderen ontwikkelt zich beter door beloning.​ Het brein bij oudere kinderen (vanaf 12 jaar) ontwikkelt zich beter door ​negatieve feedback











3.1 Hersenen zijn regelkamers

Slide 11 - Slide

Vraag:
 -Werken met ezelsbruggetjes werkt goed om iets te onthouden. Wie kan een voorbeeld geven van een ezelsbruggetje wat je nog steeds gebruikt?

-Op basisscholen wordt er ook gebruik gemaakt van ezelsbruggetjes om kennis is te laten slijpen. Wie kan een voorbeeld geven?
3.1 Hersenen zijn regelkamers

Slide 12 - Slide

De cognitieve ontwikkeling: ontwikkeling van het verstand, leren)​ Cognitie betekent kennis. Cognitieve ontwikkeling is dus kennis ontwikkeling.

Belangrijke aspecten:​​
-geheugen (onthouden, herinneren) ​
-cognitie (begrijpen, waarnemen, redeneren, denken,)​
-aandacht (controle en concentratie)​














3.2 Kijken naar hoe kinderen leren

Slide 13 - Slide

Er bestaan verschillende ideeën over hoe mensen denken/ ontwikkelen​

We onderscheiden hierin drie verschillende stromingen​
-behaviorisme​
-cognitivisme​
-constructivisme​

Elke stroming gaan we in de volgende sheets bekijken.














3.2 Kijken naar hoe kinderen leren

Slide 14 - Slide

                     Behaviorisme














3.2 Kijken naar hoe kinderen leren
Pak blz. 71 voor je lees de eerste alinea van Behaviorisme. 

Vraag: hoe wordt het aanleren van gedrag genoemd?

Er zijn twee bekende behavioristen: Pavlov en Skinner.
In het volgende filmpje (2 min.) zie je een experiment van Fred Skinner.

Slide 15 - Slide
















3.2 Kijken naar hoe kinderen leren

Slide 16 - Slide


Hoe zie jij voorbeelden van behaviorisme terug op stage?
3.2 Kijken naar hoe kinderen leren

Slide 17 - Slide

Pak blz. 72 voor je lees de eerste alinea van Cognitivisme. 

-experimenteren/onderzoeken (zintuigen)​
-uitdagende omgeving met veel verschillende materialen​
-kennis komt altijd van buitenaf en wordt actief verwerkt: begrijpen, onthouden, toepassen, integreren.​
Bekende cognitivisten zijn: Piaget en Brunner​.

Vraag op de volgende sheet. 















3.2 Kijken naar hoe kinderen leren
Cognitivisme

Slide 18 - Slide

Hoe zie je cognitivisme terug op je stage?

Slide 19 - Open question


​Piaget onderscheidt vier ontwikkelingsfasen:​


​1-sensomotorische fase (0-2 jaar)​
2-pre operationele fase (2-6)​
3-concreet operationele fase (6-12 jaar)​
4-formeel operationele fase (12-15 jaar)

Pak blz. 73 en 74 voor je. Lees de 4 fasen.
Vraag op de volgende sheet.















3.2 Kijken naar hoe kinderen leren

Slide 20 - Slide

In welke fase van het cognitivisme kan een kind reflecteren op wat hij/zij heeft gedaan?
A
sensomotorische fase
B
pre operationele fase
C
concreet operationele fase
D
formeel operationele fase

Slide 21 - Quiz


Pak blz. 75 voor je lees de eerste alinea van constructivisme.

Vraag: wie is een bekende constructivist?

-omgeving en mensen spelen een belangrijke rol​
-uitdagen met iets wat ze nog net niet​ begrijpen (zone van de naaste ontwikkeling. Heb je ook geleerd in fase 1.)​
-imiteren/rolmodel, leerkracht is coach.














3.2 Kijken naar hoe kinderen leren
Constructivisme

Slide 22 - Slide

Welke onderzoeker hoort bij het cognitivisme?
Zoek het op als je het niet zeker weet.
A
Pavlov (Honden)
B
Skinner (Duiventest)
C
Piaget (experimenteren)
D
Vygotsky (interactie en omgeving)

Slide 23 - Quiz

Welke onderzoeker hoort bij het constructivisme?
Zoek het op als je het niet zeker weet.
A
Pavlov (Honden)
B
Skinner (Duiventest)
C
Piaget (experimenteren)
D
Vygotsky (interactie en omgeving)

Slide 24 - Quiz

Welke begrippen horen NIET bij de rechterhersenhelft?
A
Ritme en kleur
B
Ruimtelijk inzicht en 3D
C
Woorden en volgorde
D
Zintuigen en dagdromen

Slide 25 - Quiz

Huiswerk voor komende week/periode:
-maak de opdrachten van 3.1 en 3.2 in je werkboek. 
Alle opdrachten van dit hoofdstuk moeten uiterlijk vrijdag 28 mei 2021 zijn ingeleverd in Cumlaude


-lees 3.3 en 3.4 ter voorbereiding op de volgende les. 
Dan herkent je brein tijdens de les de informatie en verwerk je het beter.

Inleveren: Werkboek 'Opvoeding en ontwikkeling' ho. 3 op 28 mei 2021

                                                                      ~Succes~

Kijktip: https://www.bnnvara.nl/dewerelddraaitdoor/videos/17589  Werking van het brein door Eric Scherder

Slide 26 - Slide