5.1 Je omgeving waarnemen

5.1 Je omgeving waarnemen
1 / 14
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

5.1 Je omgeving waarnemen

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
- Je kunt de werking van zintuigen beschrijven
- Je kunt de zintuigen noemen met hun ligging en hun prikkel

Slide 2 - Slide

Waarnemen
Waarnemen =
het reageren op prikkels uit de omgeving

Slide 3 - Slide

Waarmee kun je waarnemen?

Slide 4 - Open question

Welke 5 zintuigen heb je?

Slide 5 - Open question

Zintuigen
  • prikkels uit de omgeving
  • opgevangen door 
              zintuigcellen
  • boodschap aan 
              hersenen via zenuwen = 
              impuls
  • centrale zenuwstelsel
zintuigen

Slide 6 - Slide

Zintuigen 
- In je zintuigen liggen zintuigcellen, die zijn aangesloten op zenuwen 


Slide 7 - Slide

De zintuigen
in de huid
-
  • Tastzintuigen
  • Pijnzintuigen
  • Warmtezintuigen
  • Koudezintuigen
Zintuigcellen!

Slide 8 - Slide

Prikkels en impulsen
Wat gebeurt er met een prikkel?

Elk zintuig heeft zintuigcellen
In zintuigcellen ontstaan impulsen ('seintjes')
De impulsen gaan naar de hersenen

Slide 9 - Slide

zintuigcellen maken impulsen
impulsen gaan via de zenuwen

Slide 10 - Slide

Gehoorzintuig
Tastzintuig
Reukzintuig
Smaakzintuig
In de oren
Geluid
In de huid
Lichte aanraking
In de neus
Geur
In de tong
Smaak

Slide 11 - Drag question

Leerdoelen
- Je kunt de werking van zintuigen beschrijven.
- Je kunt de zintuigen noemen met hun ligging en hun prikkel.


Slide 12 - Slide

Blauwe woorden (begrippen)
Zintuig: orgaan waarmee je reageert op prikkels (= invloeden van buitenaf)
Zintuigcellen: zijn cellen die aangesloten zijn op zenuwen die je hersenen verbinden met je zintuig.
Impulsen: signalen die je zintuigcellen maken en die een bericht sturen naar je hersenen. 
Zintuigenstelsel: alle zintuigen samen

Slide 13 - Slide

Blauwe woorden (begrippen)
In je huid liggen 4 zintuigen:
1. Warmtezintuigen: reageren op warme temperatuur
2. Koudezintuigen: reageren op koude temperatuur
3. Drukzintuigen: reageren wanneer er op de huid (hard) gedrukt wordt
4. Tastzintuigen: reageren op lichte aanrakingen. Je kunt bijvoorbeeld waarnemen hoe een voorwerp voelt. 
Je hebt ook pijnpunten: zijn geen zintuigcellen, maar uiteinde (allerlaatste stukje) van een zenuw. 

Slide 14 - Slide