TH1a


1 / 17
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson


Slide 1 - Slide

Unit 4
 (out and about)

What do you still know about
the present simple?

Slide 2 - Slide

wat wil je in mijn les zien?

Slide 3 - Mind map

present simple.....................................

Slide 4 - Slide

The Present Simple (to be)

Het werkwoord to be heeft een eigen vorm. Deze moet je uit je hoofd leren.



I am (ik ben)

You are (jij bent / jullie zijn)

We are (wij zijn)

They are (zij zijn)

He is  (hij is)

She is (zij is)

It is   (het is)

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Kies de juiste vorm van het werkwoord:
I (to be)
A
am
B
is
C
are
D
be

Slide 7 - Quiz

Kies de juiste vorm van het werkwoord:
My parents (to be)
A
am
B
is
C
are
D
be

Slide 8 - Quiz

Maak vragend:
They are my best friends.

Slide 9 - Open question

Maak vragend:
She is a nice girl.

Slide 10 - Open question

Maak vragend:
My parents are at home.

Slide 11 - Open question

The Present Simple (to have got)

Het werkwoord to have heeft een eigen vorm. Deze moet je uit je hoofd leren.


I have 

You have 

We have 

They have 

He has 

She has 

It has 

Slide 12 - Slide

vraag maken met have/has got:

He has got a dog.
Has he got a dog?


They have got a big house.

Have they got a big house?



Slide 13 - Slide

Kies de juiste vorm van het werkwoord:
I (to have got)
A
have got
B
have
C
has got
D
has

Slide 14 - Quiz

Maak vragend:
Bart has got new jeans.

Slide 15 - Open question

Maak vragend:
I have got a test next week.

Slide 16 - Open question

Maak vragend:
We have got lots of time.

Slide 17 - Open question