Hst 11 Taal in de sector Verzorging (woordenschat)
Hst 11 Taal in de sector Verzorging (woordenschat)
1 / 22
next
Slide 1: Slide
TaalPraktijkonderwijsLeerjaar 2
This lesson contains 22 slides, with text slides and 1 video.
Lesson duration is: 20 min
Items in this lesson
Hst 11 Taal in de sector Verzorging (woordenschat)
Slide 1 - Slide
Reinigen →
Goed schoonmaken.
Voorbeeld: “Na het koken moet je het aanrecht reinigen.”
Slide 2 - Slide
Desinfecteren →
Schoonmaken zodat bacteriën en virussen doodgaan.
Voorbeeld: “De tafel moet je desinfecteren met spray.”
Slide 3 - Slide
Protocol →
Afspraken of stappen die je moet volgen.
Voorbeeld: “Volgens het protocol moet je eerst je handen wassen.”
Slide 4 - Slide
Recept →
Instructie om eten of medicijnen te maken of gebruiken.
Voorbeeld: “Voor de soep volg ik het recept.”
Slide 5 - Slide
Formulier →
Papier of document waarop je informatie invult.
Voorbeeld: “Ik vul een formulier in met mijn naam.”
Slide 6 - Slide
Medicijn →
Middel dat helpt tegen ziekte of pijn.
Voorbeeld: “De dokter gaf een medicijn tegen hoofdpijn.”
Slide 7 - Slide
Oventemperatuur →
Hoe warm de oven staat.
Voorbeeld: “De pizza moet op een oventemperatuur van 200 graden.”
Slide 8 - Slide
Allergische reactie →
Reactie van het lichaam op iets waar je niet tegen kunt.
Voorbeeld: “Door pinda’s kreeg hij een allergische reactie.”
Slide 9 - Slide
Dagrapport →
Kort verslag van wat er die dag is gebeurd.
Voorbeeld: “Aan het einde van de dag schrijf ik een dagrapport.”
Slide 10 - Slide
Geneesmiddel →
Ander woord voor medicijn.
Voorbeeld: “Paracetamol is een geneesmiddel.”
Slide 11 - Slide
Werkoverleg →
Gesprek met collega’s over het werk.
Voorbeeld: “Tijdens het werkoverleg bespreken we de planning.”
Slide 12 - Slide
Uitwendig gebruik →
Alleen gebruiken op de huid, niet inslikken.
Voorbeeld: “Deze crème is alleen voor uitwendig gebruik.”
Slide 13 - Slide
Dosis →
Hoeveelheid van een medicijn die je moet nemen.
Voorbeeld: “Je mag drie keer per dag één dosis nemen.”
Slide 14 - Slide
Symptomen →
Tekenen dat iemand ziek is.
Voorbeeld: “Koorts en hoesten zijn symptomen van griep.”
Slide 15 - Slide
Deel 2
Slide 16 - Slide
Slide 17 - Video
Wasprogramma's
Slide 18 - Slide
Bleken bij een wasprogramma betekent dat je een middel gebruikt om vlekken te verwijderen en witte was witter te maken. Vaak zit er bleekmiddel in wasmiddel of gebruik je apart bleekmiddel.
Slide 19 - Slide
Strijken betekent kleding glad maken met een warm strijkijzer zodat kreukels verdwijnen.
Slide 20 - Slide
Chemisch reinigen betekent kleding schoonmaken zonder water, met speciale schoonmaakmiddelen. Dit gebeurt meestal bij een stomerij.
Slide 21 - Slide
Trommeldrogen betekent kleding drogen in een droger.