Leçon 4 Les verbes aimer, détester, adorer et préférer

Bonjour tout le monde!!
1 / 16
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Bonjour tout le monde!!

Slide 1 - Slide

Ik heb zo'n zin in deze les, heb hier gisteren al heel de dag op gewacht!
Ja
Ja

Slide 2 - Poll

PROGRAMME:
Programme du cours
  • Les verbes aimer, adorer, détester  ( un cahier + un stylo)
  • Interrogation Voca + expressions Quizlet
  • BELANGRIJKE INFORMATIE over het proefwerk en hoe je voor te bereiden online (samen even in Teams kijken waar vind je de te leren stof voor het PW)

Lesdoel: aan het einde van deze les weet ik dat ik de bij werkwoorden aimer, détester en adorer een lidwoord moet toevoegen en kan ik dit toepassen.

Slide 3 - Slide

Les devoirs pour mercredi 17 février:

Faire ( =doen) 

>> Test jezelf 3.5 + 3.7 (0nline)

>> VERPLICHT in Quizlet leren

>> jezelf voorbereiden voor een proeftoets dus alle stof leren voor de toets

Slide 4 - Slide

Aantekening
Ik heb een hekel aan = je déteste 
Ik ben dol op                 = j'adore
ik hou van                       = j'aime

Slide 5 - Slide

Is er iets bijzonders aan deze werkwoorden?
A
Nee
B
Weet ik veel
C
Ja
D
Zal mij niks verbazen

Slide 6 - Quiz

Aantekening!!!!!
  1. Na de regelmatige werkwoorden adorer, aimer en  détester gebruik je in het Frans meestal le, la, l' of les
  2. In het Nederlands gebruik je hier géén lidwoord!
  3. Voorbeeld: 
    Mijn ouders zijn dol op tennis -> Mes parents adorent le tennis

Slide 7 - Slide

In het meervoud krijg je het lidwoord: les 

Het zelfstandige naamwoord krijgt een S

Bijvoorbeeld:

La fille(=het meisje)          les filles (=de meisjes)

Le garçon (=de jongen)      les garçons (=de jongens)

Slide 8 - Slide

Na de werkwoorden adorer,aimer, détester gebruik je in het Frans .......
A
le, de, da, des
B
les
C
le, la, l' of les
D
l'

Slide 9 - Quiz

Waarom is het handig om dit te weten?

Slide 10 - Open question

Je déteste musique
Vrai
Faux

Slide 11 - Poll

Le - La - L' - Les
  1. Tu aimes ........ plantes?
  2. Claire déteste  ..............  histoire.
  3. Elle adore ..................hôtel. 
  4. Je déteste ............lundi.

Slide 12 - Slide

Welke zin is juist?
A
Elle déteste le bus
B
Elle déteste l'bus

Slide 13 - Quiz

Tu adores le dessin
vrai
faux

Slide 14 - Poll

Is dit juist of onjuist?
Elle adore danse
vrai
faux

Slide 15 - Poll

Wat heb je geleerd vandaag en vond je het lastig/te doen?

Slide 16 - Open question