Elektrische componenten

Elektrische componenten
  • Ik kan de verschillende elektrische componenten herkennen en benoemen. 

  • Ik kan van de verschillende elektrische componenten uitleggen waar ze voor dienen.   
1 / 37
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Elektrische componenten
  • Ik kan de verschillende elektrische componenten herkennen en benoemen. 

  • Ik kan van de verschillende elektrische componenten uitleggen waar ze voor dienen.   

Slide 1 - Slide

Verschillende componenten.
lampje
Een lampje word weergegeven door een cirkel met een X in het midden. 
Let op je getekende draad kan niet door het lampje heen!
Er moet dus echt een X staan en niet een sterretje.
Weerstand
Een weerstand is een component die er voor zorgt dat de stroom minder makkelijk door de stroomkring kan lopen. 
Een weerstand teken je als een rechthoek tussen twee draden. 
Let op door de weerstand loopt geen draad!
Batterij
Een batterij is een spanningsbron. Dit is het begin van de stroomkring. 
tussen de batterij en het eerste en laatste component is wel een stroomdraad maar tussen de twee helften van de batterij zelf niet.


Schakelaar
Een schakelaar, is een knop. deze kan er voor zorgen dat de stroomkring open of gesloten is. 

Slide 2 - Slide

Welk component is dit?
A
Batterij
B
Lamp
C
Schakelaar
D
Weerstand

Slide 3 - Quiz

Welk component is dit?
A
Batterij
B
Lamp
C
Schakelaar
D
Weerstand

Slide 4 - Quiz

Dit is het symbool voor een
A
Batterij
B
Lampje
C
Voltmeter
D
Schakelaar

Slide 5 - Quiz

Dit symbool is:
A
voeding
B
schakelaar
C
kruising
D
meter

Slide 6 - Quiz

Dit is het symbool van een
A
voltmeter
B
versnelling
C
stroomsterkte
D
spanning

Slide 7 - Quiz

Zet het juiste symbool erachter!

Slide 8 - Drag question

Sleep het symbool naar het goede woord.
Lampje
Batterij
Schakelaar
Draad

Slide 9 - Drag question

Lamp
Batterij
Schakelaar
Weerstand

Slide 10 - Drag question

Welk component hoort bij dit symbool?
A
Snoer
B
Batterij
C
Schakelaar
D
Lampje

Slide 11 - Quiz

Dit is het symbool van...
A
een lamp
B
een LED
C
een spanningsbron
D
een schakelaar

Slide 12 - Quiz

Dit is het symbool van
A
spanningsbron
B
ampรจremeter
C
schakelaar
D
lamp

Slide 13 - Quiz

Dit is het symbool van
A
spanningsbron
B
ampรจremeter
C
schakelaar
D
lamp

Slide 14 - Quiz

Dit is het symbool van
A
batterij
B
schakelaar dicht
C
schakelaar open
D
lamp

Slide 15 - Quiz

dit is het symbool van een
A
meter
B
massa
C
motor
D
mega

Slide 16 - Quiz

Het symbool in de afbeelding staat symbool voor een .............
A
Stopcontact
B
Amperemeter
C
Lamp
D
Weerstand

Slide 17 - Quiz

Welk symbool staat waarvoor?
schakelaar
lamp
batterij
voltmeter

Slide 18 - Drag question

Je ziet vier symbolen voor schakelschema's. 
Sleep de naam van het onderdeel onder het juiste symbool.
Batterij
Schakelaar
Snoer
Lampje

Slide 19 - Drag question

Bekijk het symbool uit de afbeelding. Waar staat het symbool voor?
A
Een stroommeter
B
Een lampje
C
Een bel
D
Een spanningsmeter

Slide 20 - Quiz

Dit is het symbool van
A
spanningsbron
B
ampรจremeter
C
schakelaar
D
lamp

Slide 21 - Quiz

Je ziet hieronder vier symbolen voor schakelschema's. Sleep de naam van het onderdeel onder het juiste symbool.
Batterij
Schakelaar
Snoer
Lampje

Slide 22 - Drag question

Zet het juiste symbool erbij!
LED

Slide 23 - Drag question

Schakelingen weergeven
Schakeling
Om een elektrische schakeling weer te geven gebruiken natuurkundige symbolen voor componenten. Dit is zodat iedereen elkaars tekening kan lezen en begrijpen.  Elke schakeling heeft altijd een spanningsbron nodig. Dit is meestal een batterij of een stopcontact. 

Regels
Bij het tekenen van een schakeling zijn een paar dingen belangerijk.
Voor het overzicht teken je altijd met potlood.
Je tekent voor kabels altijd rechte lijnen. zo voorkom je dat het een wirwar van kabels lijkt.
Je tekent de componenten nooit op de hoek, dit is om verwarring te voorkomen. 

Slide 24 - Slide

Teken een schakeling met ten minste drie componenten. Leg uit wat deze schakeling doet.

Slide 25 - Open question

Teken een schakeling met ten minste drie componenten. Leg uit wat deze schakeling doet.

Slide 26 - Open question

Teken een schakeling met ten minste drie componenten. Leg uit wat deze schakeling doet.

Slide 27 - Open question

Wat voor soort stroomkring zie je hier bij A?
A
A
Open stroomkring
B
Gesloten stroomkring

Slide 28 - Quiz

Is deze stroomkring open of gesloten?
A
Open stroomkring
B
Gesloten stroomkring

Slide 29 - Quiz

Is dit een open of gesloten stroomkring?
A
Open stroomkring
B
Gesloten stroomkring

Slide 30 - Quiz

Plaats de juiste symbolen in de stroomkring zodat de lamp gaat branden.

Slide 31 - Drag question

Plaats de juiste symbolen in de stroomkring zodat de lamp gaat branden.

Slide 32 - Drag question

Plaats de juiste symbolen in de stroomkring zodat de lamp gaat branden.

Slide 33 - Drag question

Slide 34 - Link

Hoe ging de les?
๐Ÿ˜’๐Ÿ™๐Ÿ˜๐Ÿ™‚๐Ÿ˜ƒ

Slide 35 - Poll

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 36 - Open question

Waar wil je nog extra aandacht aan besteden?

Slide 37 - Open question