Keuzedeel LVB/MVG introductie

LVB/MVG
Introductie 
1 / 12
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 2-4

This lesson contains 12 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

Items in this lesson

LVB/MVG
Introductie 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Voorstellen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Programma 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Werkprocessen
D1-K1-W1: Omgaan met moeilijk verstaanbaar gedrag en crisissituaties bij (SG)LVB-cliënten 

D1-K1-W2: Begeleiden van de (SG)LVB Cliënt bij het verbeteren van gedrag en/of consolideren van gedragsverandering 

D1-K1-W3: Opbouwen en onderhouden van een netwerk rondom de (SG)LVB cliënt 

D1-K1-W4: Ondersteunen van het sociale netwerk

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Examen

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al van LVB?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Slide 7 - Video

This item has no instructions

Licht verstandelijk beperkt
Cognitieve ontwikkeling: IQ tussen 50-70
Adaptieve vaardigheden:
  • Conceptueel
  • Sociaal
  • Praktisch

Slide 8 - Slide

Adaptief:
Conceptueel: Tijd/taal/geldbegrip
Sociaal: communicatief/oplossen van problemen
Praktisch: Persoonlijke verzorging & vervoer

Beperkingen
1. Intellectueel functioneren
Abstracte begrippen en redeneren

2. Informatieverwerking
Scheiden van hoofd- en bijzaken en ophalen en manipuleren van informatie uit langetermijngeheugen

3. Executieve functies, metacognitie en in generalisatie van kennis
 Gevoelens beheersen, aandacht spanne, inhibitie, zelfregulerende vaardigheden, oorzaak/gevolg, generaliseren

4. Sociaal-cognitieve vaardigheden
“theory of mind”, letten meer op letterlijke en negatieve informatie, gevoelens herkennen en benoemen

Slide 9 - Slide

Intellectueel functioneren
Leren denken is concreet. Leerplafond is tot groep 5/6, daarna word het abstract
Informatieverwerking
Werkgeheugen  minder informatie tegelijkertijd
Problemen met lezen/rekenen
Onthouden instructies
Verbale informatie, minder dan visueel
Executieve functies
Moeite met rangschikken/ordenen/differentiëren, informatie en plannen
Moeite met prioriteren  teveel informatie tegelijk
Inhibitie: volledig concentreren op 1 taak, niet afleiden door prikkels
Reflecteren op gedrag/gevoelens /gedachten, vooral oorzaak/gevolg inzien
Generaliseren van vaardigheid en toepassen in een andere situatie
Sociaal/cognitief
Interpretatie sociale situatie, herkennen emoties en gezichtsuitdrukkingen.
Perspectief nemen, kunnen zich moeilijk verplaatsen in het perspectief van een ander

5. Adaptief gedrag/aanpassingsvermogen
Conceptueel, sociaal en praktisch, volgen van regels

6. Vertraagde spraak- en taalontwikkeling
Humor en beeldspraak, beperkte woordenschat

7. Disharmonisch ontwikkelingsprofiel
Performale IQ score > verbale IQ, “streetwise”, sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau, faalervaringen/gevoelens

8. Negatief/irreëel zelfbeeld en schaamte
Laat herkend/onderkend, grootspraak en stoere houding

Beperkingen

Slide 10 - Slide

Adaptief gedrag
Moeite met zelfsturing, gevolgen van keuzes overzien
Gevoel van eigenwaarde/zelfvertrouwen, zelfbeeld en manipuleren
Vervoer, vaardigheden, werken, omgaan met geld/telefoon/sociaal media
Vertraagde spraak/taal ontwikkeling
Verwoorden ideeën, gevoelens en gedachten
Simultaan verwerken verbaal/non-verbaal
Complexe en lange zinnen zijn te abstract
Disharmonisch
Performaal = behandelend vermogen
Concrete handeling, beter dan verbaal uitdrukken
Taalbegrip, minder dan doet vermoeden
Contact leggen, impulsen, zelfbeeld, morele ontwikkeling, denken meer aan te kunnen dan ze aankunnen
Zelfbeeld
Uiterlijk is vaak niets aan te zien, hoge verwachtingen faalangst
Beter willen voordoen
 
 
 

Omgevingskenmerken
  1. Problematische gezinssituatie
  • Multiprobleemgezin
  • pedagogisch onvermogen 
  • verwaarlozing of mishandeling
  • psychiatrische stoornissen
  • traumatische ervaringen
  • internaliserend/externaliserend probleemgedrag


2. Opgroeien in achterstandswijken met ‘slechte vrienden’
  • Hoge werkloosheid
  • financiële problemen
  • slecht onderhouden huizen
  • hoge mate van criminaliteit
  • rondhangen op straat
  • grote beïnvloedbaarheid

Slide 11 - Slide

Omgevingskenmerken
 
Problematische gezinssituatie
Minimaal 1 ouder/1 kind langdurig kampt met sociaal/economisch en/of psychologische problemen
Armoede/werkeloosheid/verslaving
Sociaal netwerk is vaak zwak/ sociaal isolement
Vaak veel zwakbegaafdheid/lvb
Hechtingsproblematiek sensitieve/responsieve ouder, vertrouwen is vaak beschadigd
Kindermishandeling/huiselijk geweld
Internaliserend: over controle op emoties  angst/depressie/psychosomatisch
Internaliserend: agressie, overactief, ongehoorzaam
Negatief en eenzijdig zelfbeeld

Vragen?
contactgegevens

Slide 12 - Slide

This item has no instructions