2021-10-12 G4 Grieks

Leerdoelen:
  • ik kan T 29 vertalen
  • ik kan naamwoorden benoemen en verklaren
  • ik kan werkwoordsvormen analyseren, benoemen en vertalen
    Weektaak:  
    • bijhouden: basisvoc. t/m les 29
    • leren: gramm. 6.9 (aoristi bij thema 6)
    • herhalen: vorm en vertaalwijze ptc (vorm: zie HB 126-127 / vertaalwijze: zie HB blz. 118-124 en dan met name de stukken met een donker oranje balk in de kantlijn)






        1 / 12
        next
        Slide 1: Slide
        GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

        This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

        time-iconLesson duration is: 45 min

        Items in this lesson

        Leerdoelen:
        • ik kan T 29 vertalen
        • ik kan naamwoorden benoemen en verklaren
        • ik kan werkwoordsvormen analyseren, benoemen en vertalen
          Weektaak:  
          • bijhouden: basisvoc. t/m les 29
          • leren: gramm. 6.9 (aoristi bij thema 6)
          • herhalen: vorm en vertaalwijze ptc (vorm: zie HB 126-127 / vertaalwijze: zie HB blz. 118-124 en dan met name de stukken met een donker oranje balk in de kantlijn)






              Slide 1 - Slide

              Begintaak: Noteer de gevraagde vormen van het ptc.

              1. ἄρχω - ptc. aor. nom M ev / acc F mv
              2. εἰμί - ptc. praes. acc M mv
              3. λείπω - ptc. aor. nom M ev / gen M mv / gen F mv

              Je hebt vandaag je laptop nodig.

              Slide 2 - Slide

              We bespreken T 29

              Maak aantekeningen in je schrift bij de tekst.

              Slide 3 - Slide

              • bij voorzetsel (vz) … (vul het vz in)
              • bij werkwoord (ww) … (vul het ww in)
              • bijvoeglijke bepaling (bvb) bij … (vul het woord waarbij in)
              • bijwoordelijke bepaling (bwb) van … middel/reden/manier (vul het type bwb in)
              • lijdend voorwerp (lv) bij … (vul het ww waarbij in in)
              • meewerkend voorwerp (mv) bij … (vul het ww waarbij in)
              • naamwoordelijk deel gezegde (nw. deel)
              • onderwerp (o) van … (vul het ww waarvan in)

              Slide 4 - Slide

              Noteer naamval, geslacht, getal en de functie van de naamval van
              εἴδωλον (regel 22)

              Slide 5 - Open question

              Noteer naamval, geslacht, getal en de functie van de naamval van
              δακτύλῳ (regel 24)

              Slide 6 - Open question

              Noteer naamval, geslacht en getal van
              ἐλθόν (regel 27)

              Slide 7 - Open question

              Noteer naamval, geslacht, getal en de functie van de naamval van
              Ἡλίου (regel 29)

              Slide 8 - Open question

              Noteer naamval, geslacht, getal en de functie van de naamval van
              ἀνδρός (regel 30)

              Slide 9 - Open question

              Regel 26 αὐτῷ
              Citeer uit het voorafgaande vanaf regel 22 het Griekse woord waar αὐτῷ naar verwijst.

              Slide 10 - Open question

              Draken van werkwoordsvormen.
              Werkwoord van herkomst? Vorm? Vertaling?

              • σημηναν
              • ἥμαρτε
              • συνέλεξας
              • πάρητε
              • ἑλεῖν
              • ἐᾶν

              Slide 11 - Slide

              Leerdoelen:
              • ik kan T 29 vertalen
              • ik kan naamwoorden benoemen en verklaren
              • ik kan werkwoordsvormen analyseren, benoemen en vertalen
                Weektaak:  
                • bijhouden: basisvoc. t/m les 29
                • leren: gramm. 6.9 (aoristi bij thema 6)
                • herhalen: vorm en vertaalwijze ptc (vorm: zie HB 126-127 / vertaalwijze: zie HB blz. 118-124 en dan met name de stukken met een donker oranje balk in de kantlijn)






                    Slide 12 - Slide