Les 23 7 maart 2026 (VO1)

Les 23 7 maart 2026
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary Education

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Les 23 7 maart 2026

Slide 1 - Slide

L23 Wat doen we vandaag? 

Welkom! 

1. Artikel Peter VanderMeersch bespreken 
2. Cursus 6 formuleren §2: Verbindingswoorden/signaalwoorden 
3. Herhaling Spelling werkwoorden par 7 t/m par 10. 

3. Lesafsluiting & Toets. 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Door Peter Vandermeersch
Zal betrouwbare journalistiek dit decennium overleven? Die vraag echode in mijn hoofd toen ik de verontrustende conclusies las van een nieuw rapport van de International News Media Association (INMA), die vorige week zijn Europese Nieuwsmediaconferentie in Dublin hield. Toen INMA’s directeur Earl Wilkinson, een van ’s werelds meest gerenommeerde experts in dit vakgebied, de woorden “journalistiek” en “overleven” in één adem gebruikte, was dat geen hyperbool — het was een heldere waarschuwing.

Slide 4 - Slide

Wat het meest opvalt in INMA’s studie is dat die eigenlijk niets nieuws bevat. Wat nieuw is, is de snelheid en kracht van de storm die op ons afkomt. Gedrukte kranten verdwijnen. Digitale poortwachters — grote technologiebedrijven als Google, TikTok en Meta — bepalen via ondoorzichtige algoritmes welk nieuws we te zien krijgen, maar ook wat begraven wordt. Niet-democratische actoren nemen de journalistiek onder vuur. Waarheid moet concurreren met verzonnen narratieven, terwijl sociale media — soms inspirerend, vaak giftig — een nietsontziende motor van desinformatie worden.

Slide 5 - Slide

Jarenlang heb ik, als hoofdredacteur van kranten in België en Nederland, en later als uitgever en CEO van Mediahuis Ireland, collega’s, studenten en industrieleiders verteld dat deze risico’s reëel zijn. Maar eerlijk gezegd dacht ik dat ze min of meer abstract waren. Ik geloofde dat de journalistiek zich kon heruitvinden, zich kon aanpassen en haar plaats in de democratische samenleving kon behouden. Ik dacht dat we, om te overleven, in onze redacties en nieuwsorganisaties alleen maar harder moesten werken, betrouwbaarder moesten worden, beter moesten zijn.

Slide 6 - Slide

Cursus 6 formuleren §2: Verbindingswoorden/signaalwoorden 

Slide 7 - Slide

Startopdracht
Voeg de twee zinnen samen met een verbindingswoord/signaalwoord.

Ik kleed me heel mooi aan.
Ik ga naar een feest.

Vb.: Ik kleed me heel mooi aan, voordat ik naar een feest ga.

Slide 8 - Slide

Voorbeelden
  1. Ik kleed me heel mooi aan, want ik ga naar een feest.
  2. Ik kleed me heel mooi aan, voordat ik naar een feest ga.
  3. Ik kleed me heel mooi aan, als ik naar een feest ga.
  4. Wanneer ik naar een feest ga, kleed ik me heel mooi aan.
  5. Voordat ik naar een feest ga, kleed ik me heel mooi aan.
  6. Ik ga naar een feest, dus ik kleed me heel mooi aan.
  7. Ik ga naar een feest en ik kleed me heel mooi aan.

Slide 9 - Slide

Verbanden tussen zinnen
Opsomming:
Bij de supermarkt heb ik appels, brood en tomaten gehaald. Ook heb ik vis gehaald voor het eten vanavond.
Signaalwoorden: om te beginnen, en, ook, verder, ten slotte.

Tegenstelling:
Ik houd van appels, maar niet van peren. 
Signaalwoorden: echter, maar, toch, daarentegen.

Slide 10 - Slide

Verbanden tussen zinnen
Tijdsverloop (chronologie):
Vandaag ben ik eerst naar de tandarts geweest, toen naar de supermarkt en ik ben uiteindelijk bij de koffiebar geëindigd.
Signaalwoorden: eerst, daarna, nadat, nu, vervolgens, voordat, uiteindelijk.

Oorzaak-gevolg:
Doordat ik mijn wekker niet had gezet, ben ik nu te laat op werk. 
Signaalwoorden: daardoor, door, doordat, zodat

Slide 11 - Slide

Verbanden tussen zinnen
Reden:
Ik heb een onvoldoende voor de toets, omdat ik niet heb geleerd. 
Signaalwoorden: omdat, namelijk, want, immers.

Voorbeeld:
Ik houd van extreme sporten, zoals parachutespringen en karten.
Signaalwoorden: bijvoorbeeld, zo, zoals.

Slide 12 - Slide

Verbanden tussen zinnen
Conclusie/samenvatting:
Ik heb vandaag gesport en ik ben op de fiets naar oma gegaan. Kortom, ik heb een sportieve dag gehad.
Signaalwoorden: daarom, dus, kortom, al met al.

Voorwaarde:
Je mag mee naar het pretpark, tenzij je je huiswerk niet af hebt.
Signaalwoorden: als (...dan), wanneer, tenzij.

Slide 13 - Slide

Lucas had dagenlang spierpijn, [...] hij zich dertig keer had opgedrukt.
A
want
B
maar
C
doordat
D
zodat

Slide 14 - Quiz

James maakt zijn huiswerk niet, [...] zit online te gamen met Olivier.
A
want
B
maar
C
doordat
D
zodat

Slide 15 - Quiz

[...] Lana haar pyjama aantrekt, neemt ze een warme douche.
A
want
B
voordat
C
doordat
D
zodat

Slide 16 - Quiz

Saar heeft al haar boeken op alfabet staan, [...] zij ze eenvoudig kan pakken.
A
want
B
voordat
C
doordat
D
zodat

Slide 17 - Quiz

Met Milou valt altijd wat te beleven, [...] ze deinst nergens voor terug
A
want
B
voordat
C
doordat
D
zodat

Slide 18 - Quiz

Lesafsluiting
Volgende week is het vakantie, daarna weer een online les. Het huiswerk voor die online les is:  
▪ Lees in je leesboek
▪ Cursus 6 formuleren §2 - maak opdracht 3 en 4 
▪ Cursus 7 spelling § 12 Mixopdrachten 2 en 4 
▪ Thema B §3 - Lees Verbonden met het net - tekst 1, tekst 2, tekst 3 (blz 139-141)  
 Tot over twee weken!


 

Tot volgende week op st Conleth's


  
  

Slide 19 - Slide