Anne Frank
Les 1
Anne Frank
Les 1
Doelen van de les
De leerlingen kunnen de tekst actief lezen. Ze kunnen de twee verhalen over kinderen die in oorlog leven of leefden met elkaar vergelijken.
De leerlingen weten wat Brahim en Dmitry meemaakten in de oorlog en hoe zij zich voelden en soms nog voelen.
Lesplan
Opdracht 1 bekijk je de uitzending van het Jeugdjournaal.
Opdracht 2 lees je twee teksten.
Opdracht 3 uitleg over het maken van een samenvatting. Je maakt van elke tekst een korte samenvatting.
Opdracht 4 wissel informatie uit met twee andere leerlingen. Jullie vullen samen een vergelijkingsschema in.
Opdracht 5: werk verder aan je brief.
Opdracht 1: Kijkvragen jeugdjournaal
Wat doet oorlog met kinderen?
Hoe helpen mensen van War Child de kinderen in Nederland?
Hoe helpen mensen op de plekken waar het oorlog is?
Wat doet oorlog met kinderen?
Hoe helpen mensen van War Child de kinderen in Nederland?
Hoe helpen mensen op de plekken waar het oorlog is?
Werk nu in drietallen. Iedereen leest een tekst. Bij de teksten hoort ook een woordenlijst. Die vind je na tekst 3. Lees jouw teksten en maak aantekeningen.
Tekst 1: Miljoenen kinderen groeien op in oorlog
Tekst 2: Miljoenen kinderen groeien op in oorlog
Tekst 3: Miljoenen kinderen groeien op in oorlog
Opdracht 2: tekst samen lezen
Opdracht 3: Samenvatten
Je gaat samen de samenvatting maken.
Je krijgt hier 20 minuten voor.
minute
second
Opdracht 4: Een vergelijkingsschema invullen
1Werk weer met hetzelfde drietal. Jullie hebben samen drie teksten gelezen over kinderen in oorlog. Je kunt deze met elkaar vergelijken. Dat doe je in het schema op de volgende bladzijde. Zo zie je snel welke verschillen er zijn tussen deze kinderen en welke dingen hetzelfde zijn.
Vergelijkingsschema
Let op! Sommige delen zijn al ingevuld.
minute
second
Opdracht 5: Een brief schrijven (extra)
Als eindopdracht schrijven jullie een brief aan een kind dat in een oorlogssituatie zit of heeft gezeten. Deze brief schrijf je in de volgende les.
1. Denk aan drie kinderen waar jullie vandaag over hebben gelezen. Hoe zou jij je voelen als je Brahim, Dmitry of Vivienne was?
2. Wat zou je tegen hen of een ander kind dat een oorlog meemaakt of meemaakte kunnen zeggen? Hoe laat je merken dat je heel erg meeleeft?
minute
second
Opdracht 6: