Standaardkostprijs les 1

Leereenheid 5
Management
Bedrijfseconomie 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Leereenheid 5
Management
Bedrijfseconomie 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Deze leereenheid
- Managementdossier - calculatie deel 2 Holland week WF: 0,25
- Toets - Kostprijs berekenen - LIFO FIFO WF: 0,75

Slide 3 - Slide

Vandaag
  • MAN 10:10 - 11:00 uur Uitleg Standaard kostprijs + Opdrachten maken
Pauze
  • MAN 12:05 - 12:35 uur Uitleg opdracht studiewijzer + werken
  • THO 12:35 - 12:55 uur THO
  • CU 12:55 - 13:45 uur
  • Inhaal 13:45 - 14:35 uur

Slide 4 - Slide

Wat is de standaard kostprijs?
De standaard kostprijs is de prijs die het kost om een product zelf te maken. Dit helpt een bedrijf te bepalen voor hoeveel een product verkocht moet worden om winst te maken.
 
💡 Verschil met inkoopprijs en standaard kostprijs

Inkoopprijs = de prijs die je betaalt om een product kant-en-klaar in te kopen.

Standaard kostprijs = de berekende kosten als je het product zelf maakt.

Slide 5 - Slide

Soorten kosten
- Constante kosten (blijven gelijk)
Voorbeeld: huur, machines
- Variabele kosten (veranderen)
Voorbeeld: grondstoffen


Slide 6 - Slide

Productie
- Normale productie (gemiddelde)
- Werkelijke productie (echt aantal)

Belangrijk voor berekening


Slide 7 - Slide

Standaard kostprijs
Formule = Standaard kostprijs: = C/N + V/W
  • Standaard kostprijs: de prijs die het kost om een product te maken.
  • Constante kosten (C): Kosten die constant blijven als de productie wijzigt.
  • Variabele kosten (V): Kosten die veranderen als de productie wijzigt.
  • Normale productie(N): gemiddelde productie die normaal gehaald wordt
  • Werkelijke productie(W): werkelijk verwachte productie komende periode.
  • Variabele kosten per product zijn vaak bekend (V/W)
  • Formule = Standaard kostprijs: = C/N + V/W


Slide 8 - Slide

Voorbeeld Standaardkostprijs

Contante kosten (C) zijn bepaald op € 400.000,-
Normale productie(N) is berekend op 80.000 stuks.
De variabel kosten per stuk (per product) bedragen € 2,-. Dit is dus al V/W!
Standaard kostprijs = C/N + V/W
€400.000 / 80.000 + 2,- = 5,- + 2,- = € 7,-


Slide 9 - Slide

1. Constante kosten passen zich constant aan de productie aan?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quiz

2. Kosten van personeel in vast dienstverband behoren tot de variabele kosten?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quiz

3. De normale productie bereken je door een gemiddelde van de afgelopen jaren te bereken?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quiz

4. V/W staat voor de variabele kosten per product?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quiz

5. Standaard kostprijs = C/W + V/N
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quiz

Formule:
Standaard kostprijs = C / N + V / W

Slide 15 - Slide

🍕 Voorbeeld: Pizza-onderneming “Pizza Perfecto”
Pizza Perfecto maakt en verkoopt heerlijke pizza’s. De eigenaar wil weten hoeveel een pizza daadwerkelijk kost.

Slide 16 - Slide

Stap 1: Constante kosten (C)
Dit zijn kosten die altijd hetzelfde blijven, ongeacht het aantal pizza’s dat gemaakt wordt. Voor Pizza Perfecto zijn de constante kosten:

Huur van het pand: €3.000 per maand

Loon van de pizzabakker (vast salaris): €2.000 per maand

Verzekeringen en administratiekosten: €1.000 per maand

Totale constante kosten (C) = €6.000 per maand

Slide 17 - Slide

Stap 2: Normale productie (N)
Pizza Perfecto produceert gemiddeld 1.500 pizza’s per maand.

Normale productie (N) = 1.500 stuks

Slide 18 - Slide

Stap 3: Berekening standaard kostprijs
Vraag 1: Bereken de standaard kostprijs per pizza als de constante kosten €6.000 zijn en de normale productie 1.500 pizza’s per maand. De variabele kosten per pizza bedragen € 2,50 (V/W)

Vraag 2: Wat gebeurt er met de standaard kostprijs per pizza als de normale productie stijgt naar 1.800 pizza’s per maand?


timer
5:00

Slide 19 - Slide

Vraag 1
Stap 1: Constante kosten per pizza berekenen
€6.000 ÷ 1.500 = €4,00 per pizza

Stap 2: Standaard kostprijs per pizza
€4,00 + €2,50 = €6,50 per pizza

✅ Antwoord vraag 1: €6,50 per pizza

Slide 20 - Slide

Vraag 2
Nieuwe situatie:
Normale productie = 1.800 pizza’s

Stap 1: Nieuwe constante kosten per pizza
€6.000 ÷ 1.800 = €3,33 (afgerond)

Stap 2: Nieuwe standaard kostprijs
€3,33 + €2,50 = ✅ €5,83 per pizza (afgerond)

✅ Antwoord vraag 2: €5,83 per pizza

Slide 21 - Slide

Opdrachten maken
1.01 t/m 1.03 in teams
Klaar --> Kijk na
Plus kijk in de studiewijzer in teams LE5 - start met managementdossier

Slide 22 - Slide