functie nom +acc+gen

Ἡ τῶν Ἀμαζόνων βασίλεια τῆς ζώνης ἐπιθυμεῖ
Welke functie heeft: Ἡ βασίλεια
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling
1 / 19
next
Slide 1: Quiz
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Ἡ τῶν Ἀμαζόνων βασίλεια τῆς ζώνης ἐπιθυμεῖ
Welke functie heeft: Ἡ βασίλεια
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling

Slide 1 - Quiz

Ἡ τῶν Ἀμαζόνων βασίλεια τῆς ζώνης ἐπιθυμεῖ
Welke functie heeft: τῶν Ἀμαζόνων
A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
meewerkend voorwerp

Slide 2 - Quiz

Ἡ τῶν Ἀμαζόνων βασίλεια τῆς ζώνης ἐπιθυμεῖ
Welke functie heeft: τῆς ζώνης
A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
meewerkend voorwerp

Slide 3 - Quiz

Ἡ Ἀδμήτη τὴν τοῦ θηρίου κεφαλὴν ἀποκόπτει.
Welke functie heeft: Ἡ Ἀδμήτη
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling

Slide 4 - Quiz

Ἡ Ἀδμήτη τὴν τοῦ θηρίου κεφαλὴν ἀποκόπτει.
Welke functie heeft: τὴν τοῦ θηρίου κεφαλὴν
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling

Slide 5 - Quiz

Ἡ Ἀδμήτη τὴν τοῦ θηρίου κεφαλὴν ἀποκόπτει.
Welke functie heeft: τοῦ θηρίου
A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
meewerkend voorwerp

Slide 6 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς ἐκ τοῦ Ταρτάρου φεύγει.
Welke functie heeft: Ὁ Ἡρακλῆς
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling

Slide 7 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς ἐκ τοῦ Ταρτάρου φεύγει.
Welke functie heeft: Ὁ Ἡρακλῆς
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling

Slide 8 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς ἐκ τοῦ Ταρτάρου φεύγει.
Welke functie heeft: τοῦ Ταρτάρου
A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
meewerkend voorwerp

Slide 9 - Quiz

Ὁ θέος ὁ τοῦ πολέμου εἰς τὴν μαχὴν βαίνει.
Welke functie heeft: Ὁ θέος
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijwoordelijk bepaling

Slide 10 - Quiz

Ὁ θέος ὁ τοῦ πολέμου εἰς τὴν μαχὴν βαίνει.
Welke functie heeft: τοῦ πολέμου

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
meewerkend voorwerp

Slide 11 - Quiz

Ὁ θέος ὁ τοῦ πολέμου εἰς τὴν μαχὴν βαίνει.
Welke functie heeft: τὴν μαχὴν

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 12 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς τὸν Κέρβερον ἐπι τὴν βασίλειαν τὴν τοῦ Ταρτάρου ἄγει.
Welke functie heeft: τὸν Κέρβερον

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 13 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς τὸν Κέρβερον ἐπι τὴν βασίλειαν τὴν τοῦ Ταρτάρου ἄγει.
Welke functie heeft: τὴν βασίλειαν

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 14 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς τὸν Κέρβερον ἐπι τὴν βασίλειαν τὴν τοῦ Ταρτάρου ἄγει.
Welke functie heeft: τοῦ Ταρτάρου

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 15 - Quiz

Ὁ Ἡρακλῆς τοῦ Κέρβερου οὐκ κρατεῖ.
Welke functie heeft: τοῦ Κέρβερου

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 16 - Quiz

Ὁ ἤρως μετά τοῦ καλοῦ δῶροῦ εἰς τὴν οἰκίαν βαίνει.
Welke functie heeft: Ὁ ἤρως
A
Onderwerp
B
Naamwoordelijk deel
C
Lijdend Voorwerp
D
Bijvoeglijke bepaling

Slide 17 - Quiz

Ὁ ἤρως μετά τοῦ καλοῦ δῶροῦ εἰς τὴν οἰκίαν βαίνει.
Welke functie heeft: τοῦ καλοῦ δῶροῦ

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 18 - Quiz

Ὁ ἤρως μετά τοῦ καλοῦ δῶροῦ εἰς τὴν οἰκίαν βαίνει.
Welke functie heeft: τὴν οἰκίαν

A
bijv. bep.
B
aanvulling werkwoord
C
Bijwoordelijke bepaling (na vz)
D
lijdend voorwerp

Slide 19 - Quiz