Uitscheiding zorgpad delen 8 - 13

UITSCHEIDING
1 / 24
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 24 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

UITSCHEIDING

Slide 1 - Slide

Maatregelen bij veranderingen van de uitscheiding

bij alle geconstateerde veranderingen de volgende algemene maatregelen treffen.

  • Stel de zorgvrager gerust, maar doe geen uitspraken over gevolgen van de observatie.
  • Vraag de zorgvrager welke producten hij gegeten en gedronken heeft, die misschien invloed hebben op kleur, geur en samenstelling van de uitscheiding.
  • Bewaar eventueel de urine of feces om deze te laten zien, zodat de arts een goed beeld krijgt.
  • Rapporteer de veranderingen uitgebreid in het zorgdossier, zo objectief mogelijk.
  • Geef de veranderingen mondeling door aan de leidinggevende.
  • Leg bij veranderingen in het mictiepatroon en bij diarree een vochtbalans aan

Slide 2 - Slide

8. Maatregelen bij veranderingen van de uitscheiding

bij alle geconstateerde veranderingen de volgende algemene maatregelen treffen.

  • Stel de zorgvrager gerust, maar doe geen uitspraken over gevolgen van de observatie.
  • Vraag de zorgvrager welke producten hij gegeten en gedronken heeft, die misschien invloed hebben op kleur, geur en samenstelling van de uitscheiding.
  • Bewaar eventueel de urine of feces om deze te laten zien, zodat de arts een goed beeld krijgt.
  • Rapporteer de veranderingen uitgebreid in het zorgdossier, zo objectief mogelijk.
  • Geef de veranderingen mondeling door aan de leidinggevende.
  • Leg bij veranderingen in het mictiepatroon en bij diarree een vochtbalans aan

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

9 Urineren bevorderen op natuurlijke manieren
Er zijn verschillende natuurlijke middelen of maatregelen om het urineren te bevorderen:

  • veel lichaamsbeweging;
  • prettige houding tijdens het urineren, liefst rechtop zittend met goede ondersteuning;
  • voldoende privacy: streven naar rust en afzondering;
  • voldoende vocht, minimaal anderhalve liter tot twee liter per 24 uur (eventueel vochtbalans bijhouden);
  • waterrijke voedingsmiddelen geven, zoals peer, meloen, selderij;
  • geen zout toevoegen aan de maaltijden;
  • eventuele schaamtegevoelens met de zorgvrager bespreken;
  • zorgen voor de noodzakelijke hulpmiddelen, als de zorgvrager niet uit bed kan;
  • rekening houden met de wensen en de culturele achtergronden van de zorgvrager;
  • de kraan zachtjes laten lopen;
  • een lauwe po aanbieden of er lauw water in doen;
  • de mannelijke zorgvrager laten staan bij het urineren als dit kan en mag;
  • de vrouwelijke zorgvrager op een postoel of toilet laten plassen als dit kan en mag.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

10 Defeceren bevorderen (a)
Er zijn verschillende manieren om het defeceren te bevorderen.   (Obstipatie voorkomen)

  • Zorgvragers moeten voldoende plantaardig vezelrijk voedsel eten en minimaal 1,5 liter vocht per dag drinken. Vocht maakt de ontlasting dunner. Voedingsvezels zijn onverteerbaar en zorgen voor meer volume van de ontlasting. Hierdoor is er meer peristaltiek (darmbeweging).
  • Te weinig vet in de voeding kan ook tot obstipatie leiden, zorg voor voldoende vetopname door margarine op brood, sla aangemaakt met wat (gezonde) olie.
  • De aandrang blijft maar ongeveer een kwartier. Daarom mag je iemand die hulp nodig heeft bij de stoelgang niet laten wachten op het moment dat hij aandrang heeft. Dit werkt verstopping in de hand
  • Als gewoonte is geworden om de ontlasting op te houden, kan de zorgvrager dit bewust gaan veranderen. Een goed advies is: als je aandrang voelt, meteen naar het toilet gaan.
  • De darmbewegingen (peristaltiek) worden ook gestimuleerd door lichaamsbeweging. Regelmatig bewegen helpt dus mee obstipatie te voorkomen.
  • Ontlasten gaat vaak gepaard met geluiden en geuren. Als andere mensen deze kunnen horen of ruiken, wordt de aandrang meestal onderdrukt. Privacy is daarom een belangrijke voorwaarde voor een goede stoelgang.

Slide 8 - Slide

10 Defeceren bevorderen (b)
Er zijn verschillende manieren om het defeceren te bevorderen.   (Obstipatie voorkomen)

  • De ontlasting wordt door de endeldarm naar buiten geperst. Hierbij is hulp nodig van de buikspieren. Kan de zorgvrager om welke reden dan ook niet persen, dan is er kans op obstipatie. Mogelijke oorzaken van verminderde perskracht: een pijnlijk, vers litteken, ouderdom, long- en hartproblemen of een zwakke plek in de buikwand (breuk en slappe buikspieren).
  • Persen gaat het best gehurkt. niet te hoog toilet maakt een goede pershouding mogelijk. Je moet met je voeten op de grond kunnen komen en iets voorover kunnen leunen. Bij een verhoogd toilet kan een voetenbankje een oplossing zijn. In plaats van een verhoogd toilet kun je ook handgrepen aan de muur bevestigen.

Slide 9 - Slide

 11. Urine-incontinentie

  • Stressincontinentie (inspanningsincontinentie) is de meestvoorkomende vorm van urine-incontinentie, voornamelijk bij vrouwen. Stressincontinentie geeft vooral overdag klachten. Vooral bij inspanning, zoals niesen, hoesten, lachen en tillen, is er urineverlies. In veel gevallen is de oorzaak van stressincontinentie verslapte bekkenbodemspieren en de blaaswand
  • Urge-incontinentie (aandrangincontinentie). Bij deze vorm van incontinentie ontstaat een hevige aandrang tot plassen, waaraan vrijwel direct moet worden toegegeven, omdat iemand anders urine verliest. De blaas trekt al vroeg samen, ook als deze nog maar weinig gevuld is. Men spreekt ook wel van een overactieve blaas. De oorzaken zijn heel verschillend, zoals neurologische aandoeningen, maar ook stress, overmatig gebruik van koffie, thee, en alcohol en urineweginfecties
  • Druppelincontinentie is het onwillekeurig lekken van kleine hoeveelheden urine uit de blaas als gevolg van een overvolle en overrekte blaas. Bij geringe drukverhoging kan de blaas dan ‘overlopen’. Oorzaak is een verzwakte blaasspier of obstructie, zoals bij multiple sclerose, CVA, prostaatproblemen en na operaties in de buikholte.
  • Bij reflexincontinentie wordt na een normale vulling van de blaas uitgeplast, terwijl de zorgvrager daar geen controle over heeft. De situatie is te vergelijken met die bij een baby en ontstaat als de reflexen tussen blaas en ruggenmerg onbeschadigd zijn, maar het samenspel met de hersenen is verstoord, zoals bij dwarslaesie en multiple sclerose.
  • Functionele incontinentie: hierbij is sprake van grote hoeveelheden urineverlies een aantal keren per dag. Dit kan het gevolg zijn van immobiliteit, medicijnen die de alertheid verminderen, gebruik van plasmiddelen, dementie.
  • Bij volledige incontinentie verliest iemand continu druppelsgewijs urine. Er is geen enkele controle over de mictie en er is geen gevoel van aandrang.

Slide 10 - Slide

11.2 Benadering en onderzoek bij urine-incontinentie
Schaamte van zorgvrager houdt het probleem langer uit beeld.

Wat kan de oorzaak zijn?

In beeld krijgen! 
vochtbalans bijhouden: vochtinname, aantal lozingen

meting van kracht van de urinestraal
blaasretentie  

Slide 11 - Slide

11.3 Behandeling urine-incontinentie
oefeningen / therapie
operatieve ingreep

blaastraining

Slide 12 - Slide

12.1  Incontinentie van ontlasting
Zorgvragers kunnen door verschillende oorzaken incontinent van ontlasting zijn.

diarree. Bij diarree is de aandrang zo heftig dat het niet mogelijk is het op te houden. Bereik je niet op tijd het toilet of de postoel, dan verlies je de ontlasting.
Aandoening van de darmen waardoor diarree ontstaat, bijvoorbeeld chronische darmontsteking.
Darmoperatie, waardoor ontlasting onvoldoende kan indikken en er voortdurend dunne ontlasting ontstaat.
Cognitieve stoornis, bijv dementie, waardoor besef er niet meer is om de ontlasting op te houden.
Neurologische stoornis, waardoor kringspier anus niet meer werkt, zoals bijv dwarslaesie, CVA, MS.
Beschadiging van de kringspier van de anus door letsel, bijvoorbeeld een ruptuur als gevolg van een bevalling.

Slide 13 - Slide

12.2 Behandeling van incontinentie van ontlasting
 het ontlastingsvolume te verkleinen door vezelrijke voeding te beperken,
aandoeningen die diarree veroorzaken te behandelen

In sommige gevallen kan door laxeren de darm leeggemaakt worden, zodat de incontinentie 24 uur of langer afwezig is.

 Soms kan elektrostimulatie van de kringspier helpen om de controle terug te krijgen. 

Slide 14 - Slide

13. Zorgen voor een zorgvrager met diarree


Diarree kan allerlei oorzaken hebben, bijvoorbeeld verkeerd of besmet voedsel, angst, spanning, of een darmziekte.

Slide 15 - Slide

13.1 Klachten
Klachten die zich kunnen voordoen bij diarree:

  • frequente aandrang
  • krampen, winderigheid
  • dunne, waterige ontlasting, soms met vaste bestanddelen
  • onaangename geur
  • afwijkende kleur, afhankelijk van de oorzaak
  • soms ook bloed en slijm, bijvoorbeeld bij darmontsteking

Slide 16 - Slide

Bij diarree passeert de voeding heel snel de darmen. Wat betekent dit voor de conditie van de zorgvrager?

Slide 17 - Open question

13.2 Oorzaken en maatregelen
Bacterie> Buikgriep (Salmonella, Noro) 


Bij besmettelijkheid extra hygienische maatregelen
Medicatie
Isolatieverpleging

Slide 18 - Slide

13.3 Aandachtspunten verzorgende
  • Zorg dat de zorgvrager bij aandrang snel naar het toilet of op de po kan.
  • Geef de zorgvrager in overleg (tijdelijk) incontinentiemateriaal.
  • Houd een vochtbalans bij.
  • Zorg voor extra vochtopname (bouillon, thee, water). Gebruik eventueel een oplossing met glucose en zout (O.R.S.) om uitdroging tegen te gaan.
  • Adviseer de zorgvrager geen zoetigheid, koekjes of chocolade en melkproducten te gebruiken, want deze verergeren de diarree.
  • Zorg voor aangepaste voeding, ga na wat de zorgvrager kan verdragen, normale voeding is geen bezwaar bij diarree.
  • Geef zo nodig extra hygiënische verzorging na pogebruik en toiletbezoek.
  • Vraag de zorgvrager zijn handen steeds goed te wassen na toiletbezoek.
  • Maak het toilet drie keer per dag schoon bij diarree, desinfecteer het toilet bij besmetting van de bril.
  • Geef de zorgvrager informatie over diarree.
  • Raadpleeg de arts en stel je op de hoogte van de adviezen bij diarree via de website van het Voedingscentrum.

Slide 19 - Slide

13.4 Overloopdiarree (paradoxale diarree)
Bij overloopdiarree heeft een zorgvrager diarree, terwijl er eigenlijk sprake is van een verstopping. 
Zachte ontlasting vindt dan zijn weg langs de verstopping, waardoor er ondanks de verstopping toch diarree is. 
Vaak is niet meteen duidelijk dat er sprake is van overloopdiarree en dus van een verstopping in de darmen. Wel heeft een zorgvrager vaak eerst last heeft van een moeilijke stoelgang en vervolgens van diarree.
Overloopdiarree wordt in principe behandeld door eerst de harde stukken ontlasting te verwijderen of laxeermiddelen toe te dienen.

Slide 20 - Slide

TVV-check Urine incontinentie
maak een duo
lees de theorie (via mail ontvangen)
Maak daarna samen de 10 vragen (in ppt bestand dat je krijgt gemaild)

Slide 21 - Slide

TVVcheck urine-incontinentie
Klassikaal nabespreken van de vragen 

hoe hebben jullie gescoord?

De powerpoint met vragen en antwoorden krijg je van mij gemaild

Slide 22 - Slide

E-learning
Maak 
Bij het behalen: Sla het bewijsstuk in CumLaude (portfolio en studieroute)

Slide 23 - Slide

Bedankt voor je aandacht! Nu ga ik even pauzeren... 

Slide 24 - Slide