Hoofdstuk 2 mens en omgeving en so

1 / 49
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00
   ___________
aan de kapstok
______
de kluis

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Programma van de les
eerste lesuur
  • herhaling
  • stofwissen
  • klamvochtig afnemen

tweede lesuur
  • SO




Slide 5 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
Aan het einde van de les: 
  • Je kunt een werkvolgorde en planning maken voor de uit te voeren werkzaamheden
  • Je kunt deze werkzaamheden uitvoeren volgens plan
  • Je kunt onderhoudsvoorschriften lezen, interpreteren en ernaar handelen
  • Je kunt schoonmaakmiddelen, –apparatuur en -materialen kiezen en gebruiken
  • Je kunt gebruikte materialen schoonmaken en opruimen 

Slide 6 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Onderwerpen: Schoonmaak

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Mens en omgeving H2

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Hoe zit je er vandaag bij?

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Wat moet je weten en kunnen?
 Leerdoelen:
  • Je kunt een werkvolgorde en planning maken voor de uit te voeren werkzaamheden 
  • Je kunt deze werkzaamheden uitvoeren volgens plan 
  • Je kunt onderhoudsvoorschriften lezen, interpreteren en ernaar handelen 
  • Je kunt schoonmaakmiddelen, –apparatuur en -materialen kiezen en gebruiken 
  • Je kunt gebruikte materialen schoonmaken en opruimen 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Verbale communicatie 
Non-Verbale communicatie

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

Wat betekent de afkorting HDL:
A
Hele dag luieren
B
Huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen
C
Huis-Dier-Leven
D
Huishoudelijk-Dozen-Levernsverrichtingen

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Waarom is het belangrijk om schoon te maken?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions

Waarom is het belangrijk om schoon te maken?
Het geeft rust 
Het ziet er verzorgd uit
Belang voor je gezondheid
Goede hygiëne. Gezond blijven door regelmatig de omgeving schoon te houden. Helpt ziektes te voorkomen. 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Frequentie en schoonmaakplan
Niet alles hoeft dagelijks schoongemaakt te worden. 

De schoonmaakfrequentie kan verschillen.

 Sommige werkzaamheden doe je periodiek of jaarlijks. 

De schoonmaakfrequentie staat in het schoonmaakplan

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Soorten vuil:
Droog vuil: zichtbaar, droog reinigen.

Aangekleefd vuil: zichtbaar, klamvochtig reinigen.

Onzichtbaar vuil: micro-organismen, desinfecteren.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Dagelijkse schoonmaaktaken
Periodieke schoonmaaktaken
Wasmachine reinigen
Ramen zemen
Reinigen van de diepvries
Stofzuigen
WC schoonmaken
De afwas doen

Slide 17 - Drag question

This item has no instructions

Werkvolgorde 
Vaste werkvolgorde:
  1. Werk van schoon naar vuil.
  2. Werk van hoog naar laag.
  3. Werk van droog naar nat.


Fases
1 Voorbereiding: Zet de juiste materialen en middelen klaar.
2 Uitvoering: Voer de schoonmaaktaak uit.
3 Afronding: Ruim de materialen en middelen op.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Vaste volgorde 
In de professionele schoonmaak moet je het schoonmaakplan volgen. Daarnaast gelden deze schoonmaakregels voor de werkvolgorde:

1. Werk van schoon naar vuil. 
2. Werk altijd van buiten naar binnen.
3. Werk van hoog naar laag.


Begin altijd op een vast punt. 
Bij het moppen van een vloer werk je altijd naar de deur of uitgang toe.
Werk steeds linksom of rechtsom in een ruimte, dan vergeet je niets.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Wat hoort bij een dagelijkse schoonmaak?
A
Ramen zemen
B
Tafel schoonmaken
C
Vloer dweilen

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Koelkast schoonmaken, bed verschonen valt onder
A
Dagelijkse schoonmaak
B
Wekelijkse schoonmaak
C
Grote schoonmaakbeurt

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Hoe vaak maak je je wc schoon?
A
wekelijks
B
maandelijks
C
dagelijks

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Je keuken maak je hoe vaak schoon?
A
maandelijks
B
jaarlijks
C
wekelijks
D
dagelijks

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

Periodieke schoonmaak is
A
iets dagelijks reinigen
B
onregelmatig iets reinigen
C
met vaste regelmaat iets reinigen
D
nooit iets reinigen

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat hoort bij een periodieke schoonmaak?
A
Ramen zemen
B
Toilet schoonmaken
C
Aanrecht keuken schoonmaken
D
Eettafel afnemen

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Lezen van etiketten:
Wat zit erin?

Waarvoor kan je het middel gebruiken?

Hoeveel moet je gebruiken?

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Gevarensymbolen
Op schoonmaakmiddelen staan symbolen op de etiketten.


Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Gevarensymbolen
  • Gevaarlijke stoffen zijn herkenbaar aan gevarensymbolen
  • Elk gevaar heeft zijn eigen symbool 

Als je werkt met gevaarlijke stoffen moet je jezelf beschermen

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Wat betekent dit symbool?
A
Gevaar gezondheid
B
Giftige stoffen
C
Gevaar milieu
D
Schadelijke of irriterende stoffen

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent dit symbool?
A
giftige stoffen
B
gevaar gezondheid
C
schadelijke of irriterende stoffen
D
gevaar milieu

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent dit
gevaren-symbool?
A
explosief
B
irriterend
C
schadelijk
D
giftig

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Soorten vuil
Verschillende soorten vuil vereisen verschillende schoonmaakmiddelen en -technieken
  • Droog vuil: zand, hondenharen
> kan je zien 
>> droog vuil reinig je droog
>>> Vegen, stofzuigen, stofwissen, afstoffen




Slide 32 - Slide

Controle vraag:

Wat zijn micro organismen?

Micro-organismen: bacteriën zijn kleine levende wezens die we met het blote oog niet kunnen zien.

Slide 33 - Video

This item has no instructions

Praktijkopdracht stofwissen
  • Je gaat samen met een klasgenoot een ruimte stofwissen.
  • Je gaat de stappen nu zelf uitvoeren. 
  • Lees daarna op de leskaart de stappen door en voer ze uit.
  • Na afloop beantwoord je volgende vragen:

Je hebt de volgende materialen nodig:
  1. stofwisframe
  2. stofwisdoek
  3. stoffer en blik
  4. werkdoek
- wat ging goed?
- wat kan beter?

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Praktijkopdracht stofwissen
Je gaat samen met een klasgenoot een ruimte stofwissen. Bekijk eerst de video. 
Je gaat de stappen nu zelf uitvoeren. Lees op de leskaarten eerst de stappen door voor het stofwissen. Na het uitvoeren van de opdracht vul je zelf het beoordelingsschema in.

Je hebt de volgende materialen nodig:
  • stofwisframe
  • stofwisdoek
  • stoffer en blik
  • werkdoek

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Soorten vuil
  • Aangekleefd vuil: modder, limonade, koffievlekken. 
> kan je zien 
>> maak je klamvochtig schoon.  Een doek of dweil maak je nat met ''allesreiniger''  en wring je goed uit.
>>> ramen schoonmaken, dweilen, schrobben, boenen 




Slide 36 - Slide

''allesreiniger'' ???
> het reinigingsmiddel wat ervoor nodig is. 
ramen met glasreiniger 
vloeren met allesreiniger 
etc 

Slide 37 - Video

This item has no instructions

Praktijkopdracht klamvochtig 
  • Bekijk eerst de video.
  • Lees daarna op de leskaart de stappen door en voer ze uit.
  • Na afloop vul je zelf het beoordelingsschema in.

Materialen:
  1. microvezeldoek
  2. allesreiniger  
  3. reinigingsmiddel (indien nodig)
  4. werkdoek

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Soorten vuil
Onzichtbaar vuil: bacteriën en schimmels in het toilet, douche en keuken, telefoon
> kan je niet zien met je ogen zonder microscoop
>> oppervlakte schoonmaken / desinfecteren met desinfecteermiddel, luchtfilters gebruiken in een ruimte. 
>>> eerst reinigen, dan desinfecteren



Tip: Desinfecteren doe je met een schoonmaakmiddel dat bacteriën en virussen doodt, zoals een allesreiniger met desinfecterende werking of alcoholoplossing.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Praktijk:
  • stofwissen
  • klamvochtig afnemen





timer
20:00

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

SO
S
SUCCES !!

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

SO
 SUCCES !!

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Slide 43 - Video

This item has no instructions

Wat heb ik heel goed gedaan?
Waar heb ik een compliment over gekregen?

Slide 44 - Open question

This item has no instructions

Hoe ging de praktijkopdracht
😒🙁😐🙂😃

Slide 45 - Poll

This item has no instructions

Wat zijn mijn verbeterpunten?

Slide 46 - Open question

This item has no instructions

       Terugkijken op            de leerdoelen
Aan het einde van de les:



  • Je kunt een werkvolgorde en planning maken voor de uit te voeren werkzaamheden
  • Je kunt deze werkzaamheden uitvoeren volgens plan
  • Je kunt onderhoudsvoorschriften lezen, interpreteren en ernaar handelen
  • Je kunt schoonmaakmiddelen, –apparatuur en -materialen kiezen en gebruiken
  • Je kunt gebruikte materialen schoonmaken en opruimen 

Slide 47 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Welk cijfer zou je jezelf geven voor aandacht tijdens deze les?
-110

Slide 48 - Poll

This item has no instructions

Einde van de les
  • Wees trots op jezelf! 
  • Laat je werkplek netjes achter! 
(tafeltjes recht, stoelen aanschuiven en rommel opruimen)
  • Neem mee wat goed is gegaan, verbeter zaken indien nodig

Slide 49 - Slide

This item has no instructions