H11 - Redoxreacties _ H11.1 - 11.4

Hoofdstuk 6 RedOx-reacties
1 / 35
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 6 RedOx-reacties

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen  - Hoofdstuk 6
Na deze paragrafen weet ik...:
  • wat een elektrochemische reactie is (RedOx-reactie)

Na deze paragrafen kan ik...:
  • uitleggen wat een oxidator en een reductor is
  • Binas gebruiken bij het opstellen van elektrochemische reacties
  • halfreacties opstellen van een elektrochemische reactie
  • een totaalreactie opstellen van een elektrochemische reactie
  • RedOx-reactie opstellen in een netraal / zuur / basisch milieu

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Bekijk de volgende filmpjes
Introductie RedOx-reacties

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Redoxreacties
  • Reactie waarbij elektronen (e-) worden overgedragen.
  • Altijd minimaal twee deeltjes aanwezig:
  • -> Oxidator: neemt elektronen op
  • -> Reductor: staat elektronen af

  • Soms reageren meerdere deeltjes samen als oxidator of reductor.
  • Binas tabel 48.

  • Voorbeelden: roesten/corrosie, verbranding, reacties in de batterij.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Oxidator

  • Neemt elektronen op
  • Elektronenacceptor
  • Linkerkolom Binas 48
  • Sterkste oxidator links bovenin (F2)
  • Voorbeeld chloor:

Cl2 (g) + 2 e- -> 2 Cl-
Reductor

  • Staat elektronen af
  • Elektronendonor
  • Rechterkolom Binas 48
  • Sterkste reductor rechts onderin (Li)
  • Voorbeeld ijzer:

Fe (s) -> Fe2+ + 2 e-

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Redoxkoppels
Voorbeeld chloor: Cl2 + 2 e- -> 2 Cl-

  • In het voorbeeld is chloor oxidator (neemt e- op).
  • Er ontstaat Cl-, dit is een reductor.
  • Cl2 en Cl- noemen we samen een redoxkoppel.
  • In Binas 48 staan veel voorkomende redoxkoppels.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Zuurbase

  • H+ overdracht
  • Zuur reageert met base
  • Zuur staat H+ af
  • Base neemt H+ op
  • Binas tabel 49
Redox

  • Elektronen (e-) overdracht
  • Reductor reageert met oxidator
  • Reductor staat e- af
  • Oxidator neemt e- op
  • Binas tabel 48

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Redoxreacties herkennen
Voorbeeld: 2 Na (s) + Cl2 (g) -> 2 NaCl (s)

  • Na (s) voor de pijl heeft geen lading, na de reactie is dit Na+ geworden (in een zout).
  • Cl2 (g) voor de pijl heeft geen lading, na de reactie is dit Cl- geworden.
  • Na heeft dus een elektron afgestaan aan Cl2.
  • Na is reductor, Cl2 is oxidator.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Leg uit dat dit een redoxreactie is:
2 Zn + O2 -> 2 ZnO

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Halfreacties
  • Elke redoxreactie bestaat eigenlijk uit 2 halve reacties: 
  • 1 van de oxidator en 1 van de reductor.

  • Dit geven we weer in halfreacties (Binas 48).
  • Twee halfreacties (red en ox) geven de totaalreactie.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Halfreacties van open vraag
  • Voorbeeld: 2 Zn + O2 -> 2 ZnO

  • ox: O2 + 2 e- -> 2 O2-
  • red: Zn -> Zn2+ + 2e

  • Bij elkaar optellen geeft de totaalreactie (ionen vormen samen zout).

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Sterkte oxidatoren/reductoren
  • Redoxreactie vindt plaats tussen sterkste oxidator en de sterkste reductor die aanwezig zijn.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Voorspel of er een redoxreactie zal plaatsvinden tussen water en natrium.

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Slide 16 - Video

This item has no instructions

Stappenplan opstellen redoxreactie
  1. Noteer de formules van alle deeltjes (ook H2O in oplossing, H+ in zuur milieu, OH- in basisch milieu).
  2. Zoek de sterkste reductor en sterkste oxidator.
  3. Noteer beide halfreacties.
  4. Optellen voor totale vergelijking (let op! Elektronen voor en na de pijl moeten gelijk zijn).
  5. Eventueel deeltjes wegstrepen die voor én na de pijl staan.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Tin(II)chloride-opl. met oxaalzuur-opl.
  1. Deeltjes: Sn2+, Cl-, H2O, H2C2O4
  2. Red: H2C2O4 (-0,49), Ox: Sn2+ (-0,14)
  3. Red: H2C2O4 -> 2 CO2 (g) + 2 H+ + 2e-                                                                          Ox: Sn2+ + 2 e- -> Sn (s)                              
  4. Totaal: H2C2O4 + Sn2+ -> 2 CO2 + 2 H+ + Sn (s) 


Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Bekijk de volgende filmpjes
Opstellen van RedOx-reacties

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Kaliloog + waterstofgas + broomwater
  1. Deeltjes: K+, OH-, H2 (g), Br2 (l)
  2. Red: H2 + 2 OH- (-0,83), ox: Br2 (+1,07)
  3. Red: H2 + 2 OH- -> 2 H2O + 2e-                                                                                            Ox: Br2 + 2 e- -> 2 Br-                              
  4. Totaal: H2 + 2 OH- + Br2 -> 2 H2O + 2 Br- 


Slide 21 - Slide

This item has no instructions

RedOx in neutraal / zuur / basisch milieu
  • Redoxreactie kunnen ook plaatsvinden in aangezuurd of basisch milieu
  • Dit kan van invloed zijn op de reactie

  • Zuur millieu: H+ - deeltjes erbij noteren
  • Basisch millieu: OH- - deeltjes erbij noteren

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Aangezuurd kaliumpermanganaat-opl. + natriumthiosulfaat-opl.
  1. Deeltjes: H+, K+, MnO4-, H2O, Na+, S2O32-
  2. Red: S2O32- (+0,10), ox: MnO4- + 8 H+ (+1,51)
  3. Red: 2 S2O32- -> S4O62- + 2e-                           (5x) elektronen gelijk maken  Ox: MnO4- + 8 H+ + 5 e- -> Mn2+ + 4 H2O      (2x)                   
  4. Totaal: 10 S2O32- + 2 MnO4- + 16 H+ -> 5 S4O62- + 2 Mn2+ + 8 H2O


Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Standaard Elektrodepotentiaal (V0)

  • Een maat voor de sterkte van de oxidator in het koppel
  • Eenheid = Volt (joule per coulomb)

  • Verschil in Elektrodepotentiaal (∆V0) bepaald of reactie wel/niet verloopt
  • Berekenen: ∆V0 = V0 OX – V0 RED

  • ≥ 0,3 V dan aflopend
  • Tussen 0,3 en -0,3 V dan evenwicht
  • ≤ -0,3 V dan geen reactie


Slide 24 - Slide

This item has no instructions

BiNaS T.48
  • Uitzonderingen op Binas Tabel 48:
  • V0 is andere waarde, bij andere omstandigheden dan Binas
  • Oxidatoren HSO4- en SO4- reageren in warm geconcentreerd zwavelzuur

  • Geconcentreerd salpeterzuur reageert anders dan verdunt salpeterzuur:
  • => Geconcentreerd HNO3 geeft NO2-gas
  • => Verdund HNO3 geeft NO-gas = sterkere reductor

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Kan een blokje natrium als reductor of als oxidator reageren?
A
Alleen reductor
B
Alleen oxidator
C
Beide

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Kan chloorgas als reductor of als oxidator reageren?
A
Alleen reductor
B
Alleen oxidator
C
Beide

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de halfreactie als ijzerpoeder reageert in een redoxreactie? Gebruik Binas 48.
A
Fe>Fe2++2e
B
Fe2++2e>Fe
C
Fe3++e>Fe2+
D
Fe2+>Fe3++e

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de halfreactie als zuurstof in zuur milieu reageert in een redoxreactie? Gebruik Binas 48.
A
O3+2H++2e>H2O+O2
B
O2+4H++4e>2H2O
C
O2+2H++2e>H2O2
D
O2+2H2O+4e>4OH

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Geef de halfreacties van waterstofperoxide wanneer deze:
a) aangezuurd is
b) niet aangezuurd is

Slide 30 - Open question

a) H2O2 + 2 H+ + 2 e- → 2 H2O

b) H2O2 + 2 e- → 2 OH-
Geef de halfreacties + totaalvergelijking van de redoxreactie tussen aluminium en aangezuurd waterstofperoxide.

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Aan een basische oplossing van natriumnitriet wordt een oplossing van kaliumpermaganaat toegevoegd.
Geef de totale redox vergelijking.

Slide 32 - Open question

This item has no instructions


De vergelijking van de halfreactie van pyriet is hieronder gedeeltelijk weergegeven. Neem deze vergelijking over en maak kloppend door de juiste coëfficiënten en de elektronen aan te vullen:
                              FeS2  + H2O  --> SO42-  +  H+  + Fe3+   

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Geef de halfreactie van Sn⁴⁺ → Sn²⁺.
Bedenk zelf hoeveel e⁻ hierbij betrokken zijn
en waar ze staan.

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Wat vind je nu nog lastig?
Waar heb je nog uitleg over nodig?
Wat zou je nog (meer) willen oefenen?

Slide 35 - Open question

This item has no instructions