8a Blok 1 - week 3 - les 2 rente en BTW

Warming up:
Hoe reken ik 10% van € 800,- uit?
1 / 21
next
Slide 1: Open question
Basisschool

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Warming up:
Hoe reken ik 10% van € 800,- uit?

Slide 1 - Open question

Een computer kost € 500,-
Ik krijg 30% korting.
Wat moet ik betalen?
A
€ 200,-
B
€ 250,-
C
€ 300,-
D
€ 350,-

Slide 2 - Quiz

Wat is de 1% regel?

Slide 3 - Open question

Een computer kost € 400,-
De prijs wordt met 6% verhoogd.
Wat moet ik betalen?
A
€ 404,-
B
€ 424,-
C
€ 406,-
D
€ 430,-

Slide 4 - Quiz

lesdoel

Ik kan berekeningen maken met rente, prijsverhoging en BTW.


BTW
Belasting Toegevoegde Waarde
Omzetbelasting

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Link

BTW

Als je iets koopt, is een deel van de prijs omzetbelasting. Dit deel moet de verkoper afdragen aan de belastingdienst. Die betaalt met dat geld allerlei zaken die voor ons allemaal belangrijk zijn. Bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe wegen.

Er zijn verschillende Btw-tarieven: 6% op geneesmiddelen of voedsel en 21% op overige goederen.

Slide 7 - Slide

Waarom betalen wij BTW?

Slide 8 - Open question

Exclusief 21% BTW
Inclusief 6% BTW

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Een scooter kost € 2.000,- exclusief 21% BTW. Inclusief BTW betaal je € 2.021,-
A
waar
B
niet waar

Slide 11 - Quiz

Wat betekent exclusief BTW

Slide 12 - Open question

Slide 13 - Slide

€ 4000,- exclusief 21% BTW
Wat moet ik betalen? We gebruiken de 1% regel.
Zet dit in je spiekschrift.


1. Deel het bedrag door 100. Dus € 4000 : 100 =  € 40

2. Vermenigvuldig dat bedrag met 21. Dus € 40 x 21 = € 840

3. Tel dit bedrag op bij de € 4000. Dus € 4000 + € 840 = € 4840

Slide 14 - Slide

Wij samen
  • Ik reken uit hoeveel euro 6% is.
  • Ik tel het aantal Euro's op bij de prijs.
  • Nu weet ik de prijs, inclusief BTW.
De prijs van deze taart is
€ 250,- exlusief 6 % BTW.
  Wat moet ik betalen?

Slide 15 - Slide

Jullie
  • Ik reken uit hoeveel euro 6% is.
  • Ik tel het aantal Euro's op bij de prijs.
  • Nu weet ik wat ik moet betalen.
De prijs van deze fiets is
€ 1200,- .

De prijs wordt verhoogd met 6%. Wat moet ik betalen?

Slide 16 - Slide

Jij
De prijs van deze oldtimer is € 5500,- .
De prijs wordt verhoogd met 3%. Wat moet ik betalen?

Slide 17 - Slide

GEBRUIK EEN VERHOUDINGSTABEL

Slide 18 - Slide

Vragen
  • Wat is de 10% regel
  • Wat is de 1% regel
  • Waarom betalen wij BTW
  • Hoeveel procent BTW zit er oop voedsel en geneesmiddelen
Denk eraan:
gebruik een verhoodingstabel als je het moeilijk vindt.

Slide 19 - Slide

Reken uit:
Schrijf het antword op je wisbord.

Slide 20 - Slide

aan het werk
8A Blok 1- week 3 - les 2.

Opgave 0
Opgave 1
Opgave 2

Slide 21 - Slide