H2 Herhalen paragraaf 1,2,3

Telefoon niet nodig deze les.
1 / 28
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 28 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Telefoon niet nodig deze les.

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Deze les: herhalen paragraaf 1 t/m 3
§2.1AB
§2.1CD
§2.2
§2.3
§2.4
§2.5

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.1C
Leerdoel 3:
Ik kan bepalen of een steekproef representatief is.











Slide 7 - Slide

Aantekening leerdoel 3 theorie 2.1C
Steekproef representatief:
- voldoende groot
- aselect (elk element van de populatie heeft een even grote kans om in de steekproef voor te komen.)

Populatie: de groep waarover het onderzoek gaat.

Slide 8 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.1D
Leerdoel 4:
Ik kan de populatie- en steekproefproportie uitrekenen en ze uit elkaar halen.

In aantekening leerdoel 3:
Populatie: de groep waarover het onderzoek gaat.

Proportie: deel dat aan kenmerk voldoet.











Slide 9 - Slide

Aantekening leerdoel 4 theorie 2.1D
Populatieproportie:
Deel van de gehele populatie dat aan het kenmerk voldoet.


Steekproefproportie:
Deel van de steekproef dat aan het kenmerk voldoet.

Slide 10 - Slide

Aantekening leerdoel 4 theorie 2.1D




Oftewel:
Deel dat voldoet :  geheel(populatie of steekproef)
Hier niet keer 100%, want laten het als komma getal staan.

Slide 11 - Slide

Ter info

Slide 12 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.2A+B
Leerdoel 5:
Ik kan bepalen of een variabele kwalitatief is of kwantitatief.
(dit onderscheid is later handig voor het kiezen van de juiste tools om de data te analyseren)

Variabele: iets wat kan veranderen
Hier alle verschillende antwoorden op de vragen van een enquête.

Dit zijn dus niet altijd getallen. Maar kunnen ook woorden zijn.











Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Aantekening leerdoel 5 theorie 2.2AB
Variabele kwalitatief of kwantitatief?

Slide 15 - Slide

We kunnen de variabele verder onderverdelen.
Variabele kwalitatief of kwantitatief?
Nominaal
Ordinaal
Discreet
Continu

Slide 16 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.2C+D
Leerdoel 6:
Ik kan kwalitatieve variabele onderverdelen in de meetniveaus nominaal en ordinaal.

Leerdoel 7:
Ik kan kwantitatieve variabele onderverdelen in discrete en continue variabele.











Slide 17 - Slide

Aantekening leerdoel 6+7, theorie 2.2C+D
Kwalitatieve variabele:
2 meetniveaus:
nominaal, er is geen volgorde (bv: geslacht)
ordinaal, er is een volgorde/ordening aanwezig (bv: vooropleiding mavo, havo, vwo)

Kwantitatieve variabele:
discrete: sommige tussenliggende waarden zijn niet mogelijk (bv schoenmaat)
continue: alle tussenliggende waarden zijn mogelijk (bv voetlengte)











Slide 18 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.3A
Leerdoel 8:
Ik kan de centrummaten gemiddelde, modus en mediaan bepalen en ik weet wanneer ik welke centrummaat kan gebruiken.











Slide 19 - Slide

Aantekening leerdoel 8, theorie 2.3A

Slide 20 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.3B
Leerdoel 9:
Ik kan spreidingsbreedte en interkwartielafstand bij een boxplot berekenen.











Slide 21 - Slide

Aantekening leerdoel 9, theorie 2.3B
Spreidingsbreedte: verschil kleinste en grootste getal. (240-80=160)
Interkwartielafstand: breedte van de box, Q3-Q1 (160-110=50)

Slide 22 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.3C
Leerdoel 10:
Ik weet wat de standaardafwijking is en weet wanneer deze groter of kleiner wordt.











Slide 23 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.3C

Slide 24 - Slide

Hoofdstuk 2, 2.3C

Slide 25 - Slide

Aantekening leerdoel 10, theorie 2.3C
σ (sigma) staat voor standaardafwijking. Dit geeft een beeld van de gemiddelde afwijking ten opzichte van het gemiddelde.

(de berekening hoef je niet uit je hoofd te kennen, maar je moet wel weten wanneer een standaardafwijking kleiner of groter wordt.)

Slide 26 - Slide

Opgave oefenen
Opgave 14 gemengde opgave blz. 187

Zelf maken, overleg op fluistertoon toegestaan.
Deze opgave bespreken we samen.

Slide 27 - Slide

Klaar: belangrijke opgave: 12, 16, 35ab, 40 en 44

Slide 28 - Slide