Klas 3K, H4 Lezen

Nederlands klas 3 
Week van 2020
Docent: meneer Weerman
1 / 24
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Nederlands klas 3 
Week van 2020
Docent: meneer Weerman

Slide 1 - Slide

Les 1 + 2 + 3 + 4
H4 Lezen: Tekstverbanden en signaalwoorden (2)

Slide 2 - Slide

Afspraken 
5 algemene afspraken:  
1. Ik ga respectvol om met anderen en andermans spullen 
2. Ik volg de instructie van alle medewerkers op 
3. Ik ruim (mijn) afval op 
4. Ik loop rustig door de school 
5. In school draag ik geen pet en doe ik mijn capuchon af 
 
En 4 afspraken in de klas:  
1. Ik heb mijn schoolspullen in orde 
2. Mijn iPad gebruik ik alleen met toestemming van de docent 
3. Mijn telefoon bewaar ik in mijn kluis. Let op: neem je je telefoon toch mee de klas in, dan doe je deze in de telefoontas. De school is niet aansprakelijk voor schade of diefstal. 
4. Luisteren we naar elkaar (hand opsteken voordat je wat wilt zeggen/vragen) 

Slide 3 - Slide

Afspraken telefoon
Basis is dat telefoons niet zichtbaar zijn in de les. Leerlingen kunnen: 
- de telefoon blijft in de tas 
- de telefoon gaat in de telefoontas 
- de telefoon blijft in de kluis  
 
De docent 
- zorgt ervoor dat de telefoon niet “meer” zichtbaar is 
- draagt zelf zorg voor passende consequenties 
- hanteert hierbij afspraken rondom regel overtredend en grensoverschrijdend gedrag 


Slide 4 - Slide

Lesdoelen
Verbanden en signaalwoorden (2)
  • Je leert over verbanden en signaalwoorden
  • Voorbeeld / oorzaak-gevolg

Slide 5 - Slide

Vandaag 06/04 (3Ta)
  • SCHRIJVEN: zakelijke brief (zie conventies!!)

  • Sollicitatiebrief -> Functie kassamedewerker H&M

  • INLEVEREN: uiterlijk vrijdag 6 april via Magister of per mail








Slide 6 - Slide

Huiswerk
Hoofdstuk 4 -> Lezen (bladzijde )
  • Lezen: theorie Lezen hoofdstuk 4 (video-uitleg)
  • Maken: opdracht 

Slide 7 - Slide

DOEL

VERBANDEN EN SIGNAALWOORDEN

- je kunt met behulp van signaalwoorden een voorbeeld en een oorzaak - gevolg in een tekst herkennen en begrijpen

Slide 8 - Slide

Ingewikkeld

of niet?


Verbanden in teksten

Slide 9 - Slide

TEKSTVERBANDEN

Zorgen ervoor dat

woorden, zinnen en alinea's

met elkaar samenhangen.

Slide 10 - Slide

SIGNAALWOORDEN

Aan een

signaalwoord

zie je met

welk tekstverband

je te maken hebt.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

VOORBEELD TOELICHTING

herken je aan signaalwoorden zoals:

  • bijvoorbeeld
  • zo
  • zoals
  • denk aan
  • neem nou
  • onder andere


Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

OEFENING

Wat is de oorzaak en het gevolg in de zinnen op de volgende slides.


Bijvoorbeeld:

Doordat de oven kapot was, mislukte de cake.


Oorzaak: de oven is kapot

Gevolg: De cake mislukte

Fouten maken mag,
verbeter deze wel!

Slide 16 - Slide

Wat is de oorzaak?
Het regende flink toen ik naar school fietste. Daardoor heb ik een natte broek.
A
Het regende flink
B
Ik heb een natte broek

Slide 17 - Quiz

Wat is het gevolg?
Het regende flink toen ik naar school fietste. Daardoor heb ik een natte broek.
A
Het regende flink.
B
Ik heb een natte broek.

Slide 18 - Quiz

Wat is de oorzaak?
Ten gevolge van een kortsluiting ontstond brand in het oude kantoorpand.
A
Er was kortsluiting.
B
Er ontstond brand in het oude kantoorpand.

Slide 19 - Quiz

Wat is de oorzaak?
Weefsel rond de ogen wordt met de jaren slapper, waardoor wallen onder je ogen duidelijk te zien zijn.

Slide 20 - Open question

Wat is het gevolg?
Ten gevolge van een kortsluiting ontstond brand in het oude kantoorpand.
A
Er was kortsluiting.
B
Er ontstond brand in het oude kantoorpand.

Slide 21 - Quiz

Wat is het gevolg?
Weefsel rond de ogen wordt met de jaren slapper, waardoor wallen onder je ogen duidelijk te zien zijn.

Slide 22 - Open question

Wat is de oorzaak?
In Groningen zaten scheuren in de huizen, doordat er een aardbeving had plaatsgevonden.

Slide 23 - Open question

Wat is het gevolg?
In Groningen zaten scheuren in de huizen, doordat er een aardbeving had plaatsgevonden.

Slide 24 - Open question