9.1 oplossen en indampen van zouten

9.1 "oplossen en indampen van zouten"
1 / 23
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 23 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

9.1 "oplossen en indampen van zouten"

Slide 1 - Slide

Leerdoelen

  • Je kunt een aantal eigenschappen van zouten benoemen.
  • Je kunt herkennen dat zouten met bepaalde ionen altijd goed oplosbaar zijn.
  • Je kunt in een oplosbaarheidstabel de mate van oplosbaarheid van een zout opzoeken.
  • Je kunt de reactievergelijking opstellen van het oplossen van een zout in water.
  • Je kunt de reactievergelijking opstellen van het indampen van een zoutoplossing.

Slide 2 - Slide

Wat moet je nog weten:
  1. Zouten bestaan uit positieve en negatieve ionen.
  2. De ladingen bij elkaar opgeteld: nul (ongeladen).
  3. Zoek dus de verhouding tussen + en - ionen waardoor de totale lading nul wordt.
  4. Deze verhouding zie je terug in de indexen.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Zouten
In een zout zijn de positieve en negatieve ionen in zo'n verhouding aanwezig dat het zout als geheel geen lading heeft
Na+   +    Cl -   -->  NaCl
Mg2+  + 2 Br-  -->  MgBr2
3 K+   +  PO43-  --> K3PO4

Slide 5 - Slide

zouten hebben een kristalstructuur

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Zouten
Een zout bestaat uit een ion-rooster met dus een regelmatige afwisseling van + en - ionen. Er is niet 1 molecuul apart aan te wijzen men spreek daarom van een verhoudingsformule.
De ionen trekken elkaar sterk aan
Vandaar:
Zouten hebben een hoog kookpunt

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Slide 11 - Slide

Oplosbaarheidstabel (BINAS 35)
In de oplosbaarheidstabel zoek je op welke letter op het kruispunt staat. 
s    slecht oplosbaar
m   matig oplosbaar
g    goed oplosbaar
-      bestaat niet of reageert met water

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Zeven samengestelde ionen (uit je hoofd leren!)

Slide 14 - Slide

Oplosvergelijkingen
Het oplossen van calciumnitraat 

                        (s)  -->  Ca2+ (aq) + 2 NO3- (aq)

Schrijf in je schrift de oplosvergelijking van calciumchloride, CaCl2
Ca(NO​3​​)​2​​
Ca(NO​3​​)​2​​

Slide 15 - Slide

verschillende zoutoplossingen hebben kenmerkende kleuren

Slide 16 - Slide

Indampen
  • Tegenovergestelde van oplossen
  • Oplossing wordt verwarmd 
  • Water verdampt (en gaat dus weg)
  • Zout blijft over

Slide 17 - Slide

Indampvergelijkingen
Omgekeerde van oplosvergelijkingen
2 NO3- (aq) + Ca2+ (aq) -->   Ca(NO3)2 (s)

Opdracht:  Schrijf in je schrift de indampvergelijking van een oplossing van calciumchloride 

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Toets vraag 
Van een pot met een witte vaste stof is het etiket gescheurd. Het overgebleven stuk etiket zie je hiernaast.

Om erachter te komen of de pot BaCl2 of BaCO3 bevat, meng je een beetje van de stof uit de pot met water. Er ontstaat een helder, kleurloos mengsel.
 Welke stof kan de witte vaste stof zijn?


Slide 20 - Slide

Toets vraag
Bernard heeft een oplossing die een van de volgende soorten ionen bevat: Ba2+, Fe2+, K+, Pb2+. Hij wil onderzoeken welk van deze ionen in de oplossing aanwezig is.
 Hiertoe voert Bernard twee proefjes uit.
 
Proef 1: Aan de oplossing die hij wil onderzoeken, voegt hij een oplossing van natriumsulfaat toe. De oplossing blijft helder.

 Proef 2: Aan de oplossing die hij wil onderzoeken, voegt hij een oplossing van natriumhydroxide toe. Er ontstaat een neerslag.

 Welk soort ionen bevatte de oorspronkelijke oplossing?

Slide 21 - Slide

Zouten:
  1. Kan je de oplosvergelijking van een zout geven?
  2. Kan je de indamp en neerslag vergelijking van een zout geven?
  3. Kan je nagaan welke zoutoplossing een neerslag geven?
  4. Kan je de naam van een zoutgeven als je de verhoudingsformule kent?
  5. Kan je vanuit de naam een verhoudingsformule geven?

Slide 22 - Slide

Huiswerk:
Hoofdstuk 9.1
Inleveren op papier: uitwerking van Hoofdstuk 9 Paragraaf 1: Opgave 2 - 5 - 9 - 10 - 11 - 12 - 14 - 17
Inleveren: 16 september
Niet ingeleverd of niet gemaakt: volgende dag om 8 uur terugkomen om het dan af te maken. etc.

Slide 23 - Slide