Hoe beschrijf je een dier heel goed?
- Je gebruikt woorden die beschrijven hoe het dier eruitziet. Bijvoorbeeld: kop, poten, staart, huid of vacht.
-Je gebruikt woorden die beschrijven hoe het dier beweegt. Bijvoorbeeld: vliegen, zwemmen, klimmen.
- Je gebruikt woorden die beschrijven waar het dier leeft. Bijvoorbeeld: zand, water, bomen.