Les 2: Oren en je evenwicht bewaren

Oren
1 / 56
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 56 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Oren

Slide 1 - Slide

Les- planning
Les- doelen bespreken
Les- doelen vorige lessen herhalen
Theorie
Korte quiz
Zelfstandig werken


Slide 2 - Slide

Les- doelen
Aan het einde van deze les kun jij:
Onderdelen aanwijzen van het evenwicht zintuig.
kun jij uitleggen hoe het evenwichtsorgaan werkt --> prikkel --> impuls
kun jij de onderdelen van het gehoorzintuig benoemen en herkennen.
weet jij hoe het gehoor werkt. 

Slide 3 - Slide

Nummer 3 is
A
Trommelvlies
B
Slakkenhuis
C
Gehoorzenuw
D
Oorsmeerkliertje

Slide 4 - Quiz

Nummer 7 is
A
Trommelvlies
B
Slakkenhuis
C
Gehoorzenuw
D
Oorsmeerkliertje

Slide 5 - Quiz

Nummer 6 is
A
Trommelvlies
B
Slakkenhuis
C
Gehoorzenuw
D
Oorsmeerkliertje

Slide 6 - Quiz

Nummer 5 is
A
Trommelvlies
B
Slakkenhuis
C
Gehoorzenuw
D
Oorsmeerkliertje

Slide 7 - Quiz

Nummer 2 is
A
Trommelvlies
B
Slakkenhuis
C
Gehoorzenuw
D
Gehoorbeentjes

Slide 8 - Quiz

Niet alle mensen hebben dezelfde kleur ogen, welk deel van het oog bepaald de kleur?
A
netvlies
B
kleurbandjes
C
pupil
D
iris

Slide 9 - Quiz

In het midden zie je die zwarte vlek, welk deel van het oog is dit?
A
pupil
B
lens
C
hoornvlies
D
vaatvlies

Slide 10 - Quiz

ooglid
traanbuis
traanklier
wenkbrauw
wimper

Slide 11 - Drag question

Lens
Iris
Netvlies
Zenuw
Vaatvlies
Glasachtig lichaam
Gele vlek
Blinde vlek
Oogspier
Harde oogvlies
Hoornvlies

Slide 12 - Drag question

Welk onderdeel van het oog regelt hoeveel licht er in het oog komt?
A
Netvlies
B
Pupil
C
Hoornvlies
D
Lens

Slide 13 - Quiz

Welk onderdeel van je oog "maakt" tranen als je huilt?
A
Traanbuis
B
Traanpees
C
Levertraan
D
Traanklier

Slide 14 - Quiz

Welk nummer brengt voedingstoffen naar het oog?
A
1
B
4
C
3
D
2

Slide 15 - Quiz

Wat is de functie van de oogzenuw?
A
Levert voedingsstoffen aan het oog
B
Hier gaat het licht als eerst doorheen
C
Zet licht prikkels om in impulsen
D
Geleid de impulsen naar de hersenen

Slide 16 - Quiz

Wat is de functie van het harde oogvlies?
A
Levert voedingsstoffen aan het oog
B
Hier gaat het licht als eerst doorheen
C
Zet licht prikkels om in impulsen
D
Geleid de impulsen naar de hersenen

Slide 17 - Quiz

De blinde vlek heeft zintuigcellen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

Wat is de functie van het vaatvlies?
A
Levert voedingsstoffen aan het oog
B
Hier gaat het licht als eerst doorheen
C
Zet licht prikkels om in impulsen
D
Geleid de impulsen naar de hersenen

Slide 19 - Quiz

Wat is de functie van het netvlies?
A
Levert voedingsstoffen aan het oog
B
Hier gaat het licht als eerst doorheen
C
Zet licht prikkels om in impulsen
D
Geleid de impulsen naar de hersenen

Slide 20 - Quiz

Welke zintuigcel is het gevoeligst voor een bepaalde prikkel: een zintuigcel met een lage drempelwaarde of een zintuigcel met een hoge drempelwaarde?

Slide 21 - Open question

Reukzintuigcellen zijn gevoelig voor geuren. Honden kunnen beter ruiken dan mensen.
Hebben honden een hogere of lagere drempelwaarde voor geuren dan mensen? Leg je antwoord uit.

Slide 22 - Open question

Op een warme dag neem je een duik in het zwembad. Het water is koud, maar na een tijdje voel je dat niet meer.
Leg uit waardoor het water na een tijdje niet meer koud aanvoelt

Slide 23 - Open question

Sommige diersoorten leven in een groep. Dieren van één soort hebben niet allemaal dezelfde drempelwaarde voor geluid.
Leg uit waarom het voor deze dieren gunstig is om in een groep te leven.

Slide 24 - Open question

Welke omschrijving hoort bij welk zintuig?

Adam krijgt kippenvel van het koude zwemwater.
A
Koudezintuig
B
Smaakzintuig
C
Gehoorzintuig
D
Reukzintuig

Slide 25 - Quiz

Welke omschrijving hoort bij welk zintuig?

De sinaasappel heeft een zoete smaak.
A
Koudezintuig
B
Smaakzintuig
C
Gehoorzintuig
D
Reukzintuig

Slide 26 - Quiz

Welke omschrijving hoort bij welk zintuig?

Denim wordt gebeld door iemand.
A
Koudezintuig
B
Smaakzintuig
C
Gehoorzintuig
D
Reukzintuig

Slide 27 - Quiz

Welke omschrijving hoort bij welk zintuig?

Er hangt een brandlucht in huis.
A
Koudezintuig
B
Smaakzintuig
C
Gehoorzintuig
D
Reukzintuig

Slide 28 - Quiz

Door een ongeluk kunnen mensen hersenletsel oplopen. Sommige mensen kunnen door het hersenletsel niet goed meer zien.

Leg uit waardoor dat komt.

Slide 29 - Open question

Slide 30 - Video

Buiten kant van het oor
Met je oren vang je geluiden op. 

Geluiden zijn trillingen van de lucht.

De oorschelp dient voor het opvangen van geluiden.

 Vervolgens komen de geluiden terecht  in de gehoorgang.

Oorschelpen zijn stevig door kraakbeen.

 Het oorlelletje zit aan de onderzijde van een oorschelp en bevat geen kraakbeen.






Slide 31 - Slide

 De weg van de trillingen: oorschelp → gehoorgang → trommelvlies → gehoorbeentjes → slakkenhuis.. 
De gehoorzenuw brengt de impulsen van het slakkenhuis naar de hersenen.
Hersenen
Je kunt duizelig worden als de zenuw die informatie van het evenwichtsorgaan naar de hersenen stuurt, ontstoken is. omdat er dan minder impulsen naar de hersenen worden gestuurd. Hierdoor weten de hersenen niet heel goed of je in evenwicht bent of niet.

Slide 32 - Slide

 De gehoorbeentjes zijn drie botjes. Het zijn de kleinste botten in je lichaam. 

De gehoorbeetjes bestaan uit drie onderdelen. 

De gehoorbeentjes hangen in de trommelholte (middenoor). Dat is een ruimte tussen het trommelvlies en het slakkenhuis. 

Bij een oorontsteking drukt er vocht tegen het trommelvlies. Dit zorgt ervoor dat de geluidstrillingen niet goed doorgegeven worden, hierdoor hoor je minder goed. 

Slide 33 - Slide

 In het slakkenhuis liggen de zintuigcellen. Deze zintuigcellen zetten de trillingen om in impulsen die via de gehoorzenuw naar de hersenen gaan.

De gehoorbeentjes laten het ovale venster trillen, hierdoor gaat de vloeistof in het slakkenhuis bewegen langs de trilharen.

De trilharen zetten deze prikkel om in een impuls die door wordt gegeven aan de zenuw
In het slakkenhuis liggen de zintuigcellen. Deze zintuigcellen zetten de trillingen om in impulsen die via de gehoorzenuw naar de hersenen gaan.


Slide 34 - Slide

De trommelholte is gevuld met lucht. De buis van Eustachius loopt van de trommelholte naar de keelholte. 

Via de buis van Eustachius kan de lucht in de trommelholte ververst worden. Hierdoor is de luchtdruk in de trommelholte altijd even hoog als de luchtdruk buiten het lichaam.

De buis van Eustachius is verbonden met de keelholte.


Buis van Eustachius

Slide 35 - Slide

 evenwichtszintuig
Naast de delen van het gehoorzintuig ligt nog een ander zintuig: het evenwichtszintuig. 

Het evenwichtszintuig:
In de buisjes van het evenwichtszintuig zitten zintuigcellen en vloeistof. Op het moment dat je met je hoofd draait stroomt de vloeistof door de buisjes heen, langs de zintuigcellen.

Als je een oorontsteking hebt, kun je duizelig worden. Je evenwichtsorgaan ligt in het middenoor. Bij een ontsteking in het middenoor kan je evenwichtsorgaan dus ook worden aangetast. Hierdoor kun je niet goed ‘voelen’ of je wel of niet recht staat en word je duizelig.

Slide 36 - Slide

Evenwicht zintuig van binnen.

Vloeistof beweegt door een prikkel (draaien met je hoofd) langs de zintuigcellen. De zintuigvellen vangen deze prikkel op en sturen vervolgens een impuls naar de hersenen via een zenuwcel 
Zenuwcel

Slide 37 - Slide

Geluiden zijn trillingen van de lucht.

Slide 38 - Slide

Hoe heet het deel van het oor waardoor de bacteriën van de keelholte naar de trommelholte gaan?

Slide 39 - Open question

Bij een oorontsteking drukt er vocht tegen de trommelvlies aan. Wat is het gevolg van het vocht dat tegen het trommelvlies drukt op het doorgeven van geluid? Leg je antwoord uit.

Slide 40 - Open question

Als je een oorontsteking hebt, kun je duizelig worden.
Leg uit hoe dit kan.

Slide 41 - Open question

Je kunt ook duizelig worden als de zenuw die informatie van het evenwichtsorgaan naar de hersenen stuurt, ontstoken is.

Leg uit hoe dit kan.

Slide 42 - Open question

In welk deel van het oor vind je zintuigcellen?








A
In het evenwichtsorgaan en trommelvlies
B
In het evenwichtsorgaan en slakkenhuis
C
In het evenwichtsorgaan en gehoorbeentjes
D
In het evenwichtsorgaan en gehoorgang

Slide 43 - Quiz

Het oor heeft als taak prikkels op te vangen.
Wat is de adequate prikkel voor het oor?
A
geur
B
druk
C
licht
D
geluid

Slide 44 - Quiz

Hoe heet onderdeel 3?

A
Gehoorgang
B
Trommelvlies
C
Oorsmeerkliertje
D
Oorschelp

Slide 45 - Quiz

Hoe heet onderdeel 11?

A
Gehoorzenuw
B
Slakkenhuis
C
Gehoorbeentjes
D
Buis van Eustachius

Slide 46 - Quiz

Wat gaat er trillen als er geluid je oor in komt?
A
oorschelp
B
zenuw
C
slakkenhuis
D
trommelvlies

Slide 47 - Quiz

Hoe heet onderdeel 10?

A
Gehoorzenuw
B
Slakkenhuis
C
Gehoorbeentjes
D
Buis van Eustachius

Slide 48 - Quiz

Hoe lopen de geluidstrillingen door het oor?


A
Gehoorgang - gehoorbeentjes - trommelvlies - slakkenhuis
B
Gehoorgang - trommelvlies - slakkenhuis - gehoorbeentjes
C
Gehoorgang - trommelvlies - gehoorbeentjes - slakkenhuis
D
Gehoorgang - slakkenhuis - gehoorbeentjes - trommelvlies

Slide 49 - Quiz

Wat is de functie van
onderdeel 4?
A
Zet de geluidsgolf om in een trilling
B
De trilling wordt in de gehoorzenuw een impuls die naar je hersenen gaat
C
Zorgt dat de stand van het trommelvlies goed blijft.

Slide 50 - Quiz

In het oor worden prikkels omgezet in impulsen.

Welke letter geeft het deel van het oor aan waarin prikkels worden omgezet in impulsen?
A
letter Q
B
letter R
C
letter S
D
letter T

Slide 51 - Quiz

Welk deel van het oor geeft impulsen door aan de hersenen?
A
2
B
4
C
7
D
8

Slide 52 - Quiz

Bij slikken of gapen gaat de buis van Eustachius
A
dicht
B
open
C
blijft gelijk

Slide 53 - Quiz

De onderdelen van het oor van de hond hebben dezelfde naam als de onderdelen van het oor van de mens.
Wat is de naam van onderdeel C?
A
Gehoorgang
B
Gehoorbeentjes
C
Oorschelp
D
Trommelvlies

Slide 54 - Quiz

Hoe voorkom je gehoorschade?
A
Zet de geluidsbescherming op je telefoon aan
B
Luister niet te lang naar muziek achter elkaar
C
Gebruik gehoorbescherming bij concerten
D
Alle drie genoemde voorbeelden

Slide 55 - Quiz

Zelfstandig werken
Blz. 227 - 238

Creatief met biologie het oor.

Blz. 197 - 201




Slide 56 - Slide