H10 Redoxreacties (10.1 t/m 10.3)

H10 Redoxreacties
1 / 25
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H10 Redoxreacties

Slide 1 - Slide

Deze les
  • Herken je de redox reactie ?
  • Uitleg redoxreacties, van halfreactie naar totaalreactie.
         Bespreken tabel 48, de Ox  moet boven de Red staan.
              Belangrijk, omdraaien reductor halfreactie

Aan de hand van voorbeeld hier en/of opgave 8 stappenplan doorspreken
Zelf


Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  • Je leert wat redoxreacties zijn;
  • Je leert om redoxreacties op te stellen.

Slide 3 - Slide

Redoxreacties
  • Reactie waarbij elektronen (e-) worden overgedragen.
  • Altijd minimaal twee deeltjes aanwezig:


  • Soms reageren meerdere deeltjes samen als oxidator of reductor.
  • Binas tabel 48.
  • Voorbeelden: roesten/corrosie, verbranding, reacties in de batterij.
  • Oxidator: neemt elektronen op
  • Reductor: staat elektronen af

Slide 4 - Slide

Oxidator

  • Neemt elektronen op
  • Elektronenacceptor
  • Linkerkolom Binas 48
  • Sterkste oxidator links bovenin (F2)
  • Voorbeeld chloor:

Cl2 (g) + 2 e- -> 2 Cl-
Reductor

  • Staat elektronen af
  • Elektronendonor
  • Rechterkolom Binas 48
  • Sterkste reductor rechts onderin (Li)
  • Voorbeeld ijzer:

Fe (s) -> Fe2+ + 2 e-

Slide 5 - Slide

Redoxkoppels
Voorbeeld chloor: Cl2 + 2 e- -> 2 Cl-

  • In het voorbeeld is chloor oxidator (neemt e- op).
  • Er ontstaat Cl-, dit is een reductor.
  • Cl2 en Cl- noemen we samen een redoxkoppel.
  • In Binas 48 staan veel voorkomende redoxkoppels.

Slide 6 - Slide

Zuurbase

  • H+ overdracht
  • Zuur reageert met base
  • Zuur staat H+ af
  • Base neemt H+ op
  • Binas tabel 49
Redox

  • Elektronen (e-) overdracht
  • Reductor reageert met oxidator
  • Reductor staat e- af
  • Oxidator neemt e- op
  • Binas tabel 48

Slide 7 - Slide

Redoxreacties herkennen
Voorbeeld: 2 Na (s) + Cl2 (g) -> 2 NaCl (s)

  • Na (s) voor de pijl heeft geen lading, na de reactie is dit Na+ geworden (in een zout).
  • Cl2 (g) voor de pijl heeft geen lading, na de reactie is dit Cl- geworden.
  • Na heeft dus een elektron afgestaan aan Cl2.
  • Na is reductor, Cl2 is oxidator.

Slide 8 - Slide

Leg uit dat dit een redoxreactie is:
2 Zn + O2 -> 2 ZnO

Slide 9 - Open question

Halfreacties
  • Elke redoxreactie bestaat eigenlijk uit 2 halve reacties: 1 van de oxidator en 1 van de reductor.
  • Dit geven we weer in halfreacties (Binas 48).
  • Twee halfreacties (red en ox) geven de totaalreactie.

Slide 10 - Slide

Halfreacties van open vraag
  • Voorbeeld: 2 Zn + O2 -> 2 ZnO

  • ox: O2 + 2 e- -> 2 O2-
  • red: Zn -> Zn2+ + 2e

  • Bij elkaar optellen geeft de totaalreactie (ionen vormen samen zout).

Slide 11 - Slide

Sterkte oxidatoren/reductoren
  • Redoxreactie vindt plaats als sterkste oxidator hoger staat dan de sterkste reductor.
  • "Bergafwaarts" = reactie verloopt wel.
  • "Berg op" = geen reactie.
  • Zie volgende slide.

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Voorspel of er een redoxreactie zal plaatsvinden tussen water en natrium.

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Video

Stappenplan opstellen redoxreactie
  1. Noteer de formules van alle deeltjes (ook H2O in oplossing, H+ in zuur milieu, OH- in basisch milieu).
  2. Zoek de sterkste reductor en sterkste oxidator.
  3. Noteer beide halfreacties.
  4. Optellen voor totale vergelijking (let op! Elektronen voor en na de pijl moeten gelijk zijn).
  5. Eventueel deeltjes wegstrepen die voor én na de pijl staan.

Slide 16 - Slide

Tin(II)chloride-opl. met oxaalzuur-opl.
  1. Deeltjes: Sn2+, Cl-, H2O, H2C2O4
  2. Red: H2C2O4 (-0,49),      Ox: Sn2+ (-0,14)

  3. Red:     H2C2O4            ->  2 CO2 (g) + 2 H+ + 2e-               (1x)                                      Ox:        Sn2+ + 2 e-      ->  Sn (s)                                                (1x)    
                          
  4. Totaalreactie:     H2C2O4 + Sn2+   ->   2 CO2 + 2 H+ + Sn (s) 


elektronen
gelijk
maken

Slide 17 - Slide

Kaliloog + waterstofgas + broomwater
  1. Deeltjes: K+, OH-, H2 (g), Br2 (l)
  2. Red: H2 + 2 OH- (-0,83),        Ox: Br2 (+1,07)

  3. Red:   H2 + 2 OH-  ->  2 H2O + 2e-                (1x)                                                                   Ox:   Br2 + 2 e-   ->  2 Br-                               (1x)        
                       
  4. Totaal: H2 + 2 OH- + Br2 -> 2 H2O + 2 Br- 


elektronen
gelijk
maken

Slide 18 - Slide

Aangezuurd kaliumpermanganaat-opl. + natriumthiosulfaat-opl.
  1. Deeltjes: H+, K+, MnO4-, H2O, Na+, S2O32-
  2. Red:    S2O32- (+0,10)     Ox: MnO4- + 8 H+ (+1,51)

  3. Red:     2 S2O32-                        ->   S4O62- + 2e-              (5x)   
    Ox:    MnO4- + 8 H+ + 5 e-     ->   Mn2+ + 4 H2O             (2x)
                       
  4. Totaal: 10 S2O32- + 2 MnO4- + 16 H+ -> 5 S4O62- + 2 Mn2+ + 8 H2O


elektronen
gelijk
maken

Slide 19 - Slide

Kan een blokje natrium als reductor of als oxidator reageren?
A
Alleen reductor
B
Alleen oxidator
C
Beide

Slide 20 - Quiz

Kan chloorgas als reductor of als oxidator reageren?
A
Alleen reductor
B
Alleen oxidator
C
Beide

Slide 21 - Quiz

Wat is de halfreactie als ijzerpoeder reageert in een redoxreactie? Gebruik Binas 48.
A
Fe -> Fe2+ + 2 e-
B
Fe2+ + 2e- -> Fe
C
Fe3+ + e- -> Fe2+
D
Fe2+ -> Fe3+ + e-

Slide 22 - Quiz

Wat is de halfreactie als zuurstof in zuur milieu reageert in een redoxreactie? Gebruik Binas 48.
A
O3 + 2 H+ + 2e- -> H2O + O2
B
O2 + 4 H+ + 4e- -> 2 H2O
C
O2 + 2 H+ + 2 e- -> H2O2
D
O2 + 2 H2O + 4e- -> 4 OH-

Slide 23 - Quiz

Geef de halfreacties + totaalvergelijking van de redoxreactie tussen aluminium en aangezuurd waterstofperoxide.

Slide 24 - Open question

Deze les
  • Uitleg redoxreacties
  • Oefenen redoxreacties opstellen

Slide 25 - Slide