Zorg dat de juiste onderdelen van de buitenkant van het oog op de juiste plek komen te staan.
Bovenste ooglid: beschermt het oog tegen uitdroging, fel licht en voorwerpen die niet in het oog horen.
Oogwit: ookwel het harde oogrok genoemd, biedt stevigheid aan het oog.
Pupil: kan groter en kleiner worden door spiertjes in de iris. Hierdoor wordt de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt geregeld.
Wimpers: zorgen ervoor dat stofdeeltjes niet je ogen in komen.
Onderste ooglid: beschermt het oog tegen uitdroging, fel licht en voorwerpen die niet in het oog horen.
Traanbuis: deze buis voert het traanvocht af naar de neusholte.
Wenkbrauw: zorgt ervoor dat zweet, vuil en andere deeltjes niet het oog in komen.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
1 / 6
next
Slide 1: Drag question
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1
This lesson contains 6 slides, with interactive quizzes.
Items in this lesson
Zorg dat de juiste onderdelen van de buitenkant van het oog op de juiste plek komen te staan.
Bovenste ooglid: beschermt het oog tegen uitdroging, fel licht en voorwerpen die niet in het oog horen.
Oogwit: ookwel het harde oogrok genoemd, biedt stevigheid aan het oog.
Pupil: kan groter en kleiner worden door spiertjes in de iris. Hierdoor wordt de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt geregeld.
Wimpers: zorgen ervoor dat stofdeeltjes niet je ogen in komen.
Onderste ooglid: beschermt het oog tegen uitdroging, fel licht en voorwerpen die niet in het oog horen.
Traanbuis: deze buis voert het traanvocht af naar de neusholte.
Wenkbrauw: zorgt ervoor dat zweet, vuil en andere deeltjes niet het oog in komen.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
Slide 1 - Drag question
Zorg dat de juiste onderdelen van de binnenkant van het oog op de juiste plek komen te staan.
Bovenste ooglid: beschermt het oog tegen uitdroging, fel licht en voorwerpen die niet in het oog horen.
Oogwit: ookwel het harde oogrok genoemd, biedt stevigheid aan het oog.
Pupil: kan groter en kleiner worden door spiertjes in de iris. Hierdoor wordt de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt geregeld.
Wimpers: zorgen ervoor dat stofdeeltjes niet je ogen in komen.
Onderste ooglid: beschermt het oog tegen uitdroging, fel licht en voorwerpen die niet in het oog horen.
Traanbuis: deze buis voert het traanvocht af naar de neusholte.
Harde oogvlies: is het witte gedeelte dat het oog omvat. Het geeft bescherming. Aan de voorkant van het oog is het harde oogvlies doorzichtig, dat noem je het hoornvlies.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
Iris: door pigment wordt de kleur van de iris bepaald. Ook zorgen de spiertjes van de iris dat de pupil groter en kleiner kan worden.
Slide 2 - Drag question
Welk onderdeel van het oog regelt de hoeveelheid licht dat naar binnen gaat?
A
Wimper
B
Iris
C
Pupil
D
Oogleden
Slide 3 - Quiz
Leg uit hoe dit onderdeel van het oog de hoeveelheid licht dat naar binnen gaat regelt?
Slide 4 - Open question
Zoek op internet. Hoe noem je deze reactie van het oog op de hoeveelheid licht.
Slide 5 - Open question
De deurbel gaat en je doet open. Zet de begrippen in de juiste volgorde zoals wordt afgelegd in het zenuwstelsel.