Wat heb jij aan? Kleding beschrijven in het Spaans

Wat heb jij aan? Kleding beschrijven in het Spaans

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorSpaansMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

Wat heb jij aan? Kleding beschrijven in het Spaans

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je in het Spaans beschrijven wat iemand aan heeft met de werkwoorden llevar, tener en ser.

La ropa


Wat weet je al over kleding en uiterlijk beschrijven in het Spaans?

Kennen jullie al kledingwoorden?

Bespreek in tweetallen: Welke kledingstukken ken je al in het Spaans. Schrijf ze op

2

m

00

s

Belangrijkste kledingstukken

abrigo, suéter, pantalón, falda, zapatos, gorra, bufanda, vestido, camisa, camiseta, botas, calcetines, cinturón

Spaans

jas, trui, broek, rok, schoenen, pet, sjaal, jurk, overhemd,

T-shirt, laarzen, sokken, riem

Nederlands

Werkwoorden: llevar, tener, ser

- Llevar: gebruiken om te zeggen wat iemand aan heeft. - Tener: gebruiken voor accessoires (bijv. tener un bolso). - Ser: gebruiken voor kleur of omschrijving (bijv. La camisa es roja).

Voorbeeldzinnen

1. Ella lleva una falda azul y una chaqueta negra. 2. Él tiene una gorra verde. 3. Los zapatos son marrones.

Samenwerkingsopdracht

Werk in tweetallen en beschrijf elkaar (of iemand uit de klas) in het Spaans. Gebruik de woorden en werkwoorden uit de vorige slides.

10

m

00

s

Reflectie

Welke nieuwe kledingwoorden kun je nu gebruiken? Kun je ook een korte beschrijving maken van wat jij (of je klasgenoot) aan hebt in het Spaans?

5

m

00

s

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je in het Spaans beschrijven wat iemand aan heeft met de werkwoorden llevar, tener en ser.

La ropa


Concordancia

Lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden en de meeste kleuren richten zich in getal en geslacht naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort.

UNA CAMISETA AMARILLA

Un poco de gramática


Reader p. 11

Un poco de gramática


Reader p. 11

Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: la falda .... (wit)

15

s

Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: los pantalones . . . (groen)

15

s

Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: unos calcetines . . . . (blauw)

15

s

Me gusta mi jersey . . . . (paars)

15

s

Tengo un abrigo . . . . (roze)

15

s

Vul aan met de juiste vorm van de kleuren: las zapatillas . . . (oranje)

15

s

Wat is je opgevallen bij de kleuren: oranje, roze en paars in het Spaans?

¿Qué llevan? Schrijf drie zinnen (met llevar) wat de personen dragen op de foto (ook prints en materiaal)

Schrijf de zinnen in je schrift.


Escribe las frases en el cuaderno

En dúos


A

B

C

E

D

8

m

00

s

Wat weet je al over kleding en uiterlijk beschrijven in het Spaans?

Bingo