Toetsvoorbereiding H8 Straling

Toetsvoorbereiding
je werkt aleen
je noteert de antwoorden op papier
1 / 15
next
Slide 1: Slide
NaskMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Toetsvoorbereiding
je werkt aleen
je noteert de antwoorden op papier

Slide 1 - Slide

Zonnestralen bestaan uit verschillende soorten straling. Als zonnestralen door een ruit valt, wordt het zichtbare licht...
A
Doorgelaten
B
Geabsorbeerd
C
Omgezet in warmte
D
Teruggekaatst

Slide 2 - Quiz

De radiator van een cv zendt straling uit. Wat voor straling is dat?
A
Infrarode straling
B
Röntgenstraling
C
Ultraviolet straling
D
Zichtbaar licht

Slide 3 - Quiz

Bijen zien op een andere manier dan mensen. Wat is het verschil tussen bijen en mensen?
A
Bijen kunnen s’ nachts ook kleuren zien
B
Bijen kunnen geen kleuren zien
C
Bijen kunnen infrarode straling zien
D
Bijen kunnen ultravioletstraling zien

Slide 4 - Quiz

Sommige soorten straling zijn ioniserend. Welke straling is sterk ioniserend?
A
Infrarode straling
B
Röntgenstraling
C
Ultraviolette straling
D
Zichtbaar licht

Slide 5 - Quiz

Wat wordt bedoeld met de activiteit van een radioactief voorwerp?
A
Het aantal moleculen dat per seconde wordt kapotgemaakt
B
Het aantal atoomkernen dat per seconde verandert
C
De tijd waarin een radioactieve stof straling uitzendt
D
De tijd waarin de hoeveelheid straling wordt gehalveerd

Slide 6 - Quiz

Niet alle soorten straling zijn even gevaarlijk. Welke straling komt niet door een velletje papier heen?
A
Alfastraling
B
Betastraling
C
Gammastraling

Slide 7 - Quiz

De dracht verschilt per soort straling. Welke soort straling heeft, bij dezelfde energie, de grootste dracht?
A
Alfastraling
B
Betastraling
C
Gammastraling

Slide 8 - Quiz

IJzer-55 heeft een halfwaardetijd van 3 dagen. Na hoeveel dagen is er nog 1/8 van de oorspronkelijke stof over?
A
Na 6 dagen
B
Na 9 dagen
C
Na 12 dagen
D
Na 15 dagen

Slide 9 - Quiz

Om organen in het menselijk lichaam te onderzoeken, wordt een merkstof gebruikt. Welke soort straling is dat?
A
Alfastraling
B
Betastraling
C
Gammastraling
D
Röntgenstraling

Slide 10 - Quiz

Welke straling gaat wel door de opperhuid heen, maar niet door organen?
A
Alfastraling
B
Betastraling
C
Gammastraling

Slide 11 - Quiz

In het ziekenhuis wordt ioniserende straling gebruikt om kanker te bestrijden. Hoe vindt dit plaats?
A
Van binnenuit met alfastraling
B
Van binnenuit met gammastraling
C
Van buitenaf met alfastraling
D
Van buitenaf met gammastraling

Slide 12 - Quiz

In welke situatie wordt een patiënt zelf radioactief?
A
Bij bestraling door een radioactief ‘zaadje’
B
Bij bestraling van verschillende kanten
C
Bij het maken van een röntgenfoto

Slide 13 - Quiz

Om voedsel langer te kunnen bewaren wordt voedselbestraling toegepast. Wordt het voedsel radioactief?
A
Ja, dus je kunt besmet raken door eten van dit voedsel
B
Ja, maar je kunt niet besmet raken door eten van dit voedsel
C
Nee, maar je kunt wel besmet raken door eten van dit voedsel
D
Nee, dus je kunt niet besmet raken door eten van dit voedsel

Slide 14 - Quiz

Einde!
Hoeveel vragen had je goed
Ben je goed voorbereid op de PTA?

Slide 15 - Slide