Dans om de wereld

Dans om de wereld
1 / 13
next
Slide 1: Slide
KunstKunstzinnige oriëntatieBasisschoolGroep 1,2

This lesson contains 13 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Dans om de wereld

Slide 1 - Slide

Lesomschrijving
In de voorbereidende les maken de leerlingen kennis met verschillende aspecten van een cultuur. Ze maken hun eigen parade waarin verschillende mensen en culturen gevierd worden.

Duur van de voorbereidende les
30 minuten

Leerdoelen


De kunstdisciplines die in dit blok worden behandeld
- dans
- muziek

Voorbereiding
- Neem de woordenlijst door
- Print de lesinstructie

Benodigde materialen voor de voorbereidende les
- Lesinstructie (in de bijlage)
- A4'tjes
- gekleurde stiften/potloden/krijtjes

Je hebt de vrijheid om de voorbereidende les naar jouw eigen visie en inzicht uit te breiden.
Groep 1/2
30 min.
Dans om de wereld

Slide 2 - Slide

Introduceer het thema van dit lesblok en stel vragen. Waar zou dit lesblok over kunnen gaan? Waar denk je aan bij de titel?

Vertel in het kort wat de leerlingen kunnen verwachten van de voorbereidende les. In deze les leren de leerlingen al het een en ander over verschillende culturen in Almere en hoe je die kan vieren. Ook gaan ze aan de slag met het maken van een eigen vlag.
Nieuw woord:
Land

Slide 3 - Slide

Vraag de leerlingen in welk land we zijn. Kunnen ze het aanwijzen op de kaart? Vertel vervolgens dat er nog veel meer landen op de wereld zijn. Zijn de leerlingen wel eens in een ander land geweest? En zijn er kinderen in de klas die ook nog een andere taal dan Nederlands spreken?

Nieuw woord: Land
Een gebied met een eigen bevolking, taal en cultuur. 

Vertel de leerlingen dat ze tijdens de masterclass allerlei verschillende landen gaan leren kennen (sommige kennen ze misschien al). Tijdens deze voorbereidende les leren ze alvast het een en andere over verschillende landen en culturen. 

Eens kijken of ze al iets weten over de landen waar ze langs gaan tijdens de masterclass met de vlaggenquiz op de volgende slide!

Vlaggenquiz

Slide 4 - Slide

Zijn er vlaggen die de kinderen herkennen? Laat ze raden van welke landen de vlaggen op de slide zijn.

Bovenste rij:
Turkije, Polen, Suriname, Dominicaanse Republiek

Onderste rij:
India, Egypte, Antillen, Marokko 
Nieuw woord:
Cultuur

Slide 5 - Slide

Nieuw woord: Cultuur
Gewoonten en tradities van een groep mensen (vaak uit hetzelfde land). Bijvoorbeeld kleding, eten en muziek. 

Elk land heeft een eigen cultuur en tradities. Een cultuur uit zich op verschillende manieren. Welke manieren kennen de leerlingen allemaal? Misschien wel uit de cultuur van een van hun ouders? Bijvoorbeeld muziek, dans of eten. Kennen de kinderen bijvoorbeeld een gerecht dat bij een specifieke cultuur hoort?
Nieuw woord:
Reis

Slide 6 - Slide

Is er wel eens iemand op vakantie geweest naar een ander land?

Vertel de leerlingen dat je op reis kan naar andere landen. Daar kan je andere culturen leren kennen. Landen hebben bijvoorbeeld hun eigen muziek of hun eigen gerechten.

Nieuw woord: Reis
Als je op reis gaat, ga je naar een andere plek. Bijvoorbeeld voor vakantie of werk.  
Culturen in Almere

Slide 7 - Slide

Sommige mensen gaan op vakantie naar een ander land, maar soms zijn andere culturen ook veel dichterbij te vinden. Zijn er bijvoorbeeld kinderen die in een ander land geboren zijn? Of met familie in een ander land?

Vertel de leerlingen dat je niet altijd ver weg hoeft om verschillende culturen te ontmoeten. In Almere kan je ontzettende veel verschillende culturen uit verschillende landen tegenkomen. Kennen de leerlingen bijvoorbeeld restaurants waar je gerechten uit een andere cultuur kan eten?
Connecting People

Slide 8 - Slide

Bekijk de video van het festival Connecting People in Almere. Tijdens Connecting People worden allemaal verschillende culturen gevierd.
Nieuw woord:
Kleding
Foto: Studio Fred Rotgans

Slide 9 - Slide

Wat voor dingen hebben de leerlingen allemaal langs zien komen in het filmpje? De verschillende culturen werden gevierd met onder andere eten, dans en muziek. Maar ook de verschillende soorten (vaak kleurrijke) kleding valt op.

Nieuw woord: Kleding
De kledingstukken die iemand aan heeft.  
Nieuw woord:
Parade
Foto: Fred Rotgans

Slide 10 - Slide

Wat viel er op aan hoe de mensen door de stad heen liepen? Ze liepen als een soort lange slinger aan mensen met allemaal muziek en vlaggen door de stad. Dat noemen we ook wel een parade.

Nieuw woord: Parade
Een feestelijke optocht van mensen, vaak met veel muziek en dans. 
Maak je eigen vlag!

Slide 11 - Slide

In een parade zie je veel vlaggen rondwapperen. Daarmee laten mensen zien dat ze trots zijn op een cultuur. Als jullie mee zouden lopen met zo'n parade, met wat voor vlag zou jij dan willen wapperen? 

Geef iedere leerling een papier en stiften/potloden/krijtjes uit. Laat ze een vlag tekenen waar zij mee zouden willen wapperen. (mag een bestaande vlag, maar ook een zelfbedachte vlag zijn.) 
Een parade in de klas

Slide 12 - Slide

Als iedereen een vlag heeft gemaakt kunnen jullie een eigen mini-parade doen in de klas. Zet muziek op en laat alle kinderen in een parade achter elkaar aan dansen met hun zelfgemaakte vlag. 
Land
Cultuur
Reis
Kleding
Parade

Slide 13 - Slide

Sluit de les af door de leerlingen te vragen wat ze tijdens deze les hebben geleerd en herhaal de nieuwe woorden: Land, cultuur, reis, kleding, parade.

Blik vooruit op de masterclass: In de masterclass gaan de leerlingen samen met een dansdocent, door middel van muziek en dans, een reis maken langs verschillende culturen. 

Wat kunnen ze verwachten van de masterclass:
- Introductie van de kunstenaar
- Terugkoppeling naar de voorbereidende les
- Uitleg van de kunstenaar wat ze gaan doen
- Aan de slag met de kunstenaar
- Afsluiten masterclass

Wat wordt er van de docent verwacht:
- De docent moet te alle tijden bij de masterclass aanwezig blijven.
- De docent assisteert de kunstenaar waar nodig. De kunstenaar zal dit aan het begin van de les afstemmen met de docent.
- De docent zorgt dat materialen die op school zijn geleverd of die van de school worden gebruikt klaar liggen.