Vertaling van paragraaf 19
Alles moet gedaan worden, opdat we zo dankbaar mogelijk zijn. Dat is namelijk ons voordeel, evenals rechtvaardigheid niet [iets] is, zoals algemeen wordt gedacht, dat [alleen] op anderen betrekking heeft; een groot deel ervan slaat terug op zichzelf.
Niemand is niet voor zichzelf van nut geweest, wanneer hij een ander van nut is, [en dat] zeg ik niet in die zin, dat iemand zal willen helpen omdat hij geholpen is, beschermen omdat hij verdedigd is, dat een goed voorbeeld met een omweg terugkomt bij degene die het heeft gegeven, zoals slechte voorbeelden terugslaan op degenen die ze hebben gegeven, en zoals geen enkel medelijden hen treft, die 140 onrecht lijden waarvan ze door het te doen hebben laten zien dat het gedaan kon worden, maar [in die zin] dat de beloning voor alle deugden in hen zelf zit. Ze worden namelijk niet beoefend voor een beloning: juist gehandeld hebben is het loon van die daad.