T1H7 Marktimperfecties

T1H7 Marktimperfecties
1. Marktmacht
2. Marktfalen
1 / 22
next
Slide 1: Slide
EconomietestSecundair onderwijs

This lesson contains 22 slides, with text slides.

Items in this lesson

T1H7 Marktimperfecties
1. Marktmacht
2. Marktfalen

Slide 1 - Slide

T1H7 Marktimperfecties
HB pg. 80-91
WB pg. 82-102
LessonUp

Slide 2 - Slide

Wat heb je nodig?
LessonUp
Cursusblok
Schrijfgerei
Laptop

Slide 3 - Slide

LEERDOELEN
* Analyse van de overheidsmaatregelen op regionaal, nationaal of Europees niveau ter bijsturing van marktfalen door externaliteiten, asymmetrische informatie en marktmacht.

Slide 4 - Slide

1. Marktmacht
Zie monopolie, oligopolie en monopolistische concurrentie
-> Beïnvloeding marktprijs, (min of meer) prijszetter. 

Gevolg: 
consumentensurplus neemt af
producentensurplus neemt toe
Er ontstaat welvaartsverlies!


Slide 5 - Slide

1. Marktmacht
Belgische, Europese en internationale autoriteiten houden toezicht en treden hiertegen op:

* BMA (Belgische Mededingsautoriteit -
Jacques Van Steenbergen, net gestopt
en nog geen opvolger))
* Europese Commissie - Margrethe 
Vestager
* International competition network 
en OESO (Organisatie voor 
Economische Samenwerking en 
Ontwikkeling)

Slide 6 - Slide

1. Marktmacht
Mededingingsbeleid, Ingaan tegen:
* kartels tussen ondernemingen
* misbruik machtspositie door grote onderneming
* overnames die leiden tot beperking concurrentie
* staatssteun die leidt tot verstoring concurrentie.

Samenwerken in voordeel consument toegelaten.

Concurrentie bevorderen! Voordelen:
Lagere prijzen - meer keuze - betere kwaliteit - technologische vooruitgang

Slide 7 - Slide

2. Marktfalen
2.1 Externaliteiten -> Positief of negatief (Tip: herhaal stakeholders zie pg. 81)

Wat is een extern effect?
'Een onbedoelde bijwerking van productie of consumptie die de welvaart van een ander dan de veroorzaker beïnvloedt.'

Deze bijwerking kan zowel positief als negatief zijn.
-> Positief extern effect > toename welvaart externe partij.
-> Negatief extern effect > afname welvaart externe partij.



Slide 8 - Slide

2 Marktfalen
MARKT FAALT!!! 

Men bereikt niet de meest wenselijke situatie of optimale situatie (snijpunt V/A) voor de bevolking.

Werkelijke kosten niet verrekend in verkoopprijs (noch producent, noch consument betaalt ervoor).! De prijs is bijgevolg te laag. -> Teveel Qv, dus niet Pareto-optimaal.

Slide 9 - Slide

2.1 Externaliteiten
A1 geeft de situatie op de markt weer.
A2 geeft de situatie weer waar hypothetisch 
rekening gehouden wordt met de milieuvervuiling.

Het parallellogram geeft de grootte weer wanneer
de Pe en Qe tot stand komen wanneer er geen 
rekening gehouden wordt met negatieve externe 
effecten.

Slide 10 - Slide

2 Marktfalen: oplossingen






Pigouviaanse heffing = soort accijns opleggen (rechttrekken kost vervuiling door deze in een waarde om te zetten)  -> externe kosten INTERNALISEREN (in de MK-curve bijsteken)
Subsidies worden gegeven aan alternatieven voor de vervuilende productie (vb. subsidies voor elektrische fietsen om mensen uit de auto te krijgen, subsidies voor veehouders om de productie en consumptie van koeienvlees tegen te gaan...)

Slide 11 - Slide

2 Marktfalen: oplossingen






Verhandelbare emissierechten ->verhandelbare vergunningen (overheidsinterventies) HB pg 85
Verbod: drugs - alcohol bij jongeren

Bevolking: maatschappelijke projecten via onderwijs, jeugdbeweging, sensibiliseringscampagnes enz

Slide 12 - Slide

2.1 Externaliteiten
Hier zie je de Pe en Qe gevormd door 
het marktmechanisme.

Er wordt enkel rekening gehouden met
de PRIVATE kosten van de onderneming
(MK door productie)
Hier FAALT DE MARKT

Slide 13 - Slide

2.1  Externaliteiten
Wat is een negatief extern effect?
Productie veroorzaakt buiten onderneming (exogeen) schade aan milieu => kost/last voor maatschappij.

Vb.: Uitstoot door productie in de lucht, vervuild water dat in de natuur terechtkomt, vandalisme rond voetbalwedstrijden...
-> Onderneming houdt hier zelf geen rekening mee. Veroorzaakte kosten NIET doorgerekend in marktprijs veroorzakende product. 





Slide 14 - Slide

2.1 Externaliteiten
Hier zie je de Pe en Qe na het meerekenen 
van de externe effecten.

Er wordt rekening gehouden met de 
PRIVATE EN de EXTERNE effecten. 
-> Samen de SOCIALE kosten of de
MAATSCHAPPELIJKE kosten.
Het 2e snijpunt geeft de maatschappelijk 
wenselijke situatie weer.
Pe hoger -> Qe lager
INTERNALISEREN EXTERNE KOSTEN

Slide 15 - Slide

2.1 Externaliteiten
Hier zie je de Pe en Qe na het meerekenen 
van de externe effecten.

Er wordt rekening gehouden met de 
PRIVATE EN de EXTERNE effecten. 
-> Samen de SOCIALE kosten of de
MAATSCHAPPELIJKE kosten.
Het 2e snijpunt geeft de maatschappelijk 
wenselijke situatie weer.
Pe hoger -> Qe lager
INTERNALISEREN EXTERNE KOSTEN

Slide 16 - Slide

2.1 Externaliteiten
Wat is een positief extern effect?
Productie of consumptie van product heeft onbedoeld positieve invloed op welvaart in een land. Meestal tgv collectieve goederen.
Vb.: Mooie voortuin van de buren bezorgt jou plezier, mooie straat laat waarde van je huis toenemen, aanleg mooie wegen en beplanting door de gemeente…

Deze worden aan een te hoge prijs verkocht , bijgevolg te weinig Qv.





Slide 17 - Slide

2.2 Asymmetrische informatie
* Ene partij meer info dan andere. Markt onvoldoende transparant 
-> kan misbruik in de hand werken met verstoring van marktmechanisme als gevolg. Vb. pg. 86

* Extra transactiekosten: 1 van betrokken partijen moet veel moeite en onderzoek doen om informatieachterstand weg te werken.

* Bevordert averechtse selectie: (proces waarbij slechte transacties goede verdrijven.) 
-> Koper onvoldoende info en verwacht mindere kwaliteit. 
-> Prijs daalt,
-> verkopers kwalitatieve goederen minder motivatie om te verkopen,
-> Enkel verkopers van inferieure goederen willen toetreden tot markt. 

Slide 18 - Slide

2.2 Asymmetrische informatie
* Bevordert averechtse selectie: (proces waarbij slechte transacties goede verdrijven.) 
-> Enkel verkopers inferieure goederen verkopen nog
-> Prijs daalt nog verder
-> Enkel nog slechts goederen op deze markt
GEVOLG: markt kan verdwijnen

Onzekerheid door informatieverschillen -> aantrekkelijke transacties gaan uiteindelijk niet door. 

OPL.
Garanties of kwaliteitscertificaten afleveren om vertrouwen kopers te winnen.

Slide 19 - Slide

2.3 Private goederen
Uitlsuitbaar: Sommige consumenten kunnen worden uitgesloten van het gebruik van dit goed. Vb. Jij koopt een broodje, iemand anders kan het niet meer kopen. Jij drinkt een blikje frisdrank leeg, iemand anders kan het niet opdrinken...

Rivaliserend:  Wanneer jij gebruik maakt van iets, kan iemand anders het niet gebruiken.
Vb. Wanneer jij op een stoel zit, kan een ander er niet meer op zitten. Wanneer jij een trui draagt, kan een ander hem niet dragen.

<-> Publieke goederen: niet- uitsluitbaar en niet-rivaliserend  


-> vrijbuitersprobleem overheid biedt ze best zelf aan en financiert met belastinggeld en sociale bijdragen

Slide 20 - Slide

2.3 Publieke goederen
<-> Zuiver publieke goederen: niet- uitsluitbaar en niet-rivaliserend  
Goederen nodig voor groot aantal mensen of ganse gemeenschap. 'Gratis' ter beschikking gesteld aan de ganse bevolking. Financiering met belastinggeld.
Vb. busvervoer of dijken. 

Niet rendabel voor privé-ondernemingen om goederen en diensten aan te bieden.

-> Vrijbuitersprobleem oplossen (Mensen die meegenieten ondanks dat ze niet meebetalen. Vb. Meegenieten van muziek van een festival, meegenieten van een lichtshow in de verte...)

Slide 21 - Slide

2.3 Quasi-Publieke goederen
Quasipublieke goederen: slechts 1 van beide kenmerken. Ofwel niet-uitsluitbaar (en wel rivaliserend), ofwel niet-rivaliserend (en wel uitsluitbaar). 
Financiering: deel met belastinggelden, deel door gebruiker.






Voorbeelden: Zie pg. 88 + lees pg. 89

Slide 22 - Slide