Herhalingsles: omdat - OVT - de analoge klok

Herhalingsles:

omdat - OVT - de analoge klok

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2Lager onderwijs

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Herhalingsles:

omdat - OVT - de analoge klok

Omdat

Maak van 2 zinnen 1 grote zin met het woord 'omdat'.

Voorbeelden:


Ik ga naar de dokter. Ik ben ziek.


Ik ga naar de dokter omdat ik ziek ben.

Voorbeelden:


Ik ben moe. Ik heb weinig geslapen.


Ik ben moe omdat ik weinig geslapen heb.

Wat gebeurt er met de 2de zin?

A

je herhaald de 2de zin.

B

het onderwerp verplaatst naar het einde van de zin.

C

de persoonsvorm verplaatst naar het einde van de zin.

D

soms verandert er iets in de 2de zin, soms niet.

Laat ons samen oefenen:

Ik eet geen vis. Ik lust dat niet.

Ik eet geen vis omdat ....

A

ik dat lust niet.

B

ik dat niet lust.

C

lust dat niet ik.

D

ik lust dat niet.

Ik ben te laat op school. Mijn tram had vertraging.


Ik ben te laat op school omdat...

A

mijn tram had vertraging.

B

mijn had vertraging tram.

C

tram had vertraging mijn.

D

mijn tram vertraging had.

Ik moet studeren. Ik heb morgen toets.

Ik moet studeren omdat ...

Ik ga buiten spelen. Het is mooi weer.

Ik ga buiten spelen omdat ...

De OVT van zijn

OVT

=

Onvoltooid Verleden Tijd

Het schema

Sleepvraag

OTT

OVT

Ik ben moe.

Jij was niet op school.

Jullie waren ziek.

Wij zijn in de klas.

Vul aan in de OVT: Ik ... ziek.

Vul aan in de OVT: Jullie ...... aan het voetballen.

Vul aan in de OVT: Hij ... heel sterk.

Vul aan in de OVT: Zij ... niet op school.

de analoge klok


Hoe laat is het?

A

Het is 20 voor 1

B

Het is 20 over 1

C

Het is 20 voor 2

D

Het is 20 voor 12

Hoe laat is het?

A

Het is half 9

B

Het is 20 over 9

C

Het is 35 voor 9

D

Het is 25 over 8

Hoe laat is het?

A

Het is 10 voor 9

B

Het is kwart voor 10

C

Het is 15 voor 10

D

Het is 10 voor 10

Sleepvraag

Het is half 3.

Het is 8uur.

Het is 25 voor 3.

Het is 5 voor 9.

Het is kwart over 2.

Wat vind jij het moeilijkste?

Zet de 3 onderdelen voor jezelf van moeilijk naar makkelijk.