Voortplanting les 2

Voortplanting
1 / 22
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Voortplanting

Slide 1 - Slide

Lesdoel
Wat betekenen alle letters van LHBTI+??

Geslachtsorganen van de man en vrouw.

Slide 2 - Slide

Wat zijn de juiste primaire geslachtskenmerken?
A
Jongen: penis en zaadballen. Meisje: borsten
B
Jongen: prostaat. Meisje schaamlippen
C
Jongen: prostaat Meisje: baarmoeder
D
Jongen penis en zaadballen. Meisje: schaamlippen

Slide 3 - Quiz

Wat zijn de juiste secundaire geslachtskenmerken?
A
Jongen: penis en zaadballen. Meisje: baarmoeder
B
Jongen: penis en zaadballen. Meisje: borsten
C
Jongen: baardgroei Meisje: borsten
D
Jongen: prostaat. Meisje: baarmoeder.

Slide 4 - Quiz

LHBTI+
Homo: Een man die zich aangetrokken voelt tot mannen.
Lesbisch: Een vrouw die zich aangetrokken voelt tot vrouwen.
Biseksueel: Een man/vrouw die zich aangetrokken voelt tot beide geslachten.

Slide 5 - Slide

LHBTI+
Transgender: Een jongen geboren als meisje, of andersom.
Intersekse: aangeboren condities waarbij het geslacht verschilt van wat medici als norm beschouwen voor mannen- en vrouwenlichamen. Er zijn veel verschillende intersekse-condities
.

Slide 6 - Slide

LHBTI+
Queer: Mensen die hun seksuele voorkeur liever niet in een hokje plaatsen. Iemand die queer is wil zich dus liever niet identificeren als lesbisch, hetero, biseksueel of panseksueel
Aseksueel: Mensen die zich niet seksueel aangetrokken voelen tot anderen

Slide 7 - Slide

LHBTI+
Panseksueel: Mensen die zich aangetrokken voelen tot alle genderidentiteiten en biologische geslachten. Ze vallen dus niet op geslacht, maar op het karakter of de persoonlijkheid van de ander 
Cisgender: Mensen bij wie het 
geboortegeslacht overeenkomt met de 
ervaren genderidentiteit

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Vrouwelijk geslachtsorgaan

Slide 10 - Slide

Vrouwelijk geslachtsorgaan

Slide 11 - Slide

Vrouwelijk geslachtsorgaan

Slide 12 - Slide

Mannelijk geslachtsorgaan

Slide 13 - Slide

Lezen en maken
Lees basisstof 4.2, Maak opdrachten 6 en 7
Lees basisstof 4.3, Maak opdrachten 10 t/m 12, 11a hoeft niet.
Klaar?
In de planner (it's) staan twee bestanden: 'de man' en 'de vrouw'. Vul dit bestand in met de namen en functies van de organen. Inleveren op it's. 
Resultaat = Over 45 minuten heb je bovenstaande af. 

Slide 14 - Slide

Bespreken opdrachten

Slide 15 - Slide

Waar hoort de penis bij?
A
Primaire geslachtskenmerken
B
Secundaire geslachtskenmerken

Slide 16 - Quiz

Waar horen borsten bij?
A
Primaire geslachtskenmerken
B
Secundaire geslachtskenmerken
C
Primaire en secundaire geslachtskenmerken
D
Geen van beide

Slide 17 - Quiz

Hoe noemen we deel 4?
A
voorhuid
B
teelbal
C
eikel
D
penis

Slide 18 - Quiz

De penis is een spier.

A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

De penis bevat een bot
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quiz


Hoe heet nummer 5?
A
Vagina
B
Eierstok
C
Eileider
D
Urineblaas

Slide 21 - Quiz


Hoe heet nummer 1?
A
Vagina
B
Eierstok
C
Eileider
D
Baarmoeder

Slide 22 - Quiz