Hoofdstuk 1: Kinderboerderij
IBS 1: Dierverzorger op een recreatiepark
MBO niveau 2
Hoofdstuk 1: Kinderboerderij
IBS 1: Dierverzorger op een recreatiepark
MBO niveau 2
Noem een functie van een kinderboerderij.
Kinderboerderij
= een boerderij die openbaar toegankelijk is voor het publiek.
Functies:
Kinderen en volwassen kennis te laten maken met boerderijdieren
Maatschappelijke functies: recreatie, educatie, sociaal en therapeutisch
Vaak beheerd door:
de gemeente, een stichting/vereniging of een zorginstelling.
Een groot deel van de bezoekers behoort tot de zogeheten ‘risicogroepen’. Wie vallen hieronder?
Keurmerk kinderboerderijen
Bevat alle wet- en regelgeving waar de kinderboerderij aan moet voldoen:
Arbowet voor personeel
gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Criteria op het gebied van hygiëne en dierenwelzijn
ivm de risicogroepen
Welke dieren zijn geschikt voor een kinderboerderij?
Meest gehouden dieren op
de kinderboerderij:
Paard / pony / ezel
Koeien
Varkens
Geiten
Schapen
Konijnen
Cavia’s
Kleine knaagdieren
Kippen
Verschillende boerderijdieren
in lage aantallen.
Dieren die geschikt zijn;
rustig, betrouwbaar met een lief en leuk karakter
geen ongecastreerde dieren
gezonde dieren
Welke dieren zijn niet geschikt voor een kinderboerderij?
Waarom dien je minimaal twee koeien samen te houden?
omdat koeien altijd in paartjes gehouden moeten worden
omdat het groepsdieren zijn
omdat het solitaire dieren zijn
omdat ze anders geen melk geven
Voeren
Door medewerkers:
naar hun eigen dieet (sluit aan bij hun voederbehoefte)
Controleren of het voedsel nog goed is
Waarom mogen bezoekers op veel kinderboerderijen de dieren niet voeren?
Niet voeren door bezoekers omdat:
Dieren kunnen zicht overeten:
- te dik en ziek worden
- herkauwers kunnen pensverzuring (voedselvergiftiging)
krijgen (kunnen hieraan overlijden).
- paarden kunnen koliek krijgen van aardappelschillen,
vers of beschimmeld brood
Dieren kunnen per ongeluk verpakkingen aanvreten die in de wei achtergelaten worden
Soms worden de dieren opdringerig als ze steeds gevoerd worden
Hoe kan je ervoor zorgen dat klanten toch de dieren kunnen voeren, zonder dat dit gevaarlijk/ongezond is voor de dieren?
. Wat verstaan we onder ‘gedomesticeerde’ dieren?
oorspronkelijk wilde dieren tot huisdier gemaakt
wilde dieren
dieren die gehouden worden in de dierentuin
dieren die gehouden worden in de kinderboerderij
Criteria bij domesticeren
Voortplanting staat onder controle van de mens
Territorium wordt bepaald door mensen
Het dier levert een product of dienst voor de mens
Het dier is verschillend van de wilde voorouder
In verhouding maar weinig (40) diersoorten gedomesticeerd:
ze moeten geschikt zijn voor het domesticatie proces,
voorwaarden:
flexibel dieet
snel volwassen (vruchtbaar)
Bereid zijn om in gevangenschap te paren
aangenaam karakter, benaderbaar voor de mens
relatief lage stressreactie, vluchtafstand en beweeglijkheid
sociale groepen, hiërarchie
Hoofdstuk 2: Dierenpark
IBS 1: Dierverzorger op een recreatiepark
MBO niveau 2
Wat is een dierentuin?
Dierenpark/dierentuin/zoo
= een verzameling levende dieren die worden gehouden om het publiek de gelegenheid te geven ze te kunnen bekijken.
Oorspronkelijk wilde en exotische dieren, nu ook gedomesticeerde dieren
Wet ‘Besluit houders van dieren’:
Een permanente inrichting waar meer dan 10 levende wilde dieren worden gehouden om minimaal ten minste 7 dagen per jaar te worden tentoongesteld aan het publiek (met uitzondering van circussen en dierenwinkels).
Beschikken over een dierentuinvergunning (de Europese Dierentuinrichtlijn).
Benoem functies van een dierentuin.
Voorwaarden welzijn:
de ruimte hebben om hun natuurlijke gedrag te kunnen vertonen. Ook volgens hun sociale leefstijl kunnen leven (in groepen of juist alleen).
voldoende ruimte hebben om zichzelf te verzorgen, te kunnen groeien en te kunnen voortplanten.
de veiligheid van mens en dier waarborgen (voorkomen dat dieren ontsnappen en plannen hebben in geval van calamiteiten).
een registratiesysteem hebben. (informatie over voeding, fokken en diergeneeskundige verzorging).
Op welke manier bootsen de dierentuinen de natuurlijke leefomgeving na?
Trends in de dierentuin:
de natuurlijke leefomgeving enigszins na te bootsen in ruim opgezette verblijven.
Er worden steeds vaker diersoorten gecombineerd.
Zo min mogelijk hinderlijke hekwerken en kooien.
Dierengroepen in de dierentuin
Primaten
Hoefdieren
Roofdieren
Buideldieren
Slurfdieren
Holhoornige
Zeezoogdieren
Herpeten
Roofvogels
Watervogels
Loopvogels
Tropische vogels
antilopen, geiten en runderen
Zoogdieren die voornamelijk vlees eten zoals leeuwen en tijgers, maar ook beren worden hierbij gerekend.
apen en halfapen
Tot de bekendere behoren onder andere de kangoeroes, de koala, de Tasmaanse duivel en de buidelratten.
tapirs en olifanten
Alle dieren met hoeven. Hiertoe worden evenhoevige, onevenhoevige, slurfdieren en holhoornigen gerekend.
De niet-vliegende vogels zoals struisvogels en kiwi’s.
Vleesetende vogels die op prooien jagen. Arenden, valken, gieren en uilen behoren tot deze groep.
Verzamelnaam voor allerlei soorten exotische vogels: papegaaien, kanaries, toekans etc.
Zoogdieren die voornamelijk in het water leven zoals dolfijnen, zeeleeuwen en zeehonden.
Hiertoe behoren alle reptielen (zoals slangen en hagedissen) en amfibieën (zoals kikkers en salamanders).
Vogels die voornamelijk op of bij het water even: eenden, zwanen en flamingo’s zijn enkele voorbeelden.
Evenhoevige
Onevenhoevige
Holhoornigen
Voeding
Je kan dieren in de dierentuin niet de voeding bieden die ze in het wild gewend zijn:
zoeken naar alternatieven (aangepaste diëten)
aanbieden op een manier om het natuurlijk gedrag te stimuleren
Wat voor soort voedselgroepen komen er voor in de dierentuin?
Voedselgroepen in dierentuinvoeding
Gras en ander ruwvoeders
Browse producten
Blad en koolgroenten
Andere groenten
Fruit producten
Zaden, rozijnen en noten
Vlees producten
Vis producten
Ongewervelde dieren
Krachtvoer
Supplementen
Andere producten
Waarom dien je niet te veel walnoten aan een dier te geven?
zijn giftig
bevatten te veel suikers
kan darmproblemen veroorzaken
bevatten te veel vetten
Benoem een supplement.
Aan de slag!
Hoofdstuk vragen:
1 (blz. 3)
2 (blz. 6)
3 (blz. 8)
4 (blz. 15)
Leeractiviteit
1.1 overzicht gewervelde dieren (blz. 4)
1.2 rassen herkennen en benoemen (blz. 5)