Kapitel 2 Düsseldorf

Kapitel 2 Düsseldorf

Learning objective

1 / 79
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 79 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kapitel 2 Düsseldorf

Learning objective

Dinsdag 20/10

Planning van de dag:

  • doel van de les

  • uitleg datum en rangtelwoorden

  • evaluatie

  • huiswerk

Rangtelwoorden

Lesdoel: Aan het einde van de les kan ik de Duitse rangtelwoorden opschrijven en toepassen bij de opdrachten.

Wat is een rangtelwoord?

Welke letters komen er achter de getallen 1 t/m 19?

A

niks

B

ste

C

e

D

te

Welke letters komen er achter de getallen vanaf 20?

A

niks

B

ste

C

e

D

te

Vertaal: 3 mei

A

der dreite Mai

B

der 3 Mai

C

der dritte Mai

D

der 3. Mai

Vertaal: 6 november

A

der 6 November

B

der 6. November

C

der sechte November

D

der sechste November

Evaulatie

Lesdoel: Aan het einde van de les kan ik de Duitse rangtelwoorden opschrijven.


  • Wat is een rangtelwoord?

  • Hoe maak je een rangtelwoord?

  • Welke 4 rangtelwoorden zijn uitzonderingen?

Huiswerk

21/10

3e les uur globe 2


Maken blz. 88

opdrachten: 1, 2, 3, 4

(bij opdracht 4 heb je een agenda nodig)


Leren: K2L1 + de rangtelwoorden.


3e uur: gastles Trashpackers. Eerst melden bij globe 2

Donderdag 22/10

Planning van de les

  • huiswerk controle

  • terugblikken vorige les

  • doel van de les

  • uitleggen

  • luisteropdracht

  • huiswerk

Rangtelwoorden

  • Wat is een rangtelwoord?

  • Hoe maak je een rangtelwoord?

  • Welke 4 rangtelwoorden zijn uitzonderingen?

doel van de les

Ik kan voorzetsels met de vierde naamval et een persoonlijk voornaamwoord gebruiken.


Ik kan de tweeklanken uitspreken.

Grammatik A; voorzetsels met de vierde naamval en persoonlijk voornaamwoord

Slide text

Grammatik B: Voorzetsels met de vierde naamval en de ein-gruppe

Slide text

Luisteropdracht

blz. 91

opdr; 5


opdr.12

blz.99



Huiswerk

Dinsdag 27/10

1e uur; Globe 2


blz. 93

opdr: 6,7,8,9

blz. 98

opdr: 11,14


Leren:

K2L1 + rangtelwoorden

K2L2 Du-NL

Dinsdag 27/10

Planning van de dag;

  • huiswerk controle + controle leerwerk

  • herhalen grammatik A en B

  • doel van de les

  • uitleg grammatik C

  • luisteropdrachten

  • huiswerk

herhaling grammatik A en B

Slide text

Doel van de les

Ik kan voorzetsels met de vierde naamval met een zelfstandig naamwoord gebruiken (der-gruppe).

Grammatik C: voorzetsels met de vierde naamval en de der-Gruppe

Slide text

Luisteropdrachten

luisteropdrachten 15c, 16.

Huiswerk

Woensdag 28/10

3e uur globe 2


Maken opdrachten:

blz. 101

opdrachten 15 t/m 19


Leren:

K2L2

Woensdag 28/10

planning van de dag:

  • huiswerk controle

  • doel van de les

  • herhalen grammatik a,b,c

  • luisteropdrachten

  • SO

  • huiswerk

doel van de les

Ik kan woorden gebruiken die met eten en drinken te maken hebben.

eten en drinken

wat weten we al?

Grammatic a

Slide text

grammatic b


grammatic c

Slide text

Huiswerk

Donderdag 29/10

5e uur Globe 2


blz. 106

opdrachten: 20,21,22,23


leren: K2L3


SO K2L123 WOORDEN EN ZINNEN DONDERDAG 5 NOV.

  • RANGTELWOORDEN EN GRAMMATICA.

Dinsdag 3/11

Planning van de les:

  • Huiswerk controle: blz. 106 opdr 20,21,22,23

  • Mondelinge overhoring K2L123

  • Doel van de les

  • Huiswerk

  • Leren SO; dinsdag 10/11



doel van de les

Ik kan woorden gebruiken die met eten en drinken te maken hebben.


  • Welke woorden kennen we nog die te maken hebben met eten en drinken.

Huiswerk

Woensdag 4/11

3e uur globe 2


Maken blz. 111

opdrachten 24,25,26


Leren K2L3 woorden +zinnen


Klaar:

  • nakijken

  • leren SO donerdag 5/11

Woensdag 4/11

Planning van de dag:

  • huiswerk controle

  • herhalen grammatik A B C

  • Huiswerk

  • Leren SO Dinsdag

Grammatik A B C

Slide text

Grammatic a

Slide text

grammatic b


grammatic c

Slide text

Huiswerk

Donderdag 5/11

5e uur globe 2


Maken blz/ 116 Differenzierung

opdrachten: 1,2,8,9


Leren K2 L1 t/m L3; woorden, zinnen, rangtelwoorden.


Klaar:

  • Nakijken

  • leren SO (overhoren in 2 tallen)

Dinsdag 10/11

Planning:

  • maken SO

  • huiswerk

SO

op tafel:

  • pen



Klaar:

  • SO op de hoek van je tafel.


  • Werkboek blz. 118 maken opdrachten 31,32,33,34,35

    • zelfstandig aan het werk.

    • Klaar: nakijken

Woensdag 11/11

planning van de dag:

  • Huiswerk controle

  • doel van de les

  • uitleggen grammatik D

  • Luisteropdracht

  • huiswerk

Doel van de les

Ik kan het eerste en de vierde naamval bepalen.

Wat weet je nog over? Naamvallen

Hoe heet de 1e naamval in het Nederlands?

A

meewerkend voorwerp

B

lijdend voorwerp

C

persoonsvorm

D

onderwerp

Met welke vraag vind je het onderwerp van een zin?

Hoe heet de vierde naamval in het Nederlands?

A

onderwerp

B

lijdend voorwerp

C

meewerkend voorwerp

D

persoonsvorm

Met welke vraag vind je het lijdend voorwerp in een zin?

Hieronder vind je de voorzetsels van de vierde naamval. Als een van deze voorzetsels in de zin staat, staat het zinsdeel erachter altijd in de vierde naamval. Het is belangrijk dat je de betekenis van de voorzetsels kent. Verbind het Duitse voorzetsel met de Nederlandse betekenis. 

door

durch

für

gegen

ohne

um

voor

tegen

zonder

om

Uitleg 1e en 4e naamval

In de volgende dia vind je een uitlegvideo over de 1e en 4e naamval. Je kunt er zelf voor kiezen om deze video te kijken of over te slaan. Heb je na de video vragen, dan kun je altijd een vinger opsteken. De docent komt dan bij je langs. 

Wat is het onderwerp in deze zin? Wir haben gestern ein Eis gegessen.

A

ein Eis

B

gestern

C

wir

D

haben

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin? Wir haben gestern ein Eis gegessen.

A

ein Eis

B

gestern

C

wir

D

haben

Wat is de 1e naamval in deze zin? Meine Eltern haben einen Hund gekauft.

A

Meine Eltern

B

einen Hund

C

haben

D

gekauft

Wat is de 4e naamval in deze zin? Meine Eltern haben einen Hund gekauft.

A

Meine Eltern

B

einen Hund

C

haben

D

gekauft

De vierde naamval oefenen

In de volgende dia's ga je de vierde naamval oefenen en herhalen. 

Neem bladzijde 13 in je boek erbij. Hier staan de der-gruppe en ein-gruppe. Ook staat de uitleg hier nog een keer als je deze nog een keer wil doorlezen. 

Für ............ Schwester.

A

mein

B

meine

C

meinen

D


Gegen ............. Bruder.

A

deinen

B

dein

C

deine

D


Ohne ............ Vater.

A

der

B

die

C

den

D

das

Durch ......... Schule (v).

A

der

B

die

C

den

D

das

Sie will lieber ohne mein..... Vater Schuhe kaufen gehen.

Für d.......... Verein (m) ist dieses Spiel sehr wichtig.

Sie gewinnt oft gegen ........ Vater.

Sie macht sich sorgen um ihr...... Mutter.

Wenn sie gegen mein...... Freundin verliert, findet meine Schwester das Blöd.

Es gibt einfach keine Lösung für d..... Problem (o).

Hier, der Ball ist für dein.......... Bruder.

Ich habe gegen mein........ Trainer gewonnen.

Ich mache mir Sorgen um ihr...... Freundin.

Luisteropdracht

blz. 121

opdrachten 36


fragment 1 und 2

richtig oder falsch

Huiswerk

Donderdag 12/11

5e uur Globe 2


Maken blz. 121

Opdr. 36,37,38,39,40,41


Leren: K2L4 Du-Nl + die Monate und die Jahreszeiten.

Donderdag 12/11

Planning van de les:

  • huiswerk controle

  • doel van de les

  • herhalen grammatik D

  • luisteropdrachten

  • Huiswerk



doel van de les

Ik kan het zelfstandig naamwoord vervangen door een persoonlijk voornaamwoord in de eerste en de vierde naamval.


Grammatik D

Slide text

Slide heading

Slide text

Luisteropdrachten

blz. 128

opdr. 45a

46a

47

Huiswerk

Dinsdag 17/11

1e uur globe 1


Maken blz. 127

opdr. 43 t/m 48


Leren K2L4 en 5


Klaar?

  • Nakijken

  • Hw andere vakken