Cursus 4.2 Hoe ontstond de industrie? deel 1

1 / 22
next
Slide 1: Slide
M&MMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Welke van onderstaande woorden hoort NIET bij de beroepssectoren
A
industrie sector
B
agrarische sector
C
zorgsector
D
dienstensector

Slide 2 - Quiz

Hoeveel beroepssectoren denk jij dat er zijn?
A
3
B
4
C
2
D
5

Slide 3 - Quiz

Beroepssectoren
A
groep van industrieberoepen en ambachten waarbij producten worden gemaakt
B
groep beroepen: landbouwsector, industriesector en dienstensector.
C
groep landbouw-, mijnbouw- en visserijberoepen waarbij producten uit de natuur worden gehaald (agrarische sector).
D
lle mensen die werken of op zoek zijn naar werk.

Slide 4 - Quiz

Leerdoelen deel 1 4.2
Wat zijn plantages?
Wat is een spinnenwiel?
Wat is een weefgetouw?
Wat is huisnijverheid?
Wat zijn oude energiebronnen?

Slide 5 - Slide

Welke jaren horen bij de '19e eeuw'?
A
1900-2000
B
1800-1900
C
1700-1800
D
1900-1950

Slide 6 - Quiz

Waar moet je aan
denken bij industrie?

Slide 7 - Mind map

Slide 8 - Slide

De tijd vóór de Industriële Revolutie
Veel slaven werkten op landgoederen waar katoen werd verbouwd in de VS ( zie vorige afbeelding)

Katoen
: Materiaal (grondstof) wat wordt gebruikt voor het maken van kleding.

Werd naar Europa gebracht waar er kleding van werd gemaakt.

Boeren en ambachtslieden maken van dat materiaal textiel.
Een katoenplantage in de Amerika
Slaven
Katoenplant

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Wat is een katoenplantage?

Slide 11 - Open question

Het katoen ging naar Engeland
Katoen werd door koopmannen in Engeland opgekocht en aan mensen thuis gegeven.
Met een spinnenwiel sponnen ze draden, met een weefgetouw werden er lakens van gemaakt.
Stond in huis en hele gezin hielp mee.
Huisnijverheid

Slide 12 - Slide

De tijd vóór de Industriële Revolutie
Huisnijverheid: In je eigen huis producten maken zoals textiel.

Textiel: Stukken/lappen stof waar uiteindelijk kleding van wordt gemaakt.

Veel kleine bedrijfjes die het hele 
jaar door werken
Een spinnenwiel
Textiel
Een familie die katoen spint
Eind 18e eeuw
Heel de familie werkte mee.

Slide 13 - Slide

Wat is huisnijverheid?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Waarmee maakten ze lappenstof?
A
weefgetouw
B
spinnewiel
C
kleermakers
D
machine

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Slide

Hoe heten de 2 werktuigen op het vorige plaatje?

Slide 20 - Open question

Slide 21 - Slide

Huiswerk
- Theorie cursus 4.2 lezen
- opdrachten 1 t/m 17 maken

Slide 22 - Slide