H5 deel 2

Goedemorgen
😒🙁😐🙂😃
1 / 12
next
Slide 1: Poll
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 2

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Goedemorgen
😒🙁😐🙂😃

Slide 1 - Poll

De technische gebruiksduur is het aantal jaar dat een duurzaam productiemiddel waardevol is voor een ondernemer.
A
juist
B
onjuist

Slide 2 - Quiz

welke van de onderstaande beweringen is juist
A
De technische gebruiksduur is de periode waarin een productie- middel in staat is prestaties te leveren.
B
De economische gebruiksduur is de periode waarin een productiemiddel in staat is prestaties te leveren.
C
De technische gebruiksduur is de periode waarin een productiemiddel prestaties levert die voor een bedrijf waarde hebben.
D
De economische gebruiksduur is de periode waarin een productiemiddel prestaties levert die voor een bedrijf waarde hebben.

Slide 3 - Quiz

De _________________is in tijd nooit langer dan de ____________________
economische gebruiksduur
Technische gebruiksduur

Slide 4 - Drag question

Een duurzaam productiemiddel kan nog van waarde kan zijn in een ander land, als het in Nederland economisch is afgeschreven.
klopt dit? waarom wel/niet

Slide 5 - Open question

de som van de aanschafprijs en de installatiekosten
opbrengst bij verkoop min eventuele sloopkosten
kosten die je moet maken om een machine de prestaties te laten leveren waarvoor deze machine is bedoeld
de huidige prijs van een duurzaam productiemiddel
boekwaarde
Aanschafwaarde
Restwaarde
Complementaire kosten

Slide 6 - Drag question

Afschrijvingskosten zijn de kosten die het gevolg zijn van de waardedaling van een machine door normaal gebruik.
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quiz

methode waarbij wordt afgeschreven met een vast percentage van de aanschafwaarde
A
de jaarlijks af te schrijven bedragen blijven ieder jaar gelijk
B
de jaarlijks af te schrijven bedragen nemen ieder jaar af.
C
de jaarlijks af te schrijven bedragen nemen ieder jaar met een gelijk bedrag af.

Slide 8 - Quiz

methode waarbij wordt afgeschreven met een vast percentage van de boekwaarde.
A
de jaarlijks af te schrijven bedragen blijven ieder jaar gelijk
B
de jaarlijks af te schrijven bedragen nemen ieder jaar af.
C
de jaarlijks af te schrijven bedragen nemen ieder jaar met een gelijk bedrag af.

Slide 9 - Quiz

methode waarbij wordt afgeschreven met de som van de jaartallen.
A
de jaarlijks af te schrijven bedragen blijven ieder jaar gelijk
B
de jaarlijks af te schrijven bedragen nemen ieder jaar af.
C
de jaarlijks af te schrijven bedragen nemen ieder jaar met een gelijk bedrag af.

Slide 10 - Quiz

Aan de slag!
Routineopgaven : 1 t/m 6

Slide 11 - Slide

Hoe vonden jullie de les gaan?
😒🙁😐🙂😃

Slide 12 - Poll