Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 5
Warmte
1 / 43
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 5
Warmte

Slide 1 - Slide

Spoorboekje Ho 5.1  Les 1
0) Uitleg PO woensdag

a) Lezen 5.1 tekst in stilte 

b) Uitleg lessonup 

c) Maken hoofdstuk 5 paragraaf 1
           Start vanaf vraag 1

d)Filmpje bekijken 
           





8 min 

8 min 

8 min  Klaar --> Maak alvast een mindmap of samenvatting

4 min 
timer
8:00

Slide 2 - Slide

PO bewegen Woensdag
  • PO samen met de hele klas
  • Gaat over bewegen en werken met Excel
  • Je gaat 4 bewegingen meten over een bepaalde route Fiets, Hardlopen, Step, Lopen, Huppelen.
  • Tijdwaarnemers
  • 3x Herhalen
  • Spreken af in de klas

Slide 3 - Slide

Paragraaf 5.1 Warmte en energie

Slide 4 - Slide

Leerdoelen

  • Je kunt vier soorten energie noemen.
  • Je kunt de eenheid van energie noemen.
  • Je kunt energieomzettingen in energieschema's weergeven.

Slide 5 - Slide

Soorten energie
  • Chemische energie (alles wat verbrandt)
  • Elektrische energie (snoer / batterij/ accu)
  •  Zonne-energie
  • Windenergie
  • Kernenergie
  • Warmte
  • Stralingsenergie (zon)
  • Bewegingsenergie
  • Zwaarte-energie

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

timer
2:00
Soorten energie

Slide 8 - Mind map

Energie-omzetting
  • grootheid = Energie (E)
  • eenheid = Joule (J)

Slide 9 - Slide

Spoorboekje
a) Lezen 5.1 tekst in stilte 

b) Uitleg lessonup 

c) Maken hoofdstuk 5 paragraaf 1
           Start vanaf vraag 1

d)Filmpje bekijken 
           



8 min 

8 min 

8 min  Klaar --> Maak alvast een mindmap of samenvatting

4 min 
timer
8:00

Slide 10 - Slide

7

Slide 11 - Video

00:45
Welke combinatie past bij een bliksemflits die je ziet en die de lucht sterk verwarmt?
A
Alleen elektrische energie.
B
Elektrische energie, lichtenergie en warmte.
C
Chemische energie, lichtenergie en zwaarte-energie.
D
Alleen lichtenergie en bewegingsenergie.

Slide 12 - Quiz

01:07
Een hamburger ligt stil op een bord. Welke energie is in het voedsel opgeslagen?
A
Bewegingsenergie, omdat je het later kunt verplaatsen.
B
Elektrische energie, omdat je lichaam elektrische signalen gebruikt.
C
Chemische energie, ook wanneer het voedsel niet beweegt.
D
Lichtenergie, omdat je het voedsel kunt zien.

Slide 13 - Quiz

01:45
Een druppel hangt hoog boven de grond en valt daarna naar beneden. Welke beschrijving past daarbij?
A
Hoogte geeft zwaarte-energie; tijdens het vallen heeft de druppel ook bewegingsenergie.
B
Een stilhangende druppel heeft geen energie; energie ontstaat pas tijdens het vallen.
C
Het water verandert tijdens het vallen chemische energie in elektrische energie.
D
De druppel heeft alleen lichtenergie, omdat je hem kunt zien.

Slide 14 - Quiz

02:26
Wat is volgens de video het verschil tussen een zonnepaneel en een zonneboiler?
A
Een zonnepaneel maakt warmte; een zonneboiler maakt elektriciteit.
B
Beide zetten elektrische energie om in lichtenergie.
C
Een zonnepaneel gebruikt bewegingsenergie; een zonneboiler gebruikt chemische energie.
D
Een zonnepaneel levert elektrische energie; een zonneboiler verwarmt water.

Slide 15 - Quiz

02:50
Een hardloper beweegt en krijgt het warm. Welk energieschema past het best bij het voorbeeld in de video?
A
Bewegingsenergie → chemische energie + lichtenergie.
B
Chemische energie → bewegingsenergie + warmte.
C
Elektrische energie → zwaarte-energie + lichtenergie.
D
Chemische energie → alleen bewegingsenergie.

Slide 16 - Quiz

03:31
In een energieschema is de ingaande pijl even breed als de twee uitgaande pijlen samen. Wat laat dat zien?
A
Er gaan altijd precies twee soorten energie uit een apparaat.
B
Elke uitgaande energievorm krijgt precies de helft van de energie.
C
De totale hoeveelheid energie blijft behouden, ook als de energievormen veranderen.
D
Een deel van de energie verdwijnt tijdens de omzetting.

Slide 17 - Quiz

04:10
Een gloeilamp zet maar een klein deel van de elektrische energie om in licht. Wat gebeurt volgens het voorbeeld met het grootste deel?
A
Dat wordt omgezet in warmte; het is niet verdwenen.
B
Dat verdwijnt, omdat het niet nuttig wordt gebruikt.
C
Dat blijft als chemische energie in de lamp opgeslagen.
D
Dat wordt omgezet in bewegingsenergie van de lamp.

Slide 18 - Quiz

Spoorboekje
a) Lezen 5.1 tekst in stilte 

b) Uitleg lessonup 

c) Maken hoofdstuk 5 paragraaf 1
           Start vanaf vraag 1

d)Filmpje bekijken 
           



8 min 

8 min 

8 min  Klaar --> Maak alvast een mindmap of samenvatting

4 min 
timer
8:00

Slide 19 - Slide

Leerdoelen

  • Je kunt vier soorten energie noemen.
  • Je kunt de eenheid van energie noemen.
  • Je kunt energieomzettingen in energieschema's weergeven.

Slide 20 - Slide

5.2 Verbranding en Mileu

Slide 21 - Slide

Spoorboekje Ho 5.2  Les 2

Terugblik

Uitleg Ho 5.2

Werken aan opgaven 


Afsluiten les met huiswerk
           




2 min 

10 min 

10 min  Klaar --> Lees alvast 5.3 of maak samenvatting

4 min 
timer
10:00
timer
2:00

Slide 22 - Slide

Vorige les

Slide 23 - Slide

warmtebronnen
als je iets wilt verwarmen heb je een warmtebron nodig
een warmtebron zorgt voor warmte

Slide 24 - Slide

Spoorboekje Ho 5.2  Les 2

Terugblik

Uitleg Ho 5.2

Werken aan opgaven 


Afsluiten les met huiswerk
           




2 min 

10 min 

10 min  Klaar --> Lees alvast 5.3 of maak samenvatting

4 min 
timer
10:00
timer
2:00

Slide 25 - Slide

Leerdoelen I
1.Leerlingen kunnen het verschil tussen volledige en onvolledige verbranding van aardgas uitleggen, inclusief de voorwaarden waaronder elk type verbranding plaatsvindt en de producten die bij elk type verbranding ontstaan.

2. Leerlingen kunnen identificeren en uitleggen welke factoren bijdragen aan volledige of onvolledige verbranding, zoals de aanwezigheid van voldoende zuurstof en de temperatuur boven de ontbrandingstemperatuur.

3. Leerlingen kunnen de kenmerken en gevaren van koolstofmonoxide beschrijven, met inbegrip van hoe het ontstaat bij onvolledige verbranding en waarom het een gevaar vormt voor de gezondheid.

4. Leerlingen kunnen de rol van koolstofdioxide als broeikasgas uitleggen en hoe het bijdraagt aan het broeikaseffect, evenals de gevolgen van een verhoogde concentratie koolstofdioxide in de atmosfeer.

5. Leerlingen kunnen het belang van correct afgestelde branders in verwarmingssystemen bespreken om volledige verbranding te bevorderen en de uitstoot van schadelijke gassen zoals koolstofmonoxide en roet te verminderen.










Slide 26 - Slide

Leerdoelen II
6. Leerlingen kunnen de concepten van fossiele brandstoffen en hun impact op het milieu beschrijven, inclusief hoe de verbranding van fossiele brandstoffen zoals aardgas, aardolie en hun derivaten bijdraagt aan de toename van koolstofdioxide in de atmosfeer.
 
7. Leerlingen kunnen een reactieschema voor een verbrandingsreactie tekenen en interpreteren, waarbij ze de beginstoffen en reactieproducten voor zowel volledige als onvolledige verbranding aangeven.
8. Leerlingen kunnen de gevolgen van het versterkte broeikaseffect uitleggen, zoals het smelten van ijs bij de polen en de stijging van de zeespiegel, en de impact die dit kan hebben op laaggelegen gebieden.

9. Leerlingen kunnen uitleggen waarom koolstofdioxide wordt beschouwd als een belangrijk gas voor de temperatuurregulatie op aarde en hoe het natuurlijke broeikaseffect verschilt van het versterkte broeikaseffect veroorzaakt door menselijke activiteiten.
10. Leerlingen kunnen reactievergelijking opstellen door symbolen uit de tekst te halen
11. Leerlingen kunnen verbrandingsreactie opstellen

Slide 27 - Slide

Voorwaarden voor verbranding

Slide 28 - Slide

voorwaarden voor verbranding
voordat iets kan verbranden moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan
dit kun je in de branddriehoek zetten

voorwaarden:
  • zuurstof aanwezig (proef 2)
  • brandstof aanwezig (kaars op)
  • een juiste temperatuur/warmte 

Slide 29 - Slide

Chemische reactie
Bij de verbranding van fossiele brandstoffen vindt er een chemische reactie plaats.
De beginstoffen verdwijnen en er ontstaan reactieproducten.

Reactieschema chemische reactie:
beginstof(fen) → reactieproduct(en)

Slide 30 - Slide

Reactieschema
                    Beginstof                  --->                      Eindstof

Slide 31 - Slide

volledige en onvolledige verbranding
  • Bij volledige verbranding is er genoeg zuurstof, er ontstaat altijd CO2 en H2O
  • Bij onvolledige verbranding is er te weinig zuurstof, er ontstaat altijd CO en H2O
  • Bij onvolledige verbranding ontstaat er giftig koolmonoxide.
Onvolledige verbranding van aardgas:
               2 CH4      +       3 O2      -->      2 CO     +       4 H2O

Slide 32 - Slide

De brander

Slide 33 - Slide

Schrijf het reactieschema van een brander op. Overleggen mag!

Slide 34 - Open question

Verbranding en het milieu 
Als een stof verbrandt, komt er warmte vrij. Deze warmte wordt op verschillende plekken gebruikt. Bijvoorbeeld: 
 
  • het verbranden van aardgas om je huis te verwarmen; 
  • het verbranden van aardgas om eten te bereiden; 
  • het verbranden van benzine in de motor van een scooter; 
  • het verbranden van gas of steenkool in een elektriciteitscentrale.

Slide 35 - Slide

Het versterkte broeikaseffect

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Smog

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Opdrachten maken
Wat: lees paragraaf 5.2 en maak de opdrachten     
Hoe: helemaal stil! muziek mag in!     
Hulp: Geen     
Tijd:  10 minuten lang     
Huiswerk: opdrachten van paragraaf 5.2   
Klaar?: Ga je lezen 5.3

Slide 40 - Slide

Spoorboekje Ho 5.2  Les 2

Terugblik

Uitleg Ho 5.2

Opgaven:Maken 5.2 (10 min in stilte daarna overleg)

Afsluiten les  Leerdoelen bespreken & huiswerk Opgeven
           




2 min 

10 min 

10 min  Klaar --> Lees alvast 5.3 of maak samenvatting

4 min 
timer
10:00
timer
2:00

Slide 41 - Slide

Leerdoelen I
1.Leerlingen kunnen het verschil tussen volledige en onvolledige verbranding van aardgas uitleggen, inclusief de voorwaarden waaronder elk type verbranding plaatsvindt en de producten die bij elk type verbranding ontstaan.

2. Leerlingen kunnen identificeren en uitleggen welke factoren bijdragen aan volledige of onvolledige verbranding, zoals de aanwezigheid van voldoende zuurstof en de temperatuur boven de ontbrandingstemperatuur.

3. Leerlingen kunnen de kenmerken en gevaren van koolstofmonoxide beschrijven, met inbegrip van hoe het ontstaat bij onvolledige verbranding en waarom het een gevaar vormt voor de gezondheid.

4. Leerlingen kunnen de rol van koolstofdioxide als broeikasgas uitleggen en hoe het bijdraagt aan het broeikaseffect, evenals de gevolgen van een verhoogde concentratie koolstofdioxide in de atmosfeer.

5. Leerlingen kunnen het belang van correct afgestelde branders in verwarmingssystemen bespreken om volledige verbranding te bevorderen en de uitstoot van schadelijke gassen zoals koolstofmonoxide en roet te verminderen.










Slide 42 - Slide

Leerdoelen II
6. Leerlingen kunnen de concepten van fossiele brandstoffen en hun impact op het milieu beschrijven, inclusief hoe de verbranding van fossiele brandstoffen zoals aardgas, aardolie en hun derivaten bijdraagt aan de toename van koolstofdioxide in de atmosfeer.
 
7. Leerlingen kunnen een reactieschema voor een verbrandingsreactie tekenen en interpreteren, waarbij ze de beginstoffen en reactieproducten voor zowel volledige als onvolledige verbranding aangeven.
8. Leerlingen kunnen de gevolgen van het versterkte broeikaseffect uitleggen, zoals het smelten van ijs bij de polen en de stijging van de zeespiegel, en de impact die dit kan hebben op laaggelegen gebieden.

9. Leerlingen kunnen uitleggen waarom koolstofdioxide wordt beschouwd als een belangrijk gas voor de temperatuurregulatie op aarde en hoe het natuurlijke broeikaseffect verschilt van het versterkte broeikaseffect veroorzaakt door menselijke activiteiten.
10. Leerlingen kunnen reactievergelijking opstellen door symbolen uit de tekst te halen
11. Leerlingen kunnen verbrandingsreactie opstellen

Slide 43 - Slide