Zuren basen

Herhaling
Zuren & Basen

1 / 21
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Herhaling
Zuren & Basen

Slide 1 - Slide

Onderwerpen
Leerdoelen van deze paragraaf:
  • Je kent de plaats van zure, neutrale en basische oplossingen op de pH-schaal.
  • Je kan werken met rood en blauw lakmoespapier en universeel indicator papier.
  • Je kan werken met de zuur-base indicatoren uit binas tabel 52A.
  • Je weet dat een zure oplossing H+ ionen bevat. 
  • Je weet dat een zuur een deeltje is dat een H+ ion kan afstaan.
  • Je kent de namen van zes veelgebruikte zuren.
  • Je weet hoe je een oplossing van sterk zuur moet noteren.
  • Je weet hoe je een oplossing van een zwak zuur moet noteren.

Slide 2 - Slide

Vraag 1) De pH kan je meten met...
A
Custard
B
Zuur-base indicatoren
C
pH meter
D
Zuur-base indicatoren en een pH meter

Slide 3 - Quiz

Vraag 2)
Sleep de termen naar de juiste plaats op de pH schaal.
zuur
neutraal
basisch

Slide 4 - Drag question

Vraag 4) Een zure stof is...
A
...een stof met een pH lager dan 7
B
...een stof met en pH hoger dan 7
C
...een stof die een H+ kan opnemen
D
...een stof die een H+ kan afstaan

Slide 5 - Quiz

Vraag 5) Een basische oplossing is...
A
...een oplossing met een pH lager dan 7
B
...een oplossing met en pH hoger dan 7
C
...een stof die een H+ kan opnemen
D
...een stof die een H+ kan afstaan

Slide 6 - Quiz

6) Wanneer je een zure oplossing verdunt met water ...
A
... wordt de pH lager.
B
blijft de pH gelijk.
C
... wordt de pH hoger.

Slide 7 - Quiz

Vraag 8) Sleep de formule naar de juiste naam.
chloride
fosfaat
fosforzuur
zwavelzuur
acetaat
nitraat
carbonaat
sulfaat
koolzuur
salpeterzuur
azijnzuur
waterstofchloride

Slide 8 - Drag question

Vraag 9)
Als je het gas HCl door water leidt, ontstaat de oplossing die hiernaast schematisch is weergegeven. Deze oplossing heet zoutzuur.

Je noteert zoutzuur als:
A
H+ (aq) + Cl-(aq)
B
H+ (g) + Cl-(g)
C
HCl (aq)
D
HCl (g)

Slide 9 - Quiz

Vraag 11)Wat is de juiste notatie van een oplossing van zwavelzuur?

Zwavelzuur is een sterk zuur
A
H2SO4(aq)
B
2H+(aq)+SO42(aq)

Slide 10 - Quiz

Vraag 12) Wat is de juiste notatie van een oplossing van fosforzuur?
Fosforzuur is een zwak zuur
A
H3PO4(aq)
B
H+(aq)+H2PO4(aq)

Slide 11 - Quiz

8.4 pH berekeningen
Leerdoelen
  • Je kunt de pH van een zure oplossing berekenen 
  • Je kunt [H+] van een zure oplossing berekenen 

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Vraag 14) De [H+] in een oplossing is 2,4 x 10 -4 M.
Bereken de pH van deze oplossing.

Slide 14 - Open question

Vraag 15) De pH van een oplossing 6,05.
Bereken de [H+] in deze oplossing.

Slide 15 - Open question

8.5 Basen
Leerdoelen van deze paragraaf zijn:
  • Je weet dat een base een deeltje is dat een H+ kan opnemen.
  • Je weet dat een basische oplossing OH- ionen bevat.
  • Je kent de namen van vijf veelvoorkomende basen.
  • Je kent de triviale namen: natronloog, kaliloog en kalkwater.
  • Je kunt van stoffen aangeven of die zuur of base zijn

Slide 16 - Slide

Vraag 14) Sleep de formule naar de juiste naam.
hydroxide
oxide
ammoniak
carbonaat
waterstofcarbonaat
koolzuur
ammonium
natronloog
kaliloog
kalkwater
Na+ (aq) + OH-(aq)
K+ (aq) + OH-(aq)
Ca2+ (aq) + 2 OH- (aq)

Slide 17 - Drag question

BASE
ZUUR
Vraag 15) 
Zuur of base? Sleep de formules naar het juiste vak. 

Slide 18 - Drag question

Slide 19 - Video

Ph van een basische oplossing

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide