4. Veilig werken

4. Veilig werken
Ga rustig zitten op je plek.
Je jas en telefoon zijn aan de kapstok en in de kluis.
Pak je boek, pen en iPad op tafel.
1 / 13
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

4. Veilig werken
Ga rustig zitten op je plek.
Je jas en telefoon zijn aan de kapstok en in de kluis.
Pak je boek, pen en iPad op tafel.

Slide 1 - Slide

Herhaling
Maak: op Eindexamensite.nl de gedeelde toets 'Stofeigenschappen en fasen'
Doel: herhalen van lesstof die we al hebben gehad. Kan je met jouw kennis een examenvraag beantwoorden over dit onderwerp?
Hoe: op de iPad, gebruik de Binas waar nodig.
Met wie: je doet dit in stilte, voor jezelf.
Hoe lang: maximaal 10 minuten.
Klaar? Lees alvast in je boek de tekst bij paragraaf 4.3: Veilig werken met stoffen.

Slide 2 - Slide

Op wat voor manier kan een stof gevaarlijk voor jou (een mens) zijn?

Slide 3 - Open question

We weten al dat we bij proefjes voorzichtig moeten werken, bijvoorbeeld omdat iets heet kan zijn of omdat we met elektriciteit werken.

Sommige stoffen zijn van zichzelf gevaarlijk - je moet die gevaren kunnen herkennen in het dagelijks leven, bij bv. schoonmaakmiddelen.

Slide 4 - Slide

Dit gaan we leren:
Je kunt met behulp van etiketten benoemen welke gevaren stoffen voor mensen kunnen opleveren, en hoe je jezelf daartegen kan beschermen.

Je kunt uitleggen hoe je voorkomt dat schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen.

Slide 5 - Slide

Stoffen kunnen niet alleen gevaarlijk zijn op school, maar ook in huis.

Zo moet je bepaalde schoonmaakmiddelen nooit met elkaar mengen, omdat er dan giftige gassen ontstaan. Dit geldt vooral bij bleekmiddel.

Slide 6 - Slide

Hoe weet je dan wat gevaarlijk is?

Dat vind je op het etiket van een product. Er staat niet alleen tekst op, maar ook symbolen.

Slide 7 - Slide

Wat zou dit symbool betekenen?
A
Bijtend
B
Explosief
C
Ontvlambaar
D
Irriterend

Slide 8 - Quiz

Deze mogelijke gevaren moet je sowieso kennen.

Je moet ook de bijpassende symbolen weten óf kunnen opzoeken in je Binas.

Slide 9 - Slide

Wat ook op een etiket kan staan:
- Een H-zin: hazard, geeft aan welk gevaar het kan hebben.
- Een P-zin: precaution, geeft aan hoe je er veilig mee omgaat.
- De concentratie: hoeveel van de stof is opgelost per liter water (hoe lager de concentratie, hoe minder schadelijk).

Slide 10 - Slide

Tot slot: niet alles mag zomaar in het normale afval, omdat het dan in het milieu terecht komt en schadelijk kan zijn.

Dit etiket betekent klein chemisch afval (kca). Een voorbeeld is een batterij die naar een apart inleverpunt moet.

Slide 11 - Slide

Aan de slag!
Maak: de kruiswoordpuzzel over gevaarlijke stoffen.
Doel: je oefent met de verschillende termen en symbolen, en je leert dingen snel opzoeken in de Binas.
Hoe: gebruik alleen de Binas, de iPad gaat plat.
Met wie: je werkt alleen of hooguit met z'n tweeën.
Hoe lang: 10 minuten, daarna huiswerk maken.
Klaar? Maak alvast het huiswerk bij deze les: paragraaf 4.3, opdracht 1 t/m 7.

Slide 12 - Slide

Afsluiting
Noteer in je schrift of document:
- Welke zeven gevaren die stoffen voor mensen kunnen opleveren je moet kennen, en in welke Binas-tabel je de symbolen kan vinden (leerdoel 1).
- Op welke manier je voorkomt dat chemisch afval in het milieu terechtkomt (leerdoel 2).

Klaar? Maak alvast het huiswerk bij deze les: paragraaf 4.3, opdrachten 1 t/m 5, 7 en 9.

Slide 13 - Slide