Nieuw Nederlands werkwoorden KGT 1

Sleep alle werkwoorden naar 'werkwoorden' alles wat geen werkwoord is sleep je naar 'geen werkwoord'.
Werkwoord
Geen werkwoord
huis
goede
verhuizen
heb
zijn
hond
tafel
bloempje
Kopje
rood
tent
bijzonder
denken
lopen
huilen
moeten
wil
geeft
1 / 3
next
Slide 1: Drag question
NederlandsMiddelbare school

This lesson contains 3 slides, with interactive quizzes.

Items in this lesson

Sleep alle werkwoorden naar 'werkwoorden' alles wat geen werkwoord is sleep je naar 'geen werkwoord'.
Werkwoord
Geen werkwoord
huis
goede
verhuizen
heb
zijn
hond
tafel
bloempje
Kopje
rood
tent
bijzonder
denken
lopen
huilen
moeten
wil
geeft

Slide 1 - Drag question

Welke werkwoorden zie je?
De koning
zwaait
naar de mensen.
Een slak
heeft
zich
verplaatst.
Zij
zijn
elkaars
beste
maatjes.
Dit
overleven
zij
niet.

Slide 2 - Drag question

Opspuiten

Een Bulgaarse vrouw wil heel graag op Barbie lijken. Ze liet haar lippen twintig keer opspuiten. De 22-jarige wil elke keer groter. Ze lijkt niet te willen opgeven. Artsen waarschuwen haar nu voor de laatste keer.
Sleep de vinkjes naar de werkwoorden in de tekst

Slide 3 - Drag question