Woordenschat quiz week 4 t/m 6

Welkom!

Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 4 t/m week 6

1 / 23
next
Slide 1: Slide
WoordenschatBasisschoolGroep 4-8

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom!

Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 4 t/m week 6

Slide 1 - Slide




              Lesdoelen
Deze week test je door deze quiz of je de woorden die je de afgelopen drie weken geleerd hebt nog kent. Veel succes!







Veel succes!

Slide 2 - Slide


Wat betekent het briesje?
A
Een zacht, koel windje.
B
Een harde, plotselinge windstoot.

Slide 3 - Quiz


Welke woord hoort op de lege plek? Kies uit: de verkiezingen, president en de Tweede Kamer.
Tijdens ... kiezen burgers wie er in het bestuur van een land, provincie of plaats moet zitten.

Slide 4 - Open question

Werk samen met een klasgenootje

Kies één van deze woorden: de vluchteling, de mensensmokkelaar, de ellende, de politieke vluchteling, de economische vluchteling, vernederen, illegaal, legaal, de immigrant.

Beschrijf het woord aan je klasgenootje. Heeft je klasgenoot het woord geraden? Draai de rollen dan om!

Slide 5 - Slide


Welk woord staat hier?
n = r
+
p = n
+

Slide 6 - Open question


Wie heeft er gelijk?
Motregen is hele harde regen, het lijkt een beetje op stortregen.
Motregen is zachte regen, het lijkt een beetje op miezer.
A
Scoop met paraplu
B
Scoop met rugzak

Slide 7 - Quiz


Welk woord staat hier?

Slide 8 - Open question


Welke woord hoort op de lege plek? Kies uit: de verkiezingen, president en de Tweede Kamer.
In Amerika wordt er tijdens de verkiezingen een ... gekozen. Deze persoon wordt daarna de leider van Amerika.

Slide 9 - Open question


Is de onderstaande zin WAAR of NIET WAAR?
Een hoosbui en de stortregen betekent ongeveer hetzelfde.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 10 - Quiz

Welke woorden horen bij de dictator? Welke woorden horen bij de democraat? Sleep de woorden naar het juisten vak.
<span style="font-weight: bold">de dictator</span>
<span style="font-weight: bold">de democraat</span>
luistert naar wat het volk wil
alleenheerser
Hitler
gekozen door het volk

Slide 11 - Drag question


Maak een zin en gebruik daarbij zoveel mogelijk van onderstaande woorden.
Wie kan een correcte zin maken met de meeste woorden?
Woorden: de vluchteling, de mensensmokkelaar, de ellende, de politieke vluchteling, de economische vluchteling, vernederen, illegaal, legaal, de immigrant.

Slide 12 - Open question


In welke zin is het woord hulpverlening goed gebruikt?
A
De hulpverlening verleende hulp aan de mensen in nood.
B
De hulpverlening ging samen met het leger de strijd aan.

Slide 13 - Quiz


Welke woord hoort op de lege plek? Kies uit: de verkiezingen, president en de Tweede Kamer.
In Nederland worden er tijden de verkiezingen mensen gekozen die plaatsnemen in ...

Slide 14 - Open question


Heb jij wel eens iets gedaan wat illegaal was?
Zo ja, vertel het aan je klasgenootje.
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quiz


Vul de lege plekken in. Kies uit: miezer, rampgebied en rukwinden.
In het ... waren veel problemen. Het was niet de ... die zorgde voor de ellende, maar de .... De hevige windstoten zorgden voor omgewaaide bomen en veel gevaar.

Slide 16 - Open question


Welk woord is juist?
Alle mensen in een land die in staat zijn betaald werk te doen, noem je samen de WERKLOOSHEID / BEROEPSBEVOLKING.
A
Werkloosheid
B
Beroepsbevolking

Slide 17 - Quiz

Welke beschrijvingen horen bij welke woorden?
Sleep de woorden naar de juiste betekenissen.
Een ... vluchteling is bijvoorbeeld iemand die vanwege zijn/haar geloof is gevlucht.
Iemand die stiekem mensen meeneemt in zijn kofferbak is een ...
Iemand die is weggegaan om ergens aan te ontkomen.
<div><span>Hele nare/akelige toestand.</span><br></div>
<div>Niet volgens de wet.</div>
<div>Iemand die in het land komt.</div>
<div>Volgens de wet.&nbsp;</div>
<div>Iemand zo behandelen dat hij/zij zich minder voelt dan jij.</div>
<div>Een ... vluchteling is iemand die vanwege economische redenen gevlucht is.</div>
vluchteling
mensensmokkelaar
ellende
politieke
economische
vernederen
illegaal
legaal
immigrant

Slide 18 - Drag question


Wat betekent de tornado?
A
Een grote vloedgolf van water.
B
Een zeer verwoestende wervelwind.

Slide 19 - Quiz


Welk woord beschrijft Scoop?
Een grote actie om iets aan te prijzen of af te keuren.

Slide 20 - Open question

Werk samen met een klasgenootje

Kies één van deze woorden: de vluchteling, de mensensmokkelaar, de ellende, de politieke vluchteling, de economische vluchteling, vernederen, illegaal, legaal, de immigrant.

Speel samen het spel galgje. Is het woord geraden? Vraag je
klasgenootje dan om een uitleg
van de betekenis van het woord. 

Slide 21 - Slide


Welk woord is juist?
De beroepsbevolking bestaat uit alle werkenden en alle werklozen. Als er weinig mensen een baan hebben is de BEROEPSBEVOLKING / WERKLOOSHEID erg groot.
A
WERKLOOSHEID
B
BEROEPSBEVOLKING

Slide 22 - Quiz

Je hebt de quiz af! Scoop is trots op jou.
Tot de volgende keer!

Slide 23 - Slide