Boek 28

Een Film Maken
1 / 37
next
Slide 1: Slide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 37 slides, with text slides and 1 video.

Items in this lesson

Een Film Maken

Slide 1 - Slide

Startopdracht in stilte:✍️
Lees de tekst over de Olympische Spelen en beantwoord de vragen 

Slide 2 - Slide

Leerdoelen 
boekje 28
🎬 uitleggen hoe je een film maakt

✂️ uitleggen hoe je beelden monteert

📁 uitleggen hoe je bestanden inlaadt

🔀 uitleggen wat overgangen en effecten zijn

praktijk: je kunt in OpenShot een film monteren

Slide 3 - Slide

Lesplanning deze week
maandag: Film monteren in OpenShot

dinsdag: uitleg theorie & maken opdrachten werkboek

woensdag: maken Poster & mentorles

Slide 4 - Slide

OpenShot
Vandaag leer je:

Hoe je filmbeelden monteert in OpenShot

Hoe je clips knipt en ordent

Na deze les heb je een eerste montage.

Slide 5 - Slide

Wat is monteren?
Losse beelden → één verhaal

Juiste volgorde is belangrijk

Overgangen maken het vloeiend

Monteren = keuzes maken.

Slide 6 - Slide

OpenShot: wat zie je?
Projectbestanden 
Voorbeeldvenster
Tijdlijn (onder)
Sporen = lagen

Slide 7 - Slide

OpenShot
De 4 basisacties
  • Importeren
  • Op tijdlijn zetten
  • Knippen
  • Afspelen en controleren

Meer staat in de toolkit (stencils over OpenShot)

Slide 8 - Slide

OpenShot
Aan de slag

Opdracht: maak de opdracht die je ontvangt. Volg exact de opdracht. 



Gebruik voor informatie de toolkit.

Slide 9 - Slide

Afspraken in de les
⚠️ 1 waarschuwing bij storend gedrag
🚪 Bij 2e waarschuwing → opvanglokaal
📝 Je vult een reflectieformulier in
🤝 Aan het einde: nakomafspraak

👉 Dit is geen straf, dit is zodat iedereen kan werken.

Slide 10 - Slide

Een film maken - de juiste volgorde
💡 Idee – waar gaat je film over?
📖 Verhaal – wat gebeurt er?
📝 Script – alles uitschrijven
✏️ Storyboard – shots tekenen

👉 Je gaat niet zomaar filmen. Alles wordt vooraf bedacht.

Slide 11 - Slide

Script
📘 Script – een handleiding voor de film

In een script staat:
👀 wat je ziet
🗣️ wat iemand zegt (dialoog)
🎭 wat iemand doet (actie)

❓ Waarom handig? - Omdat iedereen weet wat er moet gebeuren.

Slide 12 - Slide

Voorbeeld script


1. EXT. STEEGJE. DAG 
Jan en Cynthia lopen samen door de steeg. Jan is een wat oudere man met een baard. 
Cynthia is klein en dun. Ze draagt een grote rugzak op haar rug. Ze loopt er krom van. 

JAN 
Dat ziet er zwaar uit. Wat zit er in die rugzak? 

CYNTHIA 
(Zet rugzak met een zwaai op de grond en maakt hem open.) 
Ik heb geen idee. Hij is van mijn vriend. We zullen eens kijken.

Slide 13 - Slide

verschil shot / scene
📸 Shot (take) – één opname, zonder stoppen

🎞️ Scène – meerdere shots samen

📍 Een scène speelt zich af op één plek en één moment

Slide 14 - Slide

Shots bedenken
Een film of scène begint vaak met een establishing shot. Zo'n shot laat zien waar de scène zich afspeelt. 



Een insert is een tussenshot, een extra beeld van een detail uit de actie. Vaak is een insert een close-up.

Slide 15 - Slide

Het verhaal
  • wie
  • wat 
  • waar
  • wanneer
  • waarom
  • hoe 

Slide 16 - Slide

Kijken als regisseur
👀 Opdracht beijk het filmfragment en let op:

🔢 hoeveel shots
🖼️ welk kader
🎥 of de camera beweegt

👉 Kijk niet als kijker, maar als regisseur.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Camerastandpunt, kader en beweging
📍 Camerastandpunt – waar staat de camera?
🖼️ Kader – wat zie je in beeld?
🎬 Camerabeweging – beweegt de camera of niet?

🎯 Close-up = emotie
🌍 Totaalshot = overzicht
➡️ Beweging = actie spannender maken

Slide 19 - Slide

Kader film
🖼️ Kader – de randen van het filmbeeld; dit bepaalt wat je wel en niet ziet

🌍 Extra long shot (ELS / XLS) – heel ruime overzichtsopname van de omgeving
🚶‍♂️ Long shot (LS) – persoon volledig in beeld
🧍 Medium shot (MS) – persoon vanaf de middel in beeld
🗣️ Medium close-up (MCU) – persoon vanaf borst/schouders in beeld
🙂 Close-up (CU) – een deel van de persoon of het object, bijvoorbeeld het gezicht
👁️ Extreme close-up (ECU / XCU) – alleen een klein detail, zoals een oog

👉 Het kader bepaalt waar de kijker naar kijkt.

Slide 20 - Slide

Camerabewegingen
🎬 Camerabeweging – hoe de camera beweegt tijdens het filmen

🤚 Handheld – filmen uit de hand, het beeld beweegt een beetje mee
🔍 Inzoomen- of uitzoomen zodat je dichterbij of verder weg kijkt
↔️ Panorama (pan) – de camera draait links of rechts vanaf één vast punt
🚗 Dolly (rijden) – de camera rijdt naar het onderwerp toe (dolly-in) of ervan af (dolly-out)
⬆️ Tilt – de camera beweegt omhoog of omlaag
🏗️ Craneshot – de camera beweegt hoog en laag met een hijskraan
🎥 Steadicam – de camera zit vast aan de cameraman en blijft stabiel

👉 Camerabewegingen maken een film spannender en dynamischer.

Slide 21 - Slide

Belichting en geluid 
Licht bepaalt de sfeer

Geluid kan:
van beeld komen
extra spanning geven
een gevoel oproepen

Slide 22 - Slide

Belichting
💡 Belichting – bewust gebruik van licht om de sfeer van een shot te bepalen
(dit is iets anders dan gewone verlichting)

🎯 Belichting kiezen – je denkt vooraf na over welk effect je met licht wilt bereiken
☀️ Hard licht – fel licht met harde schaduwen en groot contrast tussen licht en donker
☁️ Zacht licht – licht zoals op een bewolkte dag, met zachte schaduwranden
➕ Invullicht – extra lamp of lichtbron om schaduwen lichter te maken

🧠 Onthouden
👉 Met belichting bepaal je de sfeer en uitstraling van je film.

Slide 23 - Slide

Geluid
🎧 Geluid in film – geluid zorgt voor sfeer, spanning en duidelijkheid

Er zijn 5 soorten geluid in een film:
🎙️ Direct geluid – geluid dat tegelijk met het beeld wordt opgenomen
🌍 Set-noise (omgevingsgeluid) – achtergrondgeluiden die de sfeer bepalen
        (bijv. klok, verkeer, spoorwegovergang)
🗣️ Voice-over – een vertelstem of gedachtstem die meestal achteraf wordt opgenomen
🚪 Effectgeluid – extra geluiden, zoals een deur die dichtvalt of voetstappen
        (soms extra hard om aandacht te trekken)
🎵 Filmmuziek – muziek die de sfeer versterkt, zoals spanning of vrolijkheid
👉 Geluid maakt een film gevoeliger, duidelijker en spannender.

Slide 24 - Slide

Monteren = losse beelden aan elkaar zetten tot één film.
Je kiest:
welke clips je gebruikt
de volgorde
wat je wegknipt
titels, geluid en muziek


Slide 25 - Slide

Spotten
Spotten = je clips bekijken en beoordelen:
Is dit bruikbaar?
Is het scherp genoeg?
Is het leuk/duidelijk?

Tip: kijk als een regisseur: “Wat heeft mijn film nodig?”

Slide 26 - Slide

De spotlist
Spotlist = jouw lijstje met clips die je gaat gebruiken.
In je spotlist zet je:
clipnummer
korte beschrijving (“close-up sleutel valt”, “totaalshot gang”)
eventueel tijdcodes (waar het goede stuk zit)

Waarom handig?
Je houdt overzicht en werkt sneller.

Slide 27 - Slide

Capturen & editen

Capturen = de beelden “binnenhalen” in je montageprogramma

Editen = monteren (knippen, plakken, ordenen)

Slide 28 - Slide

Knippen
Je bepaalt per clip:
beginpunt
eindpunt

Zo haal je:
saaie stukken weg
fouten weg
.... en wachttijd eruit

Tip: korter = vaak beter.

Slide 29 - Slide

Overgangen
Overgangen maken de overgang tussen clips netjes.
Voorbeelden:

hard (direct door)
vervagen (fade)
fade-in (zwart → beeld)
fade-out (beeld → zwart)
Tip: gebruik niet te veel. Houd het rustig.

Slide 30 - Slide

Versnellen en vertragen
Je kunt de snelheid van een clip aanpassen:
normaal = 1.0x
vertragen = lager dan 1.0x
versnellen = hoger dan 1.0x

Voorbeeld:
“1.5x = sneller”
“0.5x = half zo snel”

Slide 31 - Slide

Renderen
Sommige bewerkingen moet de computer eerst “uitrekenen”.
Dat heet renderen.

Voorbeelden:
vertragen
inzoomen
zware effecten
Als renderen bezig is: even wachten = normaal.

Slide 32 - Slide

Geluid
Je kunt toevoegen:
muziek (soundtrack)
geluidseffecten (glas, zee, stappen)
voice-over (uitlegstemmen)

Geluid faden:
infaden = langzaam harder
uitfaden = langzaam zachter

Slide 33 - Slide

Titel en aftiteling
Titel aan begin (naam film)
Aftiteling aan het einde (wie deed wat + muziek)

Je kunt instellen:
wanneer het start
hoe lang in beeld
lettertype/maat/kleur
een titel-effect

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Opdrachten 28
Taak 
Individueel - samenwerken - klassikaal
Opmerkingen: welke tekstbronnen, stappenplannen of sjablonen heb je nodig?
Taak 2
3-4-5
TB 107 film monteren
Taak 3
2
Taak 4
Taak 5 
2-3
Film overview Sidney/Openshot effecten
Taak 6
2-3-4-5
Bij opdr 3+4: geluidsfragment
Taak 7
2

Slide 36 - Slide

Lesafsluiting: Exitticket

Wat is één ding dat je vandaag hebt geleerd?

Noem één begrip uit de les en leg het uit.

Slide 37 - Slide