Kapitel 3 Zürich VMBO GT Stunde 10 Klasse 3

Kapitel 3, Zürich!
Klasse 3(GT)
Deutsch
Na Klar! VMBO GT


1 / 14
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Kapitel 3, Zürich!
Klasse 3(GT)
Deutsch
Na Klar! VMBO GT


Slide 1 - Slide

Kapitel 3, Zürich!
-Zinsontleding
-Hausaufgaben korrigieren
-Hausaufgaben machen

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Kapitel 4: zinsontleding 
Het kind geeft de lieve vrouw een bos bloemen.
  1. geeft = gezegde
  2. Wie/wat geeft? - het kind = het onderwerp
  3. Wat/wie geeft het kind? - een bos bloemen = het lijdend voorwerp
  4. Aan wie geeft het kind een bos bloemen? - de lieve vrouw = het meewerkend voorwerp
In het Duits staat ieder zinsdeel in een naamval behalve het gezegde. 

Slide 4 - Slide

Kapitel 4: zinsontleding 
In het Duits: 
  • Wie/wat + gezegde = het onderwerp (1e naamval)
  • Wat + gezegde + onderwerp = het lijdend voorwerp (4e naamval)
  • Aan/voor wie + gezegde + onderwerp = het meewerkend voorwerp (3e naamval)

Slide 5 - Slide

Kapitel 4: zinsontleding 
Ich backe eine Torte.
Ontleed de bovenstaande zin.
  • backe = gezegde 

  • Wie/wat backe? - Ich = het onderwerp

  • Wat backe ich? - eine Torte = het lijdend voorwerp

Slide 6 - Slide

Kapitel 4: zinsontleding 
Andere manier is de HIJ/HEM-regel.
  • Kun je het zinsdeel veranderen door HIJ = het onderwerp (1e naamval)
  • Kun je het zinsdeel veranderen door HEM = het lijdend voorwerp (4e naamval)
  • Kun je het zinsdeel veranderen door aan/voor HEM = het meewerkend voorwerp (3e naamval)

Slide 7 - Slide

Kapitel 4: zinsontleding 
Der Mann
gibt
der Frau
einen Kuss.
HIJ
AAN HEM
HEM
onderwerp
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
1e naamval
3e naamval
4e naamval

Slide 8 - Slide

Heute esse ich kein Fleisch.
Wat is 'ich' in de zin?

Slide 9 - Open question

Ich habe genug Brot.
Wat is 'genug Brot' in de zin?

Slide 10 - Open question

Willst du auf den Turm klettern?
Wat is 'den Turm' in de zin?

Slide 11 - Open question

Der Vater gibt dem Sohn das Geld.
Wat is 'dem Sohn' in de zin?

Slide 12 - Open question

Die Frau fährt zu ihrer Oma.
Wat is 'ihrer Oma' in de zin?

Slide 13 - Open question

Kapitel 3, Zürich!
Ga aan het werk met je opdrachten
Je gaat bezig met 9,10,11 van Lektion 3 en 1,2,3,4,5,6,7,8,9,11 van Lektion 4. 
Eerste 10 minuten in stilte, daarna mag je rustig overleggen.
Muziek luisteren= prima. 
Ben je klaar? Steek dan je hand omhoog, ik kom controleren! Ga daarna verder met de woordtrainer van de licentie.
Niet af? = Huiswerk!

Slide 14 - Slide