Stadsmuur: de stadsmuur werd om de stad heen gebouwd. Door de muur kon je alleen nog maar op bepaalde plekken de stad in (via een stadspoort).
Stadspoorten: de stadspoorten zorgden ervoor dat niet iedereen zomaar de stad in en uit kon.
Valhekken: valhekken waren grote hekken die bij de wateringangen voor schepen hingen. Als ze wilden dat niemand meer de stad in kon varen, lieten ze de valhekken naar beneden vallen.
Uitkijktorens/-punten: op deze uitkijktorens of uitkijkpunten kon je al van ver aanvallers aan zien komen.
Bruggen: om door de stadspoorten te komen, moest je vaak eerst over een brug. Als de vijand er dan aan kwam, werden snel alle bruggen omhoog gehesen.
Schietgaten: schietgaten waren gaten in de muren van stadsmuren en uitkijktorens.